terug  begin  verderprepost
[p. 294]origineel

De Swaan.

Wit, is de rechten aard.




illustratie


Wast my wel van myne ongerechtigheid: en reinigd my van myne zonde.
Psalm LI: 4.

Ontzondigt my met yzop, en ik zal rein zyn: wast my, en ik zal witter zyn als sneeuw.
Vers 9.

[p. 295]origineel
Verandering, Verhoogd een ding.
 
De Water-vogel, uit het oever-nest gebooren,
 
Komt by der Jeugd van hoofd tot voet in 't graauw te vooren:
 
Zo wast hy op, en word met grootheid aangedaan;
 
Maar is, eerlang, als sneeuw; een-schoone witte Swaan.
 
Bespiegeld u, ô Jeugd, op 's werelds weelden stroomen,
 
In 't haat'lyk zonden graauw, tot jaargetal gekomen:
 
Al groot en oud genoeg, om in dat kleed te gaan,
 
Veranderd uw gewaad, en doet de witheid aan.
 
Die eed'le witheid, van het Zielen Heil der deugde,
 
Behaag'lyk in Gods oog, en d'Eng'len tot een vreugde.
 
Dan zal de Koning van het hemelse Paleis,
 
U in den Lusthof van het Zalig Paradys,
 
Doen zwemmen, op't Christal, der klaare waterbeeken,
 
Langs geur'ge boorden, zeer behaag'lyk heen gestreeken;
 
Om nooit te hong'ren, wyl daar uw begeerte vind,
 
Wat u gedachte tot verzadiging bemind:
 
En nooit zal u een hand tot zyne spys bereiden,
 
Maar eeuwig, eeuwig zal u leeven zich vermeiden.
[p. 296]origineel
 
Pluis dan de eerste veer, op dat zy heene dryf
 
En aangenaamer pluim bedekke uw gantse lyf;
 
Want buiten deze staat, zyt gy een misbehaagen,
 
In waardige oogen, die uw ongedaante zagen.
 
Gelyk de Swaan in 't graauw, geen rechte Swaan gelykt,
 
Zo lykt de mensch geen mensch, eer hy de deugd bereikt.

Psalm XXXVII: 27.
Wykt af van het quaade, en doet het goede; en woond in eeuwigheid.

Prediker IX: 8.
Laat uwe kleederen t'aller tyd wit zyn: ende en laat op uwen hoofde geen olie ontbreeken.

Jezaias I: 16, 17, 18.
Wasset u, reinigt u, doet de boosheid uwer handelingen van voor myne oogen weg, laat af van quaad te doen.
Leert goet doen, zoekt het recht, helpt den verdrukten: doet den Weezen recht, handeld de twistzaake der Weauwen.
Komt dan, en laat ons t'zaamen rechten, zeid de HEERE: Al waaren uwe zonden als scharlaken, zy zullen wit worden, als sneeuw, al waaren zy rood, als karmozyn, zy zullen worden als [witte] wolle.

[p. 297]origineel
Ephezen IV: 22, 23, 24.
[Te weeten] dat gy zoudet afleggen, aangaande de voorige wandelinge, den ouden mensche, die verdorven word door de begeerlykheden der verleidinge:
En dat gy zoudet vernieuwt worden in den geest uwes gemoeds:
En den nieuwen mensche aandoen, die na God geschaapen is in waare rechtvaardigheid en heiligheid.

Kolossensen III: 8, 9, 10.
Maar nu legt ook gy dit alles af, [namelyk] gramschap, toornigheid, quaadheid, lasteringe, vuil spreeken uit uwen mond.
En liegt niet tegen malkanderen, dewyle gy uit gedaan hebt den ouden mensche met zyne werken:
En aangedaan hebt den nieuwen [mensche] die vernieuwt word tot kennisse, na het evenbeeld des geenen die hem geschaapen heeft.

1 Petrus I: 22, 23.
Hebbende [dan] uwe zielen gereinigd in de gehoorzaamheid der waarheid, door den Geest, tot ongeveinsde broederlyke liefde, zo hebt malkanderen vuuriglyk lief uit een rein herte:
Die gy wedergeboren zyt niet uit vergankelyken, maar [uit] onvergankelyken zaade, door het levende en eeuwig-blyvende woord Gods.

prepostterug  begin  verder