Het schilder-boeck


auteur: Karel van Mander


bron: Karel van Mander, Het schilder-boeck (facsimile van de eerste uitgave, Haarlem 1604), Davaco Publishers, Utrecht 1969  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Het leven van Sebastiaen del Piombo, Venetiaen Schilder.

Van grooten vermogen is den eergierigen ijver oft jaloursije, die heymelijck de herten beroert tusschen twee overvlieghende Constenaers, om merckelijck malcander t'overwinnen: gelijck (ick achte) is gheweest tusschen Raphael van Vrbijn en Michael Angelo: welcken Angelo schijnt wel, om den roem Raphaelis te verdonckeren, heeft geheel ghesocht te voorderen eenen Sebastiaen van Venetien, die tot Venetien een Musicien en Luytslager was, en creegh sin aen de Schilder-const, nemende zijn begin by Ioan Bellino, die doe seer oudt was: van daer by Giorgion, wiens maniere hy redelijck volghde: maer ghewende hem seer te conterfeyten nae t'leven, en worde van Augustijn Gigi te Room gebracht, om de Const, oock om zijn fraey Luytspelen, en soete conversatie. Onder ander maeckte hy yet van Olyverwe, op zijn Giorgions, wat poeselich, dat te Room seer worde ghepresen. Onder des worde Raphaels dingen, om de groote gracelijckheden, boven de diepsinnige ghestudeerde van Michael Angelo ghepresen. Waer op t'volck het vonnis van Sebastiaen begeerende, hoorden hem daer anders van spreken, seer hoogh Michael Angelo verheffende, latende evenwel Raphael zijn gracelijckheyt behouden. Hierom wiert t'herte van Michael Agnolo tot hem gheneghen, dat hy hem heel in berscher-

[fol. 138v] origineel

minghe nam, hem altijt voorderde, alle zijn Cartoenen selfs maeckte, en zijn dinghen listigh als eenen derden seer hooghlijck altijt prees. Hier door worde hem doen maken van een Bisschop, seer groot by den Paus wesende, een Tafel met eenen dooden Christus, en een Marie-beeldt weenende, en een schoon verduystert Landtschap. Dit met Michael Agnels Carton gedaen, worde soo ghepresen, dat hem van eenen Pier Francisco Borgerini worde besteedt een Capelle op S. Pieter Montorio, ter rechter handt soo men in comt. Hy hadde ghevonden * een fraey maniere, om de mueren te bereyden, tegen alle vochticheyt, om van Olyverwe daer op te wercken, bereydende dat steenkalck met Mastijck en Griecksche peck t'samen ghesmolten, en streeck het op den muer, effenende dit dan met een mengsel van roodtachtich kalck, soo dat zijn coleuren, bysonder den Christus aen de Colomne, onverandert blijven. Michael Agnelo was hem hier seer behulpich, boven dat hy hem de teyckeninge in cleen hadde gemaeckt, heeft hy selve den heelen omtreck van den Christus gedaen: In dit werck zijn onder ander schoon tronien, handen, en voeten. Desen Christus, waer hy al van Sebastiaen, al hadde hy zijn leven niet meer ghedaen, hy waer weerdich onder de beste Constenaers te zijn vermaert. In de selve Capelle zijn in fresco noch eenighe fraey Figueren: in't welfsel, de Transfiguratie: beneden op weersijden, S. Pieter, en S. Franciscus. Hiervan worde hij seer gheacht en vermaert, alhoewel hy aen dit weynigh werck ses Iaer doende was. Hy maeckte een Tafel van Olyverwe, niet sonder t'voorgaende behulp van Michel Angelo, een verweckinge van Lasarus, seer vlijtigh ghedaen. Dese Tafel, Raphael overleden wesende, worde ghestelt in't Consistorie, tot een Paragon teghen de Tafel die Raphaels leste werck was, te weten, de Transfiguratie: Sy werden beyde seer, doch Raphaels (om de gracelijckheyt) meest, gepresen. Raphaels wiert gecopieert, en nae Vranckrijck te Narbonen ghesonden: maer de principale tot S. Pieter Montorio gestelt. Sebastiaen was seer langsaem, en traegh aan t'werck te brengen, dat zijn wercken somtijts anderen ghegheven werden: Onder ander tot S. Maria de Anima, daer Meester Michiel van Mechelen d'History van S. Barbara in't nat dede, en voor goet werck op d'Italiaensche maniere ghepresen worde. Het soude te langh vallen, te verhalen alle de Conterfeytselen die Sebastiaen dede, waer in hy geenen tweeden oft zijns ghelijcken en hadde van weldoen: en ghelijcken, oock handen, sijden, fluweelen, pelterijen, rassen, en verscheyden lakens, seer levende te maken. Hy bracht op, * op harde steenen te schilderen, met zijn voorverhaelde misture eenen grondt leggende: voort schilderde op platen van Goudt, Silver, en Coper. Hy ghecreegh, door gonst van eenen Bisschop van Vasona, van Paus Clemens het Officie del Piombo, daer Ioan da Vdine op most sien, die zijn Heylicheyt wonder veel dienst hadde ghedaen, dan hy creegh een pensioen van drie hondert Croonen. Doe Sebastiaen dit Officie hadde, verminderde zijn vlijt in de Const, en hadde genuechte in goede dagen te nemen, den tijdt met praten door te brenghen, en versen te maken alst te pas quam. Hy seyde: Nu ick middel om te leven hebbe, en wil ick niet doen, dewijle datter nu zijn, die in twee maenden maken, daer ick wel twee Iaer aen pleegh te doen: en ick meen, soo ick yet leven mach, dat ick noch alle dinghen sal sien beschildert, en meer sulcke propoosten. Hy die altijt seer groote vrientschap hadde met Michael Angelo, verloor de selve, om dat hy den Paus in't hooft bracht, de facciate van de Capelle

[fol. 139r] origineel

te maken van Olyverwe, en hadde de selve daerom op zijn maniere doen toemaken, daer Michael Angel qualijck om te vreden was, segghende: dat Olyverwe maer Vrouwen werck, dan op't nat kalck, Mans werck was: Doe was hy tot zijn doot toe schier altijts in qua gratie by Michael Angelo. Sebastiaen starf van een heete Coorts, Ao. 1547. oudt 62. Iaer.