terug  begin  verderprepost
[p. 234]origineel

Het Zwyn.

Altyd nederwaarts.




illustratie


Indien gy dan met Christus opgewekt zyt, zo zoekt de dingen die boven zyn, daar Christus is zittende aan de rechter [hand] Godts: Bedenkt de dingen die boven zyn, niet die op de aarde zyn.
Koloss: III: 1, 2.

[p. 235]origineel
Wild niet zyn, Als het Zwyn.
 
ô Zwyn, waart gy het maar alleen,
 
Dat styf van nek, en ras van voeten,
 
Voor and're Dieren (ongemeen)
 
Gewoon zyt in de Drek te vroeten,
 
En om te went'len in den slyk,
 
(Hoe schoon met water afgewassen)
 
Maar and're zyn u ook gelyk,
 
Die reed'lyk beter doen zouw passen!
 
Die vroeten staadig heen en weêr,
 
Met Hals en Hooft ter grond geboogen,
 
En snof'len altyd voor haar neer,
 
Met neus en mond, verstand en oogen.
 
Die went'len met u om en om,
 
In allerleye vuiligheden,
 
(Zo redenloos, zo bot en dom),
 
Van aardse dingen hier beneden.
 
Zy zyn, met u, te styf van nek
 
Om hooft en oogen op te heffen,
 
Uit vuiles, modder, slyk en drek,
 
En zuiv're dingen te beseffen.
[p. 236]origineel
 
Die dingen, die uit haare deugd
 
Het hong'rig en begeerig leven,
 
(Tot-weiding in een eeuw'ge vreugd,)
 
Het rechte voedsel zouden geeven.
 
Wech werelds Varken, lust der slyk,
 
Met uw gevroet, geknor en gieren,
 
Dat uwen onaard van ons wyk,
 
Met zyn natuur der domme dieren,
 
Op dat wy wand'len voort en voort,
 
Als 't mensch'lyk leven toe behoord.

Philippenzen III: 17, 18, 19, 20, 21.
Weest mede myne navolgers, Broeders, en merkt op de geene die alzo wandelen, gelyk gy ons tot een voorbeeld hebt.
Want veele wandelen [anders]: van dewelke ik u dikmaal gezegd hebbe, en nu ook weenende zegge, dat ze vyanden des kruises Christi zyn.
Welker einde is het verderf, welker God is de buik, en [welker] heerlykheid is in haare schande, dewelke aardse dingen bedenken.
Maar onze wandel is in de Hemelen, waar uit wy ook den Zaligmaaker verwachten, [namelyk] den Heere Jezus Christus:
Die ons vernederd lichaam veranderen zal, op
[p. 237]origineel
dat het zelve gelykvormig worde zynen heerlyken lichaame, na de werkinge, waar door hy ook alle dingen hem zelven kan onderwerpen.

Hebreen X: 26, 27.
Want zo wy willens zondigen, na dat wy de kennisse der waarheid ontfangen hebben, zo en blyft daar geen slacht-offer meer over voor de zonden.
Maar een schrikkelyke verwachtinge des oordeels, en hitte des vuurs dat de tegenstaanders zal verslinden.

2 Petrus II: 20, 21, 22.
Want indien zy, na dat ze door de kennisse des Heeren en Zaligmaakers Jezus Christus, de besmettinge der wereld ontvlooden zyn, en in dezelve wederom ingewikkeld zynde [van dezelve] overwonnen worden, zo is haar het laatste erger geworden dan het eerste.
Want het waare haar beter, dat zy den weg der gerechtigheid niet gekend en hadden, dan dat zy [dien] gekent hebbende, [weder] afkeeren van het heilige gebod dat haar overgegeeven was.
Maar haar is over gekomen 't geene met een waar spreekwoord [gezegd word.] De hond is wedergekeerd tot zyn eigen uitbraaksel: en de gewassene zeuge tot de wentelinge in het slyk.

prepostterug  begin  verder