Ander Sonnet.
- Glijck Fransman pronckt, en breydt sijn tael nae macht,
- So d'ons' ooc doet, en wilt vertaelt uytgeven
- Poëten oudt, in Druck, vry bin u leven:
- Oft onverstandt al laeckt, sulcx niet en acht.
- Als Coornhert en Ghistel: maer en tracht
- Versieren gheen sluyt-reghels soo beneven
- Den text, om puer te weten wat gheschreven
- Heeft u Poeet. Ick hebs my oock ghewacht.
- Dan heb ghestelt al willens, t'gheen' redijten
- Men noemen plach: hoe't zy, elck wil bevlijten
- Tot beter doen, eer hy met ander geckt.
- Men vindt een volc die haest wat neder smijten:
- Bot, waenwijs aert, en is maer schimpich bijten,
- Zijn uyl hoe vuyl hem edel Valck bestreckt.
-
- Een is nodich.
|