Weest opmerkzaam.

De kaarse des lichaams is de ooge: indien dan uwe ooge eenvoudig is, zo zal uw' geheel lichaam verlichtwezen. Maar indien uw' ooge boos is, zo zal geheel uw lichaam duister zyn. Indien dan het licht dat in u is, duisternisse is, hoe groot [zal] de duisternisse [zelve zyn]?
Mattheus VI: 22, 23.
Job V: 14.
Des daags ontmoeten zy de duisternisse: en gelyk des nachts, tasten zy in den middag.
En Kapittel XII: 24, 25.
Hy neemt het herte van de hoofden des volks der aarde weg, en doet ze dwaalen in 't woeste der aarde daar geen weg en is.
Zy tasten in de duisternisse daar geen licht en is: en hy doet ze dwaalen, als eenen dronkaard.
Jezaias XLIV: 22.
Ik delge uwe overtredingen uit, als eenen nevel,
en uwe zonden als een wolke; keert weder tot my, want ik hebbe u verlost.
En Kapittel L: 10.
Wie is'er onder u-lieden, die den HEERE vreest, die na de stemme zynes knechts hoord? als hy in de duisternissen wandeld, en geen licht en heeft; dat hy betrouwe op den Naame des HEEREN, en steune op zynen God.
Mattheus IV: 16.
Het volk dat in duisternisse zat, heeft een groot licht gezien: en de geene die zaten in den lande en schaduwe des doods, dien zelven is een licht opgegaan.
Lukas I: 79.
Om te verschynen den geenen die gezeten zyn in duisternisse, en schaduwe des doods: om onze voeten te richten op den weg des vredes.
1 Joannes II: 9, 10, 11.
Die zegd dat hy in het licht is, en zynen broeder haat, die is in de duisternisse tot noch toe.
Die zynen broeder lief heeft, blyft in het licht, en geen ergernisse en is in hem.
Maar die zynen broeder haat, is in de duisternisse, en wandeld in de duisternisse, ende en weet niet waar hy heenen gaat: want de duisternisse heeft zyne oogen verblind.