Wit, is de rechten aard.

Wast my wel van myne ongerechtigheid: en reinigd my van myne zonde.
Psalm LI: 4.
Ontzondigt my met yzop, en ik zal rein zyn: wast my, en ik zal witter zyn als sneeuw.
Vers 9.
Psalm XXXVII: 27.
Wykt af van het quaade, en doet het goede; en woond in eeuwigheid.
Prediker IX: 8.
Laat uwe kleederen t'aller tyd wit zyn: ende en laat op uwen hoofde geen olie ontbreeken.
Jezaias I: 16, 17, 18.
Wasset u, reinigt u, doet de boosheid uwer handelingen van voor myne oogen weg, laat af van quaad te doen.
Leert goet doen, zoekt het recht, helpt den verdrukten: doet den Weezen recht, handeld de twistzaake der Weauwen.
Komt dan, en laat ons t'zaamen rechten, zeid de HEERE: Al waaren uwe zonden als scharlaken, zy zullen wit worden, als sneeuw, al waaren zy rood, als karmozyn, zy zullen worden als [witte] wolle.
Ephezen IV: 22, 23, 24.
[Te weeten] dat gy zoudet afleggen, aangaande de voorige wandelinge, den ouden mensche, die verdorven word door de begeerlykheden der verleidinge:
En dat gy zoudet vernieuwt worden in den geest uwes gemoeds:
En den nieuwen mensche aandoen, die na God geschaapen is in waare rechtvaardigheid en heiligheid.
Kolossensen III: 8, 9, 10.
Maar nu legt ook gy dit alles af, [namelyk] gramschap, toornigheid, quaadheid, lasteringe, vuil spreeken uit uwen mond.
En liegt niet tegen malkanderen, dewyle gy uit gedaan hebt den ouden mensche met zyne werken:
En aangedaan hebt den nieuwen [mensche] die vernieuwt word tot kennisse, na het evenbeeld des geenen die hem geschaapen heeft.
1 Petrus I: 22, 23.
Hebbende [dan] uwe zielen gereinigd in de gehoorzaamheid der waarheid, door den Geest, tot ongeveinsde broederlyke liefde, zo hebt malkanderen vuuriglyk lief uit een rein herte:
Die gy wedergeboren zyt niet uit vergankelyken, maar [uit] onvergankelyken zaade, door het levende en eeuwig-blyvende woord Gods.