Terwyl 't u beuren mag.

Daarom gelyk de Heilige Geest zegd, Heden indien gy zyne stemme hooret, Zo en verhard uwe herten niet, gelyk [het geschiet is] in de verbitteringe, ten dage der verzoekinge, in de waestyne.
Hebr: III: 7, 8.
Psalm XXXIV: 9, 10, 11.
Smaakt, en ziet, dat de HEERE goed is: welgelukzalig is de man, [die] op hem betrouwt.
Vreest den HEERE, gy zyne Heiligen; want die hem vreezeen en hebben geen gebrek.
De jonge leeuwen lyden armoede, en hongeren: maar die den HEERE zoeken hebben geen gebrek van eenig goed.
Jezaias XLIX: 8, 9, 10.
Alzo zeid de HEERE, In den tyd des welbehaagens hebbe ik u verhoord, en ten dage des Heils hebbe ik u geholpen: en ik zal u bewaaren, en ik zal u geeven tot een verbond des volks, om het aard-
ryk op te richten, om de verwoeste erffenissen te doen be-erven:
Om te zeggen tot de gebondene, Gaat uit: tot die die in duisternisse zyn, Komt te voorschyn: zy zullen op de wegen weiden, en op alle hooge plaatsen zal haare weide weezen.
Zy en zullen niet hongeren, noch dorsten, en de hitte, en de zonne en zalze niet steeken: want haaren Ontfermer zalze leiden, en hy zalze aan de springaders der wateren zachtkens doen leiden.
En Kapittel LV: 6.
Zoekt den HEERE terwyle hy te vinden is: roept hem aan terwyle dat hy naby is.
2 Korinthen VI: 1, 2.
En wy [als] mede arbeidende bidden u ook dat gy de genade Gods niet te vergeefs en moogt ontfangen hebben.
Want hy zegt, In den aangenaamen tyd hebbe ik u verhoord, en in den dag der zaligheid hebbe ik u geholpen: ziet nu is 't de wel aangenaame tyd, ziet nu is 't de dag der zaligheid.
Galaten VI: 9, 10.
Doch en laat ons goet doende niet vertraagen: want te zyner tyd zullen wy maaijen, zo wy niet en verslappen.
Zo dan terwyle wy tyd hebben, laat ons goed doen aan alle, maar meest aan de huisgenooten des geloofs.