Om een goed heen komen.

Zoekt den HEERE alle gy zachtmoedige des lands, die zyn recht werken: zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gy verborgen worden in den dag des toorns des HEEREN.
Zephan-ja II: 3.
Psalm CXIX: 114.
Gy zyt myn schuil-plaatse, en myn schild, op u woord hebbe ik gehoopt.
Jeremias XXX: 23.
Ziet, een onweder des HEEREN, eene grimmigheid, is uit gegaan, een aanhoudend' onweder: het zal blyven op den kop der godloozen.
Lukas XIII: 24, 25, 26, 27, 28.
Stryd om in te gaan door de enge poorte: want veele (zegge ik u) zullen zoeken in te gaan, ende en zullen niet konnen:
[Namelyk] na dat de Heere des huis zal opgestaan zyn, en de deure zal gesloten hebben; en gy zult beginnen buiten te staan; en aan de deure te kloppen, zeggende, Heere, Heere, doet ons open, en hy zal antwoorden en tot u zeggen, Ik en kenne u niet, van waar gy zyt:
Als dan zult gy beginnen te zeggen, Wy hebben in uwe tegenwoordigheid gegeeten en gedronken, en gy hebt in onze straaten geleerd.
En hy zal zeggen, Ik zegge u, ik en kenne u niet van waar gy zyt: wykt van my af alle gy werkers der ongerechtigheid.
Aldaar zal zyn weeninge en knersinge der tanden, wanneer gy zult zien Abraham, en Izaalk, en Jakob, en alle de Propheeten in het Koningryke Gods, maar u lieden buiten uitgeworpen.
Openbaaring XXII: 14, 15.
Zalig zyn ze die zyne geboden doen, op dat haare macht zy aan den boom des levens, en zy door de poorten mogen ingaan in de Stad.
Maar buiten zullen zyn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgoden-dienaars, en een iegelyk die de leugen lief heeft en doet.