Onder slechte gedaante.

Wederom is het Koningryke der hemelen gelyk eenen Koopman die schoone paarlen zoekt:
Dewelke hebbende eene paarle van groote waarde gevonden, ging heenen en verkocht al wat hy hadde, en kocht dezelve.
Mattheus XIII: 45, 46.
Mattheus VII: 6.
En geeft het heilige den honden niet, noch en werpt uwe paarlen niet voor de zwynen: op dat zy niet t'eeniger tyd de zelve met haare voeten en vertreeden, en [haar] omkeerende u en verscheuren.
Joannes IV: 10.
Jezus antwoordde en zeide tot haar, Indien gy de gaave Gods kendet, en wie hy is, die tot u zegd, geeft my te drinken, zo zoude gy van hem hebben begeerd, en hy zoude u leevend water gegeeven hebben.
En Kapittel XIV: 23.
Jezus antwoordde en zeide tot hem, Zo iemant my lief heeft, die zal myn woord bewaaren: en myn Vader zal hem lief hebben, en wy zullen tot hem komen, en zullen wooninge by hem maaken.
1 Timotheus II: 9.
Desgelyks ook dat de Vrouwen in een eerbaar gewaad, met schaamte en maatigheid haar zelven versieren, niet in vlechtingen [des hairs,] of goud, of paarlen, of kostelyke kleedinge.
1 Joannes V: 12.
Die den Zoone heeft, die heeft het leeven: die den Zoone Gods niet en heeft, die en heeft het leeven niet.
Openbaaring XVIII: 11, 12.
En de Kooplieden der aarde zullen weenen, en rouwe maaken over haar, om dat niemant haare Waare meer en koopt:
Waare van goud, en van zilver, en van kostelyk gesteente, en van paarlen, en van fyn lynwaad, en van purper, en van zyde, en van scharlaken: en allerlei wel-riekend hout, en allerlei ivooren vaten, en allerlei vaten van het kostelykste hout, en van koper, en van yzer, en van marmer-steen.
En Vers 16.
En zeg gende: Wee, wee, de groote Stad, die bekleed was met fyn lynwaad, en purper, en scharlaken, en versierd met goud, en [met] kostelyk gesteente, en [met] paarlen: want in eene uure is zo grooten rykdom verwoest.
En Kapittel XXI: 21.
En de twaalf poorten waaren twaalf paarlen, een iegelyke poorte was elk uit eene paarle: en de straate der Stad was zuiver goud, gelyk doorluchtig glas.