Het scheeld aan hem niet.

Want God die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternisse zoude schynen, is de geene die in onze herten gescheenen heeft, om [te geeven] verlichtinge der kennisse der heerlykheid Gods, in het aangezichte van Jezus Christus.
2 Korinthen IV: 6.
Psalm XCVII: 11.
Het licht is voor de rechtvaardigen gezaaid, en vrolykheid voor de oprechte van herten.
Psalm CXLIII: 8.
Doet my uwe goedertierenheid in den Morgenstond hooren, want ik betrouwe op u: maakt my bekend den weg dien ik te gaan hebbe, want ik heffe myne ziele tot u op.
Jezaias L: 4, 5.
De Heere HEERE heeft my een tonge der geleerden gegeeven, op dat ik weete met den moeden een woord ter rechter tyd te spreeken: Hy wekt alle morgen, hy wekt my de oore, dat ik hoore, gelyk die geleerd worden.
De Heere HEERE heeft my de oore geopent, en ik en ben niet wederspannig, ik en wyke niet achterwaarts.
Klaaglied: III: 22, 23, 24.
Het zyn de goedertierenheden des HEEREN, dat wy niet vernield en zyn, dat zyne barmhertigheden geen einde en hebben.
Zy zyn alle morgen nieuwe, uwe trouwe is groot.
De HEERE is myn deel, zeid myne ziele, daarom zal ik op hem hoopen.
Zephania III: 5.
De Rechtvaardige HEERE is in het midden van haar, hy en doet geen onrecht: alle morgen geeft hy zyn recht in het licht, daar en ontbreekt niet, doch de verkeerde en weet van geen schaamte.
Joannes VIII: 12.
Jezus dan sprak wederom tot haar-lieden, zeggende, Ik ben het licht der wereld: die my volgd en zal in de duisternisse niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben.
Openbaaring III: 20.
Ziet, ik sta aan de deure, en ik kloppe: indien iemant myne stemme zal hooren, en de deure open doen, ik zal tot hem inkomen, en ik zal met hem Avondmaal houden, en hy met my.