Dit wyst verder.

De HEERE is myn Herder, my en zal niets ontbreeken. Hy doet my neder liggen in grazige weiden; hy voerd my zachtkens aan zeer stille wateren. Hy verquikt myne ziele; hy leid my in het spoor der gerechtigheid, om zyns Naams wille.
Psalm XXIII: 1, 2, 3.
Psalm XVI: 11.
Verzadinge der vreugde is by u aangezichte; lieflykheden zyn in uwe rechterhand eeuwiglyk.
Psalm XXXVII: 3, 4.
Vertrouwd op den HEERE, en doet het goede; bewoond de aarde, en voed [u] met getrouwigheid.
En verlust u in den HEERE; zo zal hy u geeven de begeerten uwes herten.
Psalm LXXXIV: 2, 3.
Hoe lieflyk zyn uwe wooningen, ô HEERE der Heirschaaren.
Myn Ziele is begeerig, en bezwykt ook van verlangen, na de Voorhoven des HEEREN: myn herte, en myn vlees roepen uit tot den levendigen God.
Spreuken III: 17, 18.
Haare wegen zyn wegen der lieflykheid, en alle haare paden vrede.
Zy is een boom des levens, den geenen die ze aangrypen; en elk een die ze vast houd, word welgelukzalig.
Prediker XI: 6, 7, 8, 9.
Zaaid u zaad in den morgenstond, ende en trekt uwe hand des avonds niet af: want gy en weet niet wat recht wezen zal, of dit, of dat, of dat die beide te saamen goed zyn zullen.
Voorder, het licht is zoet, en het is den oogen goed de Zonne te aanschouwen.
Maar indien de mensche veele jaaren leefd, [en] verblyd hem in die alle; zo laat hem ook gedenken aan de dagen der duisternisse: want die zullen veele zyn; [en] al wat gekomen is, is ydelheid.
Verblyd u, ô jongeling, in uwer jeugd, en laat uw herte u vermaaken in de dagen uwer jongeling schap, en wandeld in de wegen uwes herten, en in de aanschouwinge uwer oogen: maar weetet, dat God, om alle deze dingen u zal doen komen voor het gerichte.
2 Korinthen XII: 3, 4.
En ik kenne een zodanig mensche (of het in het lichaam, of buiten het lichaam [geschied zy] en weet ik niet: God weet het.)
Dat hy opgetrokken is geweest in het Paradys, en gehoord heeft onuitspreekelyke woorden, die een mensche niet en is geoorloft te spreeken.