Het schilder-boeck


auteur: Karel van Mander


bron: Karel van Mander, Het schilder-boeck (facsimile van de eerste uitgave, Haarlem 1604), Davaco Publishers, Utrecht 1969  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

T'leven van Tomas, toegenaemt Giottino, Florentijnsch Schilder.

Wanneer onder ander Consten, de ghene die uyt der Teycken-const ontstaen, worden van den Constenaers gheoeffent om strijdt, oft om te best: sonder twijffel, de goede gheesten met vlijtich ondersoecken baren, en brengen daghelijcx nieuwe fraey dingen in't licht, tot vermakinge, en voldoeninge der verscheyden ghesintheden, oft apetijten der Menschen. En om te spreken van t'schilderen, eenige makende welgeschaduwde en overschaduwde ongewoon dingen, doen in't verdonckeren claerlijck blijcken hunnen gheest en verstandt: Ander, werckende veel soeter en delicater, meenen also den aenschouwer behaeghlijcker te wesen: Ander, hun verwen vlack legghende, en wel verwerckende, het licht en de verdiepinge der figueren op hun plaetsen sekerlijck ghevende, verdienen grooten lof, toonende met groote behendicheyt des gheests t'beloop huns begrijps en verstants: ghelijck met een soete maniere altijts in zijn wercken ghedaen heeft Tomas Giottino, welcken gheboren Ao. 1324. nae dat hy met Steffaen zijn Vader had aenghevangen te leeren de beginselen der Const van schilderen, nam vooren, te willen naevolghen de handelinghe van

[fol. 101v] origineel

Giotto, t'welck hem eyndelijck wel gheluckte: want by Giotto leerende, vercreegh een beter manier van wercken als zijn Meester, en oock den toenaem Giottino, die hem noyt ontviel: hy werdt oock van velen miswaent, den soon van Giotto. Hy was seer vlijtigh en lieflijck van wercken, hoewel men niet veel van hem meer en siet. De selve wercken, die in wesen zijn, met een goede maniere ghedaen, om dieswille dat de lakens, hayr, baerden, en ander dingen, zijn soo vloeyende, glat en aerdigh, datmen seggen magh, dat hy de stucken der welstandicheyt onser Consten, eerst ten rechten versamelt en vereenight heeft. Onder ander veel wercken maeckte hy een stuck, tot verachtinghe van eenen Hertogh van Athenen, met zijnen aenhangh: Den Hertogh maeckte hy om *t'hooft een deel Gieren en Roofvogels, een dingen (mijns achtens) de Const tot oneere, daer yeder hem voor te wachten heeft, latende Princen, die Godt verordineert heeft Princen en Heeren, in hun weerde blijven. Een Tafel van Eyverwe maeckte hy, en daer in eenen dooden Christum, met schreyende Marien, verselt met Nicodemus, en ander figueren, die alle met soeter actitude dese doot beclaghen en beweenen, met verscheyden beweginghe der handen: oock in d'Aensichten is bewijslijck te sien, de bitter droefheyt die sy hebben, dat onse zonden soo dier hebben moeten betaelt wesen: een sake hooghlijck te verwonderen: niet alleen, dat hy met zijnen gheest soo hooge inbeeldinge doorgegront heeft: maer dat hy't met den Pinceel soo levendich voor ooghen conde stellen. En is t'Aenmercken dit, niet alleen d'Inventie, oft den sin der uytbeeldinge: * maer dat desen Constenaer, in de weenende tronien, al ist dat de trecken der wijnbrauwen, oock in ooghen, neus en mondt, crom loopen, de schoonheyt en vriendelijckheyt, die in't schreyen dickwils verdorven wort, noch in gheheel blijven: waer in lichtelijck dolen soude, die der Const niet wel en is ervaren: doch Giottino, mits hy meer nae eere als ghewin begeerigh was, en meer een ander als sich selven te behagen socht, was vlijtigh, en in alles aendachtigh. Desen dan weynich lettende op t'gemack zijns levens, veel moeyten hem onderwerpende, starf van teeringhe, t'zijnen 32. Iaren.