Beter op 't Land.

Uit de binnen-kamer komt de wervel-wind, en van de verstrooijende [winden] de koude. Door [zyn] geblaas geeft God de vorst; zo dat de breede wateren verstyft worden.
Job XXXVII: 9, 10.
Job XXXVIII: 29, 30.
Uit wiens buik zomt het ys voort? en wie baard den rym des hemels?
Als met een steen verbergen haar de wateren: en het vlakke des afgronds word omvat.
Psalm CXLVII: 17, 18.
Hy werpt zyn ys heenen als stukken: wie zoude bestaan voor zyne koude?
Hy zend zyn woord, en doet ze smelten: hy doet zyne wind waaijen, de wateren vloeijen heenen.
Spreuken XI: 27.
Wie het goede vroeg nazoekt, zoekt welgevalligheid: maar wie het quaade natracht, dien zal 't overkomen.
En Kapittel XXVII: 12.
De kloekzinnige ziet het quaad, [en] verbergd zich: de slechte gaan heenen door, [en] worden gestraft.
Ephesen V: 15.
Ziet dan hoe gy voorzichtelyk wandeld: niet als onwyze, maar als wyze.