Het leven van Swart Ian, oft Ian swart, constigh Schilder van Groeninghe.
Vrieslandt en is soo bevrosen niet gheweest, noch soo heel verdort, of daer en is uyt Groeninge, tot
vergroeninge haers roems, ontstaen een heerlijcke spruyt en bloem onser Consten, van soo
deuchtsaem een cracht der roken, datse d'eygen weerdicheyt haers selfs soo heel openbaer maeckt,
dat ick van stinckende versuymlijckheyt te berispen waer, indien ick haren lieflijcken schoonen geur
niet uyt en socht te breyden. Dit is gheweest een Croon onser Schilder-consten, den hoogh gherucht
weerdighen Ian swart, die men veel noemde Swart Ian: desen was gheboren te
Groeninghe in Oost-vrieslandt, en heeft gewoont ter Goude eenighe Iaren, te weten, op den tijt dat
Shoorel quam uyt Italien, dat welck geschiede ontrent het Iaer 1522. oft 23. Desen Swarte
Ian hadde van Landtschap, naeckten en beelden, seer de
handelinge van Schoorel. Hy reysde in Italien: heeft eenighen tijt ghewoont te Venetien, en
bracht gelijck als Schoorel oock een ander manier van wercken hier te Lande, afghescheyden
van de oncierlijcke moderne, meer treckende nae d'Italiaensche. Sijn wercken weet ick met
gheenen vinger te wijsen: dan op datmen soude sien de cracht en deucht zijner Consten, salmen
weten, dat van hem zijn eenighe besonder Hout-printen uytghegaen, als naemlijck, een deel Turcken
te Peerde, met boghen en pijlkokers, die seer aerdigh en gheestigh zijn. Oock een Christi
Predicatie te schepe, met toeluysterende volck: op den voorgrondt eenigh Manneken van achter,
met noch geselschap by, dat oock seer fraey is. Desen Swart Ian had een Discipel geheeten
Ariaen Pietersz. Crabeth: zijn Vader hiet Krepel Pieter. Hy leerde so heel spoedigh,
dat hy noch heel jongh zijnde zijn Meester te boven gingh. Hy reysde in Vranckrijck, en doe hy daer
een weynich tijt had gheweest, is ghestorven in der stadt Autum, t'welck zijner Consten
halven te jammeren was. Daer is noch gheweest een seer constigh dapper Conterfeyter nae t'leven,
Cornelis, gheboren ter Goude, een Discipel van Hemskerck: desen was in zijn jeught
heel dronck-hatigh: maer by den grooten verkeerende in
Hoven, werdt so heel anders, dat self groote dronckaerts van
hem bevreest waren, des het heel met hem verviel, en werdt een brodder, waerom de jeught sulcke
voorbeelden te volgen sal vermijden. Ick mach hier noch van
eenige met eenen verhalen. Daer is noch geweest een fraey
Schilder en Conterfeyter, genoemt Hans Bamesbier, een
Hooghduyts, een Discipel van Lambert Lombardus: desen is in zijn ouderdom oock door den dranck heel slecht