Tot dat het koel werde.

Bewaard my als het swart des oogen appels; verbergd my onder de schaduwe uwer vleugelen.
Psalm XVII: 8.
Want gy zyt my een hulpe geweest: en in de schaduwe uwer vleugelen zal ik vrolyk zingen.
Psalm LXIII: vers 8.
Hoogelied II: 3
Als een appel-boom onder de boomen des wouds, zo is myn Liefstie onder de zoonen: Ik hebbe grooten lust in zyne schaduwe, en zitter [onder]: en zyne vrucht is myn gehemelte zoete.
Jezaias XXV: 4.
Want gy zyt den armen een sterkte geweest, een sterkte den nooddruftigen, als hem bange was: een toevlucht voor den vloed, een schaduwe voor de hitte, want het blaazen der tirannen, is als een vloed [tegen] eenen wand.
En Kapittel XXXII: 2.
En [dien] man zal zyn; als een verberginge tegen den wind, en een schuilplaatse tegen den vloed: als waterbeeken in een dorre plaatse, als de schaduwe eenes swaaren rotssteens in een dorstig land.
Hozea XIV: 8.
Zy zullen wederkeeren, zittende onder zyne schaduwe; zy zullen ten leven voortbrengen [als] koorn, en bloeijen als de wynstok: zyne gedachtenisse zal zyn als de wyn van Libanon.