Gevaar van onder en boven.

En daar zullen groote aardbeevingen wezen in verscheiden plaatsen, en hongersnooden, en pestilentien: daar zullen ookschrikkelyke dingen, en groote teekenen van den hemel geschieden.
Lukas XXI: 11
Psalm CIV: 12.
Als hy de aarde aanschouwt zo beeft zy: als hy de bergen aanroert, zo rooken zy.
Nahum I: 5, 6, 7.
De bergen beeven voor hem, en de heuvelen versmelten: en de aarde licht haar op voor zyn aangezichte; en de wereld en alle die daar in woonen.
Wie zal voor zyne gramschap staan? en wie zal voor de hittigheid zynes toorns bestaan? zyne grimmigheid is uitgestort als vuur, en derotssteenen worden van hem vermorselt.
De HEERE is goed, hy is ter sterkte in den dag der benaauwtheid, en hy kend die, die op hem betrouwen.
Hebreen XII: 26, 27, 28, 29.
Wiens stemme doe de aarde beweegde: maar nu heeft hy verkondigd, zeggende, Noch eenmaal zal ik beweegen, niet alleen de aarde maar ook den hemel.
En dit [woord], Noch eenmaal, wyst aan de veranderinge der beweegelyke dingen, als welke gemaakt waaren, op dat blyven zouden de dingen die niet beweeglyk en zyn.
Daarom alzo wy een onbeweeglyk Koningryk ontfangen, laat ons de genade [vast] houden, door dewelke wy welbehaagelyk Gode mogen dienen, met eerbiedinge en Godvruchtigheid.
Want onze God is een verteerend vuur.