Is dat des Lams aard?

Ik zal u-lieden ook ten zwaarde tellen, dat gy alle u ter slachtinge zult krommen, om dat ik hebbe geroepen, maar gy en hebt niet geantwoord, Ik gesprooken hebbe, maar gy en hebt niet gehoord, maar hebt gedaan dat quaad was in myne oogen, en hebt verkooren 't geene daar ik geenen lust aan en hebbe.
Jez: LXV: 12.
Levitikus XIX: 18.
Gy en zult niet wreeken, nochte [toorn] behouden tegen de kinderen uwes volks; maar gy zult uwen Naasten lief hebben als u zelven: Ik ben de HEERE.
Jezaias X: 5.
Wee den Assirier, [die] de roede mynes toorns is, en myne grimmigheid is een stok in haare hand.
Ezechiel XIV: 17, 18.
Of, [als] ik het zwaard brenge over dat zelve land, en zegge, Zwaard, gaat door, door dat land, zo dat ik daar van uitroeije menschen en beesten:
Of schoon die drie mannen in 't midden des zelven waaren, [zo waarachtig als ik] leeve, spreekt de Heere HEERE, zy en zouden zoonen, noch dochteren bevryden, maar zy zelve alleene zouden bevryd worden.
En Kapittel XXI: 9, 10, 11, 12.
Menschen kind, propheteert, en zegt, Alzo zeid
de HEERE: Zegd, het zwaard, het zwaard is gescherpt, en ook gevaagt.
Het is gescherpt, op dat het eene slachtinge slachte; het is gevaagt, op dat het eenen glinster hebbe: of wy [dan] zullen vrolyk zyn? het is de roede myns zoons, die alle hout versmaad.
En hy heeft het zelve te vaagen gegeeven, op dat men 't met de hand handelen zoude: dat zwaard is gescherpt, en dat is gevaagd, om 't zelve in de hand des doodslagers te geeven.
Schreeuwd en huild, ô menschen kind, want het zelve zal zyn tegen myn volk, 't zal zyn tegen alle de Vorsten Israëls: verschrikkingen zullen van wegen het zwaard by myn volk zyn: daarom klopt op de heupe.
Mattheus V: 43, 44.
Gy hebt gehoord dat'er gezegd is, Gy zult uwen naasten lief hebben, en uwen vyand zult gy haaten.
Maar ik zegge u, Hebt uwe vyanden lief, zegendze die u vervloeken, doet wel den geenen die u haaten, en bid voor de geene die u geweld doen, en die u vervolgen.
En Kapittel XXVI: 52.
Doe zeide Jezus tot hem, Keert uw' zwaard weder in zyne plaatse: want alle die het zwaard neemen, zullen door het zwaard vergaan.