van de moderne roman staat tegenover het statische karakter van de klassieke roman. Dat zie je ook in mijn boeken. Ik ga daar ook mee dóór.’
Over Lokien zegt hij:
‘Mijn bedoeling is dat zo'n Lokien-figuur alle kanten uit kan. Hij is duidelijk een type hè. Ik maak er geen mens van, wat op zichzelf trouwens onmogelijk is. Wel probeer ik hem binnen het kader van het boek zoveel mogelijk vlees en been mee te geven, zodatie geen schim blijft.
Ik zit in geen van de drie boeken zelf. Er worden mij allerlei dingen in de schoenen geschoven die nergens op slaan. Wat Lokien betreft, met hem identificeer ik mij helemaal niet. Ik vereenzelvig me eerder met thema's en motieven en situaties in die boeken dan met een bepaalde figuur. Toch staan ze niet buiten me, nee. Je projecteert altijd iets van jezelf in de figuren, maar al die figuren sámen zijn een wereld. Met die wereld identificeer ik me. De figuren zijn afsplitsingen van mij, maar ik heb er een weerzin tegen op zo'n smalle basis vastgelegd te worden.’
Over zijn gedichten, waar hij nu na jaren van concentratie op ‘Mannekino’ weer tijd aan wil besteden, zegt hij:
‘Ik mag van mijn uitgever een verzamelbundel maken met een keuze uit voorgaand werk plus het nieuwe werk; ik mag ook eerst met een nieuwe bundel komen. Ik weet nog niet wat ik ga doen. De nieuwe gedichten trekken de lijn van mijn bundel Konkrete poëzie van zes jaar geleden dóór. In de afgelopen jaren heb ik poëtische notities gemaakt. Die ga ik nu uitwerken. Het klikt vrij gemakkelijk in elkaar. Het kost mij geen enkele moeite een gedicht van acht jaar geleden ter hand te nemen, me er in te verdiepen en het af te maken.’
Dank zij een stipendium van de regering kan Polet zich uitsluitend met schrijven bezighouden. Over zijn werkwijze zegt hij:
‘Ik werk veel, regelmatig, heel geregeld. Ik werk lang aan iets, ben jaren met een boek bezig. “Mannekino” heeft me wel heel lang in beslag genomen. Dat kwam door de gecompliceerde structuur van dat boek: ik moest verschillende motieven en ontwikkelingslijnen tegelijk in het oog houden.
Er zijn gedichtencycli waar ik zo'n vijf of acht jaar mee bezig ben. De eerste opzet is er vrij snel, maar dan laat ik het liggen,