terug  begin  verderprepost
[p. 250]origineel

De Kemel.

Na last verlichting.




illustratie


Komt herwaarts tot my, alle die vermoeid en belast zyt, en ik zal u ruste geeven: Neemt myn Juk op u, en leerd van my, dat ik zachtmoedig ben, en nedrig van herten: en gy zult ruste vinden voor uwe zielen. Want myn juk is zacht, en myn last is licht.
Matth. XI: 28, 29, 30.

[p. 251]origineel
Vrywillig draagen, Bevryd voor slagen.
 
Het Kemel-Dier zo groot en sterk,
 
Laat zich bedwingen tot het werk,
 
Van zwaare lasten op te laaden,
 
En volgt zachtmoedig zynen heer
 
Een grooten weg, berg op en neer,
 
Voor sober voedsel tot verzaaden.
 
ô Hals en Rug van vlees en bloed
 
Waard gy zo tam, zo mak en goed,
 
Om pak en zak van 't kruis te draagen,
 
Ten dienste van de ziel en geest,
 
Dewyl gy zyt haar eigen beest,
 
Dat was een lust en welbehaagen.
 
Want in die groote en zwaare last,
 
Die u zo wel te draagen past,
 
Leit ryke winst voor uwen heere,
 
Die zyne dingen dezer Tyd
 
Verkoopt voor 't Goud der Eeuwigheid,
 
Daar wyze Kooplui na begeeren.
 
Gy zoud toch mede op dezen tocht
 
Daar gy zyn goed'ren overbrogt,
 
Ook u behoorlyk voedsel vinden,
[p. 252]origineel
 
Indien gy maar na 's kemels aard,
 
Met recht en slecht te vreden waard,
 
Tot dat het einde u zoude ontbinden.
 
ô Knecht der Zielen, vlees en bloed
 
Buigd u gelyk de kemel doet;
 
ô Lichaams heer, leerd hem manieren,
 
En vreest zyn kracht en wildheid niet,
 
Gelyk gy van de Koopman ziet,
 
Hoe hy betemt die groote Dieren.
 
Op dat gy met uw zak en pak,
 
En 't voordeel dat daar achter stak,
 
(Te slof en langzaam voort gedreeven,
 
Terwyl het voordeel, dat u riep,
 
Door al te langen tyd verliep,)
 
Niet worden moogt, een achterbleeven.

Jezaias XXX: 6.
Haare goederen zullen zy voeren op den rugge der veulens, en haare schatten op de bulten der kemelen, tot het volk [dat haar] geen nut en zal doen.

1 Korinthen IX: 27.
Maar ik bedwinge myn lichaam, en brenge het tot dienstbaarheid, op dat ik niet eenigzins, daar ik andere gepredikt hebbe, zelve verworpelyk en werde.

[p. 253]origineel
Galaten VI: 2.
Draagd malkanders lasten: en vervuld alzo de Wet van Christus.

Ephezen IV: 22.
[Te weeten] dat gy zoudet afleggen, aangaande de voorige wandelinge, den ouden mensche, die verdorven word door de begeerlykheden der verleidinge.

Hebreen XII: 1, 2.
Daarom dan ook, alzo wy zo groot een wolke der getuigen rondom ons hebhen liggende, laat ons afleggen alle last, en de zonde die [ons] tichtelyk omringd, en laat ons met lydzaamheid loopen de loopbaane, die ons voorgestelt is:
Ziende op den Oversten leidsman en voleinder des geloofs Jezus, dewelke voor de vreugd die hem voorgesteld was, het kruise heeft verdraagen ende schande veracht, en is gezeten aan de rechter [hand] des throons Gods.

En Kapittel XIII: 13, 14.
Zo laat ons dan tot hem uitgaan buiten de legerplaatse, zyne smaatheid draagende.
Want wy en hebben hier geen blyvende stad, maar wy zoeken de toekomende.

1 Joannes V: 3.
Want dit is de liefde Gods, dat wy zyne geboden bewaaren: en zyne geboden en zyn niet zwaar.

prepostterug  begin  verder