Tot zynder tyd.

Och dat my iemant vleugelen, als eener duive, gave! Ik zoude heene vliegen, waar ik blyven mogte. Ziet, ik zoude verre weg swerven: ik zoude vernachten in de woestyne, Sela.
Psalm LV: 7, 8.
Psalm XXV: 1, 2.
Tot u, ô HEERE, hef ik myne ziele op.
Myn God, op u vertrouw ik, en laat my niet beschaamt worden.
Psalm LXVIII: 14.
Al laagt gy lieden tussen twee rygen van steenen, [zo zult gy doch worden als] vleugelen eener duive, overdekt met zilver; en welker vederen zyn met uitgegravenen geluwen goude.
Psalm CIII: 5.
Die uwen mond verzadigd met het goede: Uwe jeugd vernieuwt als eenes Arends.
Psalm CXXIV: 7.
Onze Ziele is ontkomen als een vogel uit den strik der vogel-vangers, de strik is gebrooken, en wy zyn ontkomen.
Spreuken VI: 5.
Reddet u als een Rhee uit de hand [des jaagers:] en als een vogel uit de hand des vogel-vangers.
Jezaias XL: 30, 31.
De jonge zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselyk vallen.
Maar die den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen, zy zullen opvaaren met vleugelen, gelyk de arenden: zy zullen loopen, en niet moede worden, zy zullen wandelen, en niet mat worden.
Klaaglied: III: 40, 41, 42.
Laat ons onze wegen onderzoeken, en doorzoeken, en laat ons wederkeeren tot den HEERE.
Laat ons onze herten opheffen, mitsgaders de handen, tot God in den Hemel, [zeggende,]
Wy hebben overtreeden, en wy zyn wederspannig geweest, [daaom] en hebt gy niet gespaard.