Niet als de Dieren.

[Maar] ik zal u aangezicht in gerechtigheid aanschouwen, ik zal verzaadigt worden met u beeld, als ik zal opwaaken.
Psalm XVII: 15.
En gelykerwys wy het beeld des aardsen gedraagen hebben, [alzo] zullen wy ook het beeld des hemelsen draagen.
1 Kor: XV: 49.
Genesis I: 26.
En God zeide: Laat ons Menschen maaken, na onzen beelde, na onze gelykenisse; en dat zy heerschappje hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de geheele aarde, en over al het kruipende gedierte, dat op der aarde kruipt.
2 Korinthen III: 18.
En wy alle met ongedekten aangezichte de heerlykheid des Heeren [als] in eenen spiegel aanschouwende, worden [na] het zelve beeld in gedaante veranderd, van heerlykheid tot heerlykheid, als van des Heeren Geest.