Tot onderhouding.

Ik zal Israël zyn als de dauw, hy zal bloeijen als de Lelie; en hy zal zyne wortelen uitslaan als de Libanon. Zyne scheuten zullen zich uitspreiden, en zyne heerlykheid zal zyn als des Olyfbooms: en hy zal eenen reuk hebben als de Libanon.
Hozea XIV: 6, 7.
Genesis XXVII: 27, 28.
En hy quam by, en hy kuste hem: doe rook hy den reuk zyner kleederen, en zegende hem: en hy zeide; Ziet, de reuk mynes Zoons is als den reuk des velds, 't welk de HEERE gezegend heeft.
Zo geeve u dan God van den dauw des Hemels, en de vettigheid der aarde; en de menigte van tarwe, en most.
En Vers 39.
Doe antwoordde zyn Vader Izaak, en zeide tot hem; Ziet, de vettigheden der aarde zullen uwe wooningen zyn, en van den dauw des Hemels van boven af [zult gy gezegend zyn.]
Deuteron: XXXII: 1, 2, 3.
Neigd de ooren, gy hemel, en ik zal spreeken: en de aarde hoore de redenen mynes monds.
Myne Leere druipen als een regen, myne reden vloejen als een dauw: als een stof-regen op de gras-scheutkens, en als droppelen op het kruid.
Want ik zal de Naame des HEEREN uitroepen: geeft onzen God grootheid.
Psalm CX: 3.
U volk zal zeer gewillig zyn op den dag uwer heirkracht, in heilige cieragien: uit de Baar-moeder des dageraads zal u de dauw uwer jeugd zyn.