Het schilder-boeck


auteur: Karel van Mander


bron: Karel van Mander, Het schilder-boeck (facsimile van de eerste uitgave, Haarlem 1604), Davaco Publishers, Utrecht 1969  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Het leven van Henri de Bles, Schilder van Bobines, by Dinant.

Het ghelijckt wel, dat in onbekende oft onvermaerde plaetsen de Natuere somtijts, om toonen datse geen aensien en heeft waer sy haer gaven uytstort, gheneghen is wat nieuws aen te richten, te hebben uyt eensamen hoeck voortghebracht, ghestelt en opgevoert onder de Sterren, oft lichten onser Const, desen Henrijck met de Bles, alsoo gheheeten nae een witte vleck,

[fol. 219v] origineel

oft bles van hayr, die hy voor op t'hooft hadde. Hy is gheboren niet wijt van Dinant tot Bovines, en is alst schijnt een naevolgher gheweest van Ioachim Patenier: En is ghelijck sonder Meester een Meester gheworden, nae dat den gheleerden Lampsonius van hem ghetuyght, segghende: De stadt Dinant heeft een Schilder ghegheven, den welcken den Schilder-dichter heeft gheroemt in zijn naeste ghedichten. De bequaemste ghelegentheyt van t'Vaderlandt self had hem een Constenaer gemaeckt, een Meester nouwlijcx hem leerende. Het cleen Bovinen heeft dit lof benijdt de naest geleghen, en heeft Hendrick voortghebracht, ervaren in Landtschappen te maken: Maer so veel als cleen Bovinen, Dinant en wijckt: soo veel o Ioachim wijckt Hendrick voor u. Van desen Ioachim heb ick weynigh bescheydt: dan zijn wercken, die men te veel plaetsen by den beminders siet, ghetuygen ghenoech, dat hy een Meester is gheweest van groote pacientie oft ghedult, grousaem veel tijdt en werck in zijn dinghen doende, te weten, in Landtschap, en soo in Boomkens, Rootsen, Stedekens, menichte van beeldekens, en derghelijcke, makende veel cleen stucken. Dit was den Meester van den Wl, stellende in al zijn wercken een Wlken, dat somtijts soo verborghen sit, dat de luyden malcander langhe gheven te soecken, en wedden met te connen vinden, en alsoo hun tijt-verdrijf nemen met dit Wl soecken. By den Const-beminder Wijntgis zijn van hem dry Landtschappen seer uytnemende, en een Lotken. T'Amsterdam in de Waermoesstraet tot Marten Papenbroeck is van hem een grootachtich schoon net Landtschap, waer in light eenen Cramer onder eenen boom en slaept, terwijlen zijn een groot deel Apen doende, die al zijn Cramerije voorthalen, en hanghen over al op de boomen, en met hem veel wesen hebben: t'welck by eenighe wort uytgheleyt en verstaen, een spotterije te wesen met den Paus. De Apen souden zijn de Martens, oft Martinisten, Luthers ghesinde, die t'wesen des Paus (datse Cramerije noemen) souden ontdecken: doch moghen dat qualijck duyden, en misschien en hadde Henrick daer sulcx niet mede gemeent: want de Const geen spotster behoorde wesen. Noch is t'Amsterdam by d'Heer Melchior Moutheron een aerdigh cleen stucxken van een Emaus, daer wonder veel cleen wercksken in comt. Voor aen comt het Casteel Emaus, en de Pilgrims in't groot: elder sitten sy ter Tafel. Voorts sietmen in Jerusalem Historien van de Passie, als Ecce Homo, en derghelijcke: verder den Calvary bergh, met t'Crucifix en verrijsnis. By den Keyser en in Italien en ander plaetsen wort zijn dinghen veel ghesien, en besonder in Italien seer begeert: want den Man met het Wlken is seer wijt vermaert.