Het schilder-boeck


auteur: Karel van Mander


bron: Karel van Mander, Het schilder-boeck (facsimile van de eerste uitgave, Haarlem 1604), Davaco Publishers, Utrecht 1969  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Het leven van Iaques de Backer, uytnemende Schilder van Antwerpen.

Ghemeenlijck worden beclaeght eenighe, die vroegh uytmuntigh in onse Const zijn geworden, en dat sy, als men noch meerder dinghen van hun verwachten te sien, schielijck en onversiens uyt dit leven weg gherockt en ghenomen worden: gelijck het in ouden en nieuwen tijt dickwils is geschiet, oock over etlijcke Iaren met den vlijtighen en constighen Iaques de Backer: hy was geboren t'Antwerpen. Sijn Vader soude oock een seer goet Schilder zijn gheweest, die om eenigh proces van Iniurien, hem trock onthouden in Vranckrijck, en aldaer is ghestorven. Iaques werdt somtijt gheheeten Iaques van Palermo, nae eenen Antonis Palermo, een Schilder, die oock Coopmanschap dede in schilderije: want Iaques by hem woonde, daer hy nou by werdt ghehouden, en most stadigh seer wercken, soo dat hy door zijn groote neersticheyt wonderlijc vroegh toenam in de Const: waer door Palermo goet voordeel hadde, den welcken de dinghen van Iaques veel schickte nae Vranckrijck, daer sy wel vercocht werden. Doch werdt Iaques van zijn Meester stadigh vermaent dat hy most beter doen: want men zijn dinghen niet vercoopen con, soo dat den knecht (soo men seyt) Peerden arbeydt dede, om yet te maken dat deughde. Hy liet nemmeer tijt verloren gaen, alst hem op heylige daghen mocht ghebeuren, hy teyckende, bootseerde, en practiseerde altijts aen. Hy is eyndlinghe gaen woonen by Hendrick van Steenwijck, volherdende doch stadigh in zijn ghewoonlijcke neersticheyt, soo dat hy door te veel sicten bocken, en t'lichaem te weynigh oeffenen, is onghesont geworden. Eenige meenen, dat hy een beroeringhe heeft ghecreghen, en alsoo soude zijn gestorven: dan ick acht, dat het eenighe longer-sucht, oft eenighe aenwassinghe inwendigh is gheweest: want hy soude zijn memorie noch ghehadt hebben, en stervende in de armen van de dochter van zijn Meester Palermo, zijn vroeghe doot beclaghende, hebben gheseyt: Ick arm Mensch, moet ick soo vroegh sterven: want hy was noch maer 30. Iaer oudt. Hy werdt evenwel opghesneden, dan en weet niet hoe't met hem ghestelt was. Sijn dinghen worden over al seer gesocht en begeert, en vercieren in veel plaetsen der liefhebbers Ca-

[fol. 232r] origineel

binetten oft Cameren. Te Middelborgh by Melchior Wijntgis, zijn van hem dry schoon stucken, eerst een Adam en Eva, een Charitas, en een Crucifix. Tot eenen Sr. Oppenbergh, heb ick ghesien van hem dry stucken van staende beelden, half als t'leven, te weten, Venus, Iuno, Pallas, aerdige standen, met eenige dingen achter, en in den grondt van hun reetschap, cleedinge, oft gedierten. Summa, hy is wel een van de beste Coloreerders die Antwerpen heeft ghehadt, hebbende een vleeschachtighe manier van schilderen, soo niet met enckel wit, maer met carnatie verhoogende, so dat hy onder den Schilders eeuwigh gherucht heeft verdient.