Ziet wat de vinger wyst.

Dan zal de trotse aanstooten en vallen, en daar en zal niemant zyn die hem oprichte: Ja ik zal een vuur aansteeken in zyne steden; dat zal alle plaatsen rondom hem verteeren.
Jeremias L: 32.
Jezaias I: 31.
En de sterke zal weezen tot grof vlas, en zyn werkmeester tot een vonke, en zy zullen beide t'zaamen branden, en daar en zal geen uitblusser weezen.
En Kapittel XXXIII: 12.
En de Volkeren zullen zyn [als] de verbrandinge des kalks: [als] afgehouwene doornen zullen zy met den vuure verbrand worden.
En Kapittel XXXIV: 9.
En haare beeken zullen in pik verkeert worden, en haar stof in zwavel: Ja haare aarde zal tot brandende pik worden.
Joel II: 1, 2, 3.
Blaazet de Bazuine te Zion, en roept luide op den berg myner heiligheid, laat alle inwoonders des lands beroert zyn: want de dag des HEEREN komt, want hy is naby.
Een dag van duisternisse en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, als de dageraad uitgespreid over de bergen: een groot en machtig volk, desgelyken van ouds niet geweest en is, en na het zelve niet meer en zal zyn tot in jaaren van veele geslachten.
Voor het zelve verteert een vuur, en achter het zelve brand eene vlamme: het land is voor het zelve als een Lusthof, maar achter het zelve een woeste wildernisse, en ook en is 'er geen ontkomen van het zelve.
Malachias IV: 1.
Want ziet, die dag komt brandende als een oven: dan zullen alle hoogmoedige, en al wie godloosheid doet, een stoppel zyn, en de toekomstige dag zal ze in vlamme zetten, zeid de HEERE der heirschaaren, die hen noch wortel, noch tak laaten en zal.
Hebreen X: 26, 27.
Want zo wy willens zondigen, na dat wy de kennisse der waarheid ontfangen hebben, zo en blyft daar geen slacht offer meer over voor de zonde:
Maar een schrikkelyke verwachtinge des oordeels, en hitte des vuurs dat de tegenstaanders zal verslinden.