aant.1kleine vierkante tuin van het huizencomplex waartoe ook haar kamer behoort. De 2 hooge muren benemen de bloemen beneden haast alle licht. Maar zij, op de hoogste 3 verdieping, ziet ver uit over de daken, die haar in den avond soms een gebergte lijken 4 en soms een kerkhof, waarop de schoorsteenen en de antennes de kruisen zijn. Soms 5 denkt zij aan afbeeldingen van het front met loopgraven, draadversperringen en barri-6cades.... Daar liggen haar dooden: Moeder en Hans misschien en.... - Maar nu schijnt 7 de zon, nu is de Octoberzon zelfs nog zoo warm, ook 's morgens, dat zij haar raam 8 open zet en zich verheugt om het licht. De hemel is wittig, koel-blauw. Duiven klap-9wieken. - En ook zij wordt, uitstarend in den morgen, opgenomen in een blinkend 10 geluk; regent de blijdschap niet van den hemel? Of slaan de vlammen van haar uit naar 11 buiten, en hebben zij allen weemoed verbrand? - Ben ik een sneeuwveld, een zee?....
| c | 4 | de schoorsteenen en de antennes ] de en de omlijnd |
| 6 | Daar [...] misschien en.... OPM: valsch; weg | |
| In de marge aan het slot van hoofdstuk 15 OPM: Waarom is dit hoofdstuk hier gezet? | ||
| 12 | Hierbij in de marge OPM: dit is allemaal even afschuwelijk. Onleesbaar, pedant, onecht. Het is geen vrouw en men ziet haar niet, het is een verliteratuurde encyclopedie, op zichzelf grotesk en zonder eenig belang in de ontwikkeling v/h verhaal. Schrappen! |