terug  begin  verderprepost
[p. 282]origineel

Het Gevogelte.

Tot zynder tyd.




illustratie


Och dat my iemant vleugelen, als eener duive, gave! Ik zoude heene vliegen, waar ik blyven mogte. Ziet, ik zoude verre weg swerven: ik zoude vernachten in de woestyne, Sela.
Psalm LV: 7, 8.

[p. 283]origineel
Het grove vlees en bloed,
Weerhoud het vlug gemoed.
 
Gepluimde Diertjes, snel van vlucht,
 
Die op uw uitgebreide veeren,
 
Gaat stryken door de dunne lucht,
 
En 't lichaam vaardig kund regeeren;
 
Gy wint het ons in vlugheid of;
 
Wy, die als wormen, in onwaarde,
 
Zo machteloos, zo loom en grof,
 
Staag moeten steunen op der aarde:
 
Maar wacht; daar komt noch wel een tyd,
 
Dat zy, die 't hert van d'aarde heffen
 
Uw lichte gang, hoe gaauw gy zyt,
 
In snelheid zullen overtreffen.
 
Wanneer den vrygelaaten geest,
 
Het huis van vlees en bloed ontheven,
 
Daar zy gevank'lyk is geweest,
 
Gaat in de zaal'ge vryheid sweeven.
 
ô Eeuwigheid! ô ruime lucht!
 
Hoe ryk'lyk, en hoe ongemeeten,
 
Beloofd gy ons de vrye vlucht,
[p. 284]origineel
 
Al zyn wy nu zo laag gezeten.
 
Al moet men nu op aarde gaan,
 
Zo wy de hemel-lucht beminnen,
 
Zo wassen onze vleug'len aan,
 
Om vogelvlucht te overwinnen.

Psalm XXV: 1, 2.
Tot u, ô HEERE, hef ik myne ziele op.
Myn God, op u vertrouw ik, en laat my niet beschaamt worden.

Psalm LXVIII: 14.
Al laagt gy lieden tussen twee rygen van steenen, [zo zult gy doch worden als] vleugelen eener duive, overdekt met zilver; en welker vederen zyn met uitgegravenen geluwen goude.

Psalm CIII: 5.
Die uwen mond verzadigd met het goede: Uwe jeugd vernieuwt als eenes Arends.

Psalm CXXIV: 7.
Onze Ziele is ontkomen als een vogel uit den strik der vogel-vangers, de strik is gebrooken, en wy zyn ontkomen.

[p. 285]origineel
Spreuken VI: 5.
Reddet u als een Rhee uit de hand [des jaagers:] en als een vogel uit de hand des vogel-vangers.

Jezaias XL: 30, 31.
De jonge zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselyk vallen.
Maar die den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen, zy zullen opvaaren met vleugelen, gelyk de arenden: zy zullen loopen, en niet moede worden, zy zullen wandelen, en niet mat worden.

Klaaglied: III: 40, 41, 42.
Laat ons onze wegen onderzoeken, en doorzoeken, en laat ons wederkeeren tot den HEERE.
Laat ons onze herten opheffen, mitsgaders de handen, tot God in den Hemel, [zeggende,]
Wy hebben overtreeden, en wy zyn wederspannig geweest, [daaom] en hebt gy niet gespaard.

prepostterug  begin  verder