Niet te betrouwen.

Hy leit laagen in een verborgene plaatse, gelyk een Leeuw in zyn hol; hy leit laagen om den ellendigen te rooven; hy rooft den ellendigen, als hy hem trekt in zyn net.
Psalm X: 9.
Job XXXIX: 1, 2.
Zult gy voor den ouden Leeuw roof jaagen? of de graagheid der jonge Leeuwen vervullen?
Als zy nederbukken in de holen, [en] in den kuil zitten, ter loeringe?
Psalm XVII: 12.
Hy is gelyk als een leeuw, die begeerd te rooven, en als een jonge leeuw, zittende in verborgene plaatsen.
Psalm CIV: 21.
De jonge leeuwen, briessende om eenen roof, en om haare spyze van God te zoeken.
Hozea XIII: 7, 8.
Dies werd' ik hen als een felle leeuw: als een luipaard loerde ik op den weg.
Ik ontmoeteze als een beer die van jongen berooft is, en fcheurde het slot haares herten: en ik verslond ze aldaar als een oude leeuw; het wild gedierte des velds verscheurde ze.
Romeinen VIII: 12, 13.
Zo dan, broeders, wy zyn schuldenaars, niet den vleese om na den vleese te leeven.
Want indien gy na den vleese leeft zo zult gy sterven: maar indien gy door den Geest de werkingen des lichaams doodet, zo zult gy leeven.
En Kapittel XII: 21.
En word van het quaad niet overwonnen, maar overwint het quaad door het goed.
1 Petrus V: 8, 9.
Zyt nuchteren [en] waakt, want uwe tegenpartye de Duivel gaat om als een briesende leeuw, zoekende wien hy zoude mogen verslinden.
Den welken wederstaat, vast zynde in het geloove: weetende dat het zelve lyden aan uw broederschap, dat in de wereld is, volbragt word.