28 interviews
Lidy van Marissing
verantwoording
©
2002 dbnl / Lidy Marissing
[Woord vooraf]
H.C. ten Berge | Poëzie als poolsneeuw
Hugo Claus | ‘Ik heb mijn publiceerdrift inderdaad verloren.’
Aldo van Eyck | ‘De oude stad wordt roekeloos vernietigd.’
Hugo Raes | ‘De lezer moet worden beledigd, aangegrepen, geprikkeld, dooreengeschud.’
Peter Schat | ‘Kunstenaars spelen de rol van hofnar in deze maatschappij.’
Marnix Gijsen | ‘Ik ben een gecamoufleerde romanticus.’
H.U. Jessurun d'Oliveira | Merlyn na de dood van Merlyn
Jacques Hamelink | ‘Ik schrijf mijn eigen inwendige geschiedenis.’
Andreas Burnier | Schrijven om in leven te blijven
Leo Vroman | ‘Een gedicht is een gesprek: de lezer moet iets terug kunnen zeggen.’
George Lampe | ‘Kunstenaars zijn niet veel méér dan klonten in de pap.’
Kees Ouwens: | ‘Ik probeer vat te krijgen op de chaos.’
Jaap Harten | ‘Het verhaal is nooit dood.’
Bert Bakker | Bij zijn afscheid van ‘Maatstaf’
Gerrit Komrij | ‘Ik schrijf nachtlampjespoëzie.’
Michael Tophoff | De schrijver is een argusoog
Sybren Polet | ‘Ik maak geen mens van een romanfiguur.’
Louis Andriessen | ‘Muziek is geordend geluid.’
Jacq Firmin Vogelaar | ‘Literatuur moet de heersende mentaliteit radikaal te lijf gaan.’
Ben d'Armagnac en Gerrit Dekker | ‘We zijn nog nooit zo dicht bij de werkelijkheid gekomen’
K. Schippers | Poëzie als amusement binnen een vierkante millimeter
Ivo Michiels | ‘Mijn obsessie is de literatuur als onderwerp van mijn literatuur.’
Rutger Kopland | De macht en onmacht van woorden
Kees Willemen | Tekenaar van het studentenprotest
William D. Kuik | ‘Ik laat altijd iets groeien uit het verval.’
Kees Vollemans | Kunst in het kapitalisme: aanpassing of verzet?
Teunn | Tekenaar uit zelfbescherming
Rein Bloem | Jager tussen teksten