Altyd nederwaarts.

Indien gy dan met Christus opgewekt zyt, zo zoekt de dingen die boven zyn, daar Christus is zittende aan de rechter [hand] Godts: Bedenkt de dingen die boven zyn, niet die op de aarde zyn.
Koloss: III: 1, 2.
Philippenzen III: 17, 18, 19, 20, 21.
Weest mede myne navolgers, Broeders, en merkt op de geene die alzo wandelen, gelyk gy ons tot een voorbeeld hebt.
Want veele wandelen [anders]: van dewelke ik u dikmaal gezegd hebbe, en nu ook weenende zegge, dat ze vyanden des kruises Christi zyn.
Welker einde is het verderf, welker God is de buik, en [welker] heerlykheid is in haare schande, dewelke aardse dingen bedenken.
Maar onze wandel is in de Hemelen, waar uit wy ook den Zaligmaaker verwachten, [namelyk] den Heere Jezus Christus:
Die ons vernederd lichaam veranderen zal, op
dat het zelve gelykvormig worde zynen heerlyken lichaame, na de werkinge, waar door hy ook alle dingen hem zelven kan onderwerpen.
Hebreen X: 26, 27.
Want zo wy willens zondigen, na dat wy de kennisse der waarheid ontfangen hebben, zo en blyft daar geen slacht-offer meer over voor de zonden.
Maar een schrikkelyke verwachtinge des oordeels, en hitte des vuurs dat de tegenstaanders zal verslinden.
2 Petrus II: 20, 21, 22.
Want indien zy, na dat ze door de kennisse des Heeren en Zaligmaakers Jezus Christus, de besmettinge der wereld ontvlooden zyn, en in dezelve wederom ingewikkeld zynde [van dezelve] overwonnen worden, zo is haar het laatste erger geworden dan het eerste.
Want het waare haar beter, dat zy den weg der gerechtigheid niet gekend en hadden, dan dat zy [dien] gekent hebbende, [weder] afkeeren van het heilige gebod dat haar overgegeeven was.
Maar haar is over gekomen 't geene met een waar spreekwoord [gezegd word.] De hond is wedergekeerd tot zyn eigen uitbraaksel: en de gewassene zeuge tot de wentelinge in het slyk.