terug  begin  verderprepost
[p. 278]origineel

De Rat en Muis.

Ziet voor u.




illustratie


En wacht u zelven, dat uwe herten niet te eeniger tyd beswaard en worden met brasserye, en dronkenschap, en zorgvuldigheden dezes levens, en dat u dien dag niet onvoorziens [over] en kome. Want gelyk een strik zal hy komen over alle de geene die op den gantsen aardbodem gezeten zyn.
Lukas XXI: 34, 35.

[p. 279]origineel
Voorzichtigheid, Hier is 't u tyd.
 
Den open deur, die u begroet,
 
Met zoeten reuk van 't vers gebraaden,
 
Op dat u eet-lust wierd gevoed,
 
Schynd vry en vrank en zonder schaade:
 
Maar wist gy 't dreigende gevaar,
 
Gy ging 'er niet om heene speelen,
 
Allengskens nader, hier en daar,
 
Om eind'ling van den roof te deelen.
 
Maar vluchtig, was uw beste keur,
 
En ver van daar uw beste hoede;
 
De snelheid zouw zich van die Deur,
 
Als van het gaapend dood-graf spoeden.
 
't Bedrog, met een beloerend oog,
 
Zit vast voor uw gezicht verschoolen,
 
En steekt zyn vinger naar om hoog,
 
Op hoop van uw elendig doolen.
 
Komt gy te na, daar valt een slag,
 
Die u, al t'onverwacht doet beeven;
 
Te laat bedacht, baard wee en ach,
 
Gevangen is het vrye leven.
 
ô Mensch! die dit gestel beziet,
 
En zelfs beschikt, met uwe handen,
 
Leerd gy uit dezen spiegel niet,
 
Om u te houden buiten banden!
 
Is dezer werelds jammerdal,
 
Met geur van wellust uitgestreeken,
 
Niet een verradelyke val,
[p. 280]origineel
 
Daar zich zo veelen aan verkeeken?
 
Wat brengd den nederval der dood,
 
Het leven dat zich liet verleiden,
 
Niet onverziens in angst en nood,
 
Wyl 't zyn gevaar niet zocht te myden!
 
Die zich dan noch in vryheid vind,
 
Schuw zulke quaê gevaarlykheden,
 
Daar lust een weinig lokaas wind,
 
Eer hem de vlucht werd afgesneeden.
 
ô Vryheid van een ruim gemoed,
 
Men zy vernoegd met minder eeten,
 
Op dat uw aangenaame zoet,
 
Oneindig van ons werd bezeten.

Spreuken XI: 6.
De gerechtigheid der vroomen zal ze redden: maar de trouwlooze worden gevangen in [haare] verkeerdheid.

1 Thessalon: V: 3.
Want wanneer zy zullen zeggen, Het is vrede: en zonder gevaar: dan zal een haastig verderf haar overkomen, gelyk de baarens-nood eene bevruchte [vrouwe]: en zy en zullen 't geensins ontvlieden.

1 Timotheus VI: 6, 7, 8, 9, 10.
Doch de Godzaligheid is een groot gewin met vergenoeginge.

[p. 281]origineel
Want wy en hebben niets in de wereld gebragt, het is openbaar, dat wy ook niet en konnen iet daar uit draagen.
Maar als wy voedsel en dek sel hebben, wy zullen daar mede vergenoegt zyn.
Doch die ryk willen worden, vallen in verzoekinge en [in] den strik, en [in] veele dwaaze en schadelyke begeerlykheden, welke de menschen doen verzinken in verderf en ondergang.
Want de geldgierigheid is een wortel van alle quaad, tot welke sommige lust hebbende zyn afgedwaald van het geloove, en hebben haar zelven met veele smerten doorsteeken.

Jakobus I: 13, 14, 15.
Niemant als hy verzocht word, en zegge, Ik worde van God verzocht: Want God en kan niet verzocht worden met het quaade, en hy zelve en verzoekt niemant.
Maar een iegelyk word verzocht als hy van zyne eigene begeerlykheid afgetrokken en verlokt word.
Daar na de begeerlykheid ontfangen hebbende, baard zonde: en de zonde voleindigd zynde, baard de dood.

prepostterug  begin  verder