Met moeiten anders.

De rivieren verheffen, ô HEERE, de rivieren verheffen haar bruisen: de rivieren verheffen haare aanstootinge: [Doch] de HEERE in der hoogten is geweldiger, dan het bruisen van groote wateren, [dan] de geweldige baaren der Zee.
Psalm XCIII: 3, 4.
Psalm LXV: 10.
Gy bezoekt het land, en hebbende het begeerig gemaakt, verrykt gy het grootelyks; de riviere Gods is vol waters: wanneer gy het alzo bereid hebt, maakt gy haar-lieder koorn gereed.
Psalm CVII: 33.
Hy steld de rivieren tot eene woestyne, en watertochten tot een dorstig [land.]
Jezaias VIII: 7.
Daarom, ziet, zo zal de Heere over haar doen opkomen, die sterke en geweldige wateren der Riviere, den Koning van Assyrien en alle zyne heerlykheid, en hy zal opkomen over alle zyne stroomen, en gaan over alle zyne oeveren:
En Kapittel XLIII: 2.
Wanneer gy zult gaan door het water, ik zal by u zyn, en door de rivieren, zy en zullen u niet overstroomen.
En Kapittel XLVIII: 18.
Och dat gy na myne geboden geluisterd had! zo zoude uwe vrede geweest zyn als een riviere, en uwe gerechtigheid als de golven der zee.
Jeremias XVII: 8.
Want hy zal zyn als een boom die aan het water geplant is, en zyne wortelen uitschiet aan eene riviere, ende en gevoeld het niet wanneerder eene hitte komt, maar zyn loof blyft groen: en in een jaar van droogte en zorgt hy niet, ende en houd niet op van vrucht te draagen.
Amos IX: 5.
Want de Heere HEERE der Heirschaaren is die het land aanroerd dat het versmelte, en alle, die daar in woonen, treuren: en [dat] het geheel opryze als eene riviere, en verdronken worde als [door] de riviere van Egipten.
1 Korinthen XV: 58.
Zo dan, myne geliefde Broeders, zyt standvastig, onbeweegelyk, altyd overvloedig zynde in het werk de, Heeren, als die weetet dat uwen arbeid niet ydel en is in den Heere.