Het schilder-boeck


auteur: Karel van Mander


bron: Karel van Mander, Het schilder-boeck (facsimile van de eerste uitgave, Haarlem 1604), Davaco Publishers, Utrecht 1969  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Het leven van den uytnemenden Schilder, Ian van Calcker.

Onder alle begonstighde van der Natueren, oft die onder alle onse Nederlanders scheen den uytvercorensten te wesen, om Italien den mondt te stoppen, van soo hooghen roem te laten hooren, dat geen Nederlander haer Italiaensche Hooft-schilders, in de Const van wel schilderen Figueren, noyt heeft niet alleen overtroffen, maer oock niet gelijck geweest: dat is (mijns achtens) gheweest den uytnemenden constighen Ioan van Calcker, wiens weerde in de Const ick niet en weet hoe luydtstemmigh ghenoech uytblasen nae verdienst: dan my jammert van sulck besonder Meester soo weynigh bescheyt te hebben. Hy is gheboren in't Landt te Cleef, in de stadt Calcker: maer waer hy eenigh voorbeeldt hadde, dat hem tot de Const door drijvinghe der jonstigher Natuer verweckte, oft by wien hy zijn begin ghehadt heeft, weet ick niet: dan dat hy ontrent het Iaer 1536. oft 37. woonde te Venetien, en was wech ghetrocken, oft hadde daer zijn wesen met een dochter van Dordrecht,

[fol. 218r] origineel

welcks Ouders huys een moortkuylsche Herberghe was, ghelijck in't leven van Hemskerck wordt verhaelt. Hy was te Venetien een weerdigh Discipel van den grooten Titiaen, welcks manier van schilderen hy niet alleen nae en volghde, maer soo achterhaelde, datmen hun handelingen ten lesten niet wist t'onderscheyden: want Goltzius, wiens oordeel ick wel vertrouwen soude, wesende te Napels, werden hem laten sien eenighe Conterfeytselen, en voeghde stracx daer by te segghen, dat is van Titiaen. De Schilders die by hem waren seyden: Ghy hebt recht en wel geoordeelt, nochtans en ist van hem niet, maer van Ian van Calcker, wiens handelinghe die van Titiaen soo eygentlijck gelijck is, datse den Const-verstandigen van der Weerelt niet soude weten t'onderscheyden: want nae Vasarij ghetuyghnis, die hem te Napels hadde gekent, en conde men zijn manier van wercken voor geen Nederlandtsche aensien. Hy was oock wonder uytnemende van te handelen met Crijt en met de Pen, heel cloeck artserende, waer in hy Titiaen oock seer ghelijck was, oft niet van handel t'onderscheyden. Hy is de ghene geweest, die dat weerdich Boeck voor den Anatomist Vesalius heeft gheteyckent: welcke beelden seer uytnemende van hem ghehandelt zijn, en ghetuyghen, wat een uytmuntigh Nederlander hy is gheweest in onse Const. Oock heeft hy geteyckent al, oft meest alle de Conterfeytsels der Schilders, Beeldt-snijders, en Architecten van Italien, in de Boecken van Georgius Vasarius, die ook heerlijck, en met een vaste handt stoutlijck en wel ghehandelt zijn, wesende dinghen die met Menschen handen niet en zijn te verbeteren. Dan tot een claeghlijck jammer der Schilder-const, en de eere onser Nederlanden schade, is noch jongh wesende, doch rijp in de Const, ghestorven binnen Napels, ontrent het Iaer ons Heeren 1546.