terug  begin  verderprepost
[p. 246]origineel

Den Ezel.

Ten Dienste.




illustratie


Issaschar is een sterk gebeent Ezel, neder liggende tussen twee pakken. Doe hy de ruste zag, dat ze goed was, en het land, dat het lustig was: zo boog hy zynen schouder, om te draagen, en was dienende onde tribuit.
Genesis XLIX: 14, 15.

[p. 247]origineel
Geef den last, Dien het past.
 
Den Ezel zeer gering geacht,
 
Is maar een draager van de vracht;
 
Doch echter vind men veele Heeren,
 
Die op een ongemeene wys,
 
Met groot vermaak, ja elk om prys,
 
Haar Ezel dienen ende eeren.
 
Zo dat hy lekker drinkt en eet,
 
En heeft tot dek een kost'lyk kleed,
 
Terwyl zy aangedaan met lappen,
 
En zelfs de meelzak op de nek,
 
Langs straat en weg, door slyk en drek
 
Hem komen achter na te stappen.
 
ô Arme Ziel! met vlees en bloed,
 
Gy zyt de Man die 't zelve doet,
 
Gy legt de knecht op zachte pluimen,
 
En zelfs, zo armelyk en snoo,
 
Vernacht gy in de stal op 't stroo,
 
't Moet alles voor den Ezel ruimen.
 
Zaagt gy zulk doen voor oogen schyn,
 
Het zouw u een bespotting zyn,
[p. 248]origineel
 
Nochtans waar 't by u doen geringe,
 
Dat zich het deel der eeuwigheid,
 
Tot knecht steld van het deel der Tyd,
 
Dat zyn belachelyke dinge.

Job XXXIX: 8, 9.
Wie heeft den woud-ezel vry heenen gezonden? en wie heeft de banden des wilden ezels gelost?
Dien ik de wildernisse tot zyn huis besteld hebbe, en het schiltige tot zyne wooningen.

Zacharias IX: 9.
Verheugd u zeer, gy dochter Zions, juigd gy dochter Jeruzalems, Ziet u Koning zal u komen, rechtvaardig, en hy is een heiland: arm, en rydende of eenen ezel, en op een veulen, een jong der ezellinnen.

Joannes VIII: 34.
Een iegelyk die de zonde doet, is een dienstknecht der zonde.

Joannes XII: 14, 15.
En Jezus vond eenen jongen ezel, en zat daar op: gelyk geschreven is,
En vreest niet gy dochter Zion: ziet, uw' Koning komt, zittende op het veulen eener ezelinne.

[p. 249]origineel
Romeinen VI: 16.
Weet gy niet dat wien gy u zelven stelt tot dienstknechten ter gehoorzaamheid, gy dienstknechten zyt des geenen dien gy gehoorzaamd, of de zonde tot de dood, of der gehoorzaamheid tot gerechtigheid?

En Vers 21.
Wat vrucht dan had gy doe van die dingen daar over gy u nu schaamd? Want het einde der zelve is de dood.

Galaten V: 1.
Staat dan in de vryheid, met welke ons Christus vry gemaakt heeft, ende en word niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.

2 Petrus II: 19.
Beloovende haar vryheid, daar zy zelve dienstknechten zyn der verdorventheid. Want van wien iemant overwonnen is, dien is hy ook tot een dienfsknecht gemaakt.

prepostterug  begin  verder