Het boek der natuur


auteur: Jacob van Maerlant


editeur: Peter Burger


bron: Jacob van Maerlant, Het boek der natuur (ed. Peter Burger) Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 1995 (tweede druk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 187]

Autoriteiten

In deze lijst zijn de namen van personen en de titels van boeken opgenomen die meer dan eenmaal genoemd worden in de tekst. De overige worden toegelicht in het commentaar bij het trefwoord waaronder ze voorkomen. Een aantal auteurs en werken komt uitgebreider ter sprake in het nawoord.

 

Adelinus - Aldhelmus van Malmesbury (circa 640-709), Engels dichter en bisschop. Auteur van het Liber monstrorum (een boek over wonderbaarlijke volkeren) en van Latijnse raadsels in versvorm, die onder meer op dieren, planten en stenen betrekking hebben.

 

Aelianus (circa 175-235) - Romeins schrijver, bijgenaamd Honingtong om zijn beheersing van het Grieks, de taal waarin hij Over de aard van de dieren schreef, een verzameling moraliserende vertellingen.

 

Albertus Magnus (1193 of 1206/1207-1280) - Dominicaan, van 1260 tot 1262 bisschop van Regensburg. Theoloog, filosoof en beoefenaar van de natuurwetenschappen. Doceerde onder andere in Keulen en Parijs. Baseerde zich op Aristoteles, die hij in de christelijke wetenschap poogde in te passen. Over de natuur handelt zijn De animalibus.

 

Ambrosius (circa 339-397) - Kerkvader, bisschop van Milaan. Schreef in navolging van Basilius een werk over de zes scheppingsdagen, Hexaëmeron (‘de scheppingsgeschiedenis’).

 

Aristoteles (384-322 v.Chr.) - Filosoof en beoefenaar van de natuurwetenschappen. Zijn biologische werk berust voor een belangrijk deel op eigen waarneming en onderzoek. Pas tegen

[p. 188]

1220 verschenen zijn geschriften over zoölogie weer in het Westen. Michael Scotus vertaalde de delen De geschiedenis der dieren, De lichaamsdelen der dieren en De voortplanting der dieren samen als De animalibus (‘Over dieren’).

 

Augustinus (354-430) - Kerkvader en bisschop van Hippo (N.-Afr.). Zijn hoofdwerk is De stad van God (412-426).

 

Basilius Magnus (circa 330-379) - Grieks kerkvader en bisschop, auteur van een werk over de zes scheppingsdagen, de Hexaëmeron.

 

Experimentator - Tot op heden ongeïdentificeerd boek.

 

Glosse - De Glossa ordinaria, vroeg-twaalfde-eeuwse verzameling aantekeningen tussen de regels en in de marge van de Vulgaat, ontleend aan de bijbelcommentaren van de kerkvaders en van middeleeuwse theologen. In de dertiende eeuw het standaardcommentaar op de bijbel.

 

Hieronymus (circa 347-419/420) - Kerkvader en filoloog. Zijn bijbelvertaling is bekend als de Vulgaat. Schreef een groot aantal andere werken, waaronder bijbelcommentaren en heiligenlevens.

 

Isidorus van Sevilla (circa 565-636) - Aartsbisschop van Sevilla. Voltooide in 620 zijn Etymologieën, een encyclopedie die alle gebieden van de toenmalige wetenschap beslaat. Deze compilatie, die in de middeleeuwen in zeer hoog aanzien stond, was van groot belang als bron van kennis omtrent de wetenschap der oudheid.

 

Jacobus van Vitry (circa 1165-1240) - Van 1216 tot 1228 bisschop van de kruisvaardersstad Akko in Palestina, later kardi-

[p. 189]

naal en lid van de Romeinse curie. Schreef Historia Oriëntalis, een werk over de geschiedenis, geografie en natuur van het Heilige Land.

 

Koiranides - Griekse compilatie in vier boeken uit de Romeinse keizertijd, eertijds toegeschreven aan de legendarische Perzische koning Kyranos, handelend over geneesmiddelen en talismans die vervaardigd kunnen worden met behulp van planten, dieren en edelstenen.

 

Liber rerum - Tot op heden ongeïdentificeerd werk.

 

Physiologus - ‘De natuurkundige’. Verzameling beschrijvingen van dieren, planten en stenen, elk gevolgd door een christelijke moraal, rond 200 op schrift gesteld in Alexandrië. Voorloper en basis van het middeleeuwse bestiarium.

 

Plinius (23 of 24 na Christus-79) - Gaius Plinius Secundus Maior, militair, magistraat en schrijver. Zijn Natuurlijke historie (37 delen) vormde voor de natuurbeschrijvers na hem eeuwenlang een van de belangrijkste bronnen.

 

Solinus (derde eeuw) - Gaius Iulius Solinus, auteur van Collectanae rerum memorabilium (Verzameling van Gedenkwaardigheden), een wereldreis die begint in Rome, grotendeels gebaseerd op Plinius’ Natuurlijke historie. Een bewerking, getiteld Polyhistor (‘de veelverteller’), was in de middeleeuwen zeer populair.

 

Thomas van Cantimpré (circa 1201-circa 1270) - Dominicaan, afkomstig uit de omgeving van Brussel. Hij werd in 1217 augustijner koorheer in Cantimpré bij Cambrai en rond 1230 dominicaan te Leuven. Leerling van Albertus Magnus, die zelf voor zijn boeken over dierkunde veel aan Thomas te danken

[p. 190]

heeft. Schreef een aantal heiligenlevens en een verzameling exempelen (in het Middelnederlands vertaald als Het biënboec). Zijn omvangrijkste werk is het Liber de natura rerum (‘Boek over de aard der - geschapen - dingen’), geschreven van 1233 tot 1248, een allesomvattende compilatie op het gebied van de natuurwetenschappen, bestemd voor geestelijken en kloosterlingen. Jacob van Maerlant bewerkte dit boek tot Der Naturen Bloeme.