aant.4Vera verdeed haar dagen in een bijna werktuigelijke eentonigheid. 's Morgens, na het 5 ontbijt, slenterde zij door de winkelstraten in het hart van de stad en meestal lunchte 6 zij dan, na haar wandeling door de Tiergarten weer in haar hotel in de Victoriastrasse: 7 een enkele keer kwam Hauser reeds tegen koffietijd uit Charlottenburg, waar het 8 laboratorium lag, terug naar Berlijn en maakten zij 's middags een tocht door den 9 omtrek, maar meestal zag zij hem pas tegen den avond in een der groote café's aan 10 den Kurfürstendamm; na den lunch lag zij, droomend of lezend, enkele uren op den 11 divan in haar kamer en liet haar gedachten dwalen over de vele herinneringen, die 12 haar vervulden en over de moeiten, die zij in zichzelf te doorstaan had. Hoe geheel 13 anders was nu haar leven geworden; op reis met Carl Heinrich had dit haar minder 14 getroffen dan thans, nu zij werkloos in datzelfde Berlijn lag, waar zij, een ruim jaar 15 geleden nog maar, dag aan dag al haar krachten omgezet had in arbeid. Had deze 16 voortdurende krachtsinspanning haar methaphysisch geweten - kon men dat zeggen? - 17 verdoofd en haar blik op zichzelve verblind? Of voelde zij, nu zij zoo volstrekt 18 werkeloos leefde, de vage onrust daarvan te sterk doordat zij te weinig afleiding, ver-19plaatsing, vernieuwing onderging? De oude angst, of indien dit te sterk is, de oude 20 bezorgdheid om haar eeuwig heil zooals de oude pastoor het genoemd had, knabbelde 21 aan haar hart. Waarvoor leef ik? Voor Carl. Goed, maar is dat genoeg? Slingerend 22 tusschen bevestiging en ontkenning liet zij den hemel dier trage eerste middaguren 23 over zich heen wentelen en wanneer zij de oogen sloot, zette die wenteling, als van 24 een planetarium, zich binnen haar schedel ononderbroken

aant.1voort en zij had het verbijsterende angstgevoel, dat zij ja of nee moest hebben gezegd 2 voordat Orion boven den horizon uitsteeg - één, twee, drie, vier, vijf, zes ... - of zij 3 zou het trillende evenwicht, dat haar - zij wist niet meer hoe - nog even geschonken 4 werd, onherroepelijk verliezen en wegkantelen in een der peillooze afgronden, die zich 5 links en rechts van haar openden. Maar zij zei ja noch nee. Of zij zei tien maal ja en 6 negen maal nee, totdat de twee woorden waarvan te voren alles had afgehangen, zinne-7loos en gelijkwaardig werden; Orion stond onbewogen in het zenith, de wereld was 8 niet vergaan; zij lag op den divan, kamer 24, Victoriastrasse 17, Berlin. - O, God, 9 beslis het dan toch! Maar zij kende het bijna sarrend onverbiddelijk antwoord: Beslis 10 het zelf. -
| c | 3 | 42 OPM: Dit heele hfdst is mat, en lijkt mij nutteloos. Beter samentrekken met het volgende tot één geserreerd psychologisch ‘stadium’ (van Vera). |
| 15-17 | Had deze [...] verblind? OPM: waarbij methaphysisch tot zeggen? - onderstreept is niet een beetje pedant? kàn wel... | |
| 24 | binnen haar schedel OPM: niet prettig | |
| e | 1-33 | y ] ij |
| 1-2 | monotonie!sMorgens ] monotonie! 's Morgens | |
| 3-4 | wande ling ] wandeling | |
| 5-6 | Charlot tenburg ] Charlottenburg | |
| 6 | enmaakten ] en maakten | |
| 11 | cafe's ] café's | |
| 11 | Kurfürtsendam ] Kurfürstendam | |
| 12 | wasnu ] was nu | |
| 14 | een ruim jaar geleden ] ruim een jaar geleden | |
| 16 | binnen. iets ] binnen, iets | |
| 18 | geloof’ had ] geloof’, had | |
| 18 | gezegd’, toen ] gezegd, toen | |
| 24 | gehoord’ ] gehoord?’ | |
| 25 | jawel had ] jawel, had | |
| 28 | bevestigend ] bevestiging | |
| 32 | toch’. ] toch’, | |
| f | 1 | dagen nu in ] dagen in |
| 1-2 | monotonie! ] monotonie. | |
| 8-9 | op den divan op haar kamer en ] op den divan en | |
| 10 | vervulden, en zag zij hem pas tegen den avond in ] vervulden en pas tegen den avond wachtte zij hem in | |
| 11 | op den Kurfürstendam. ] aan den Kurfürstendamm. | |
| 13-14 | werkeloos in dat zelfde Berlijn lag, waar zij, ruim ] werkeloos leefde in dat zelfde Berlijn, waar zij ruim | |
| 15-16 | dag al haar krachten had omgezet in practische energie, en ] dag had gewerkt op het atelier, en | |
| 19 | je Hedda ] je, Hedda | |
| 20-23 | Maar zij had zijn hoofd in haar handen genomen en had hem gestreeld door zijn haar. Zij herinnerde zich hoe zij hem als vanuit een verte had aangezien en gezegd: ] Zij had zijn hoofd in haar handen genomen en hem als uit een verte aanziend, had zij gezegd: | |
| 23 | bulldog maar ] bulldog, maar | |
| 26-27 | een overbodig soort tijdverdrijf....’ en haar onzekerheid was er niet door verminderd. ‘Waarvoor ] een erg overbodig soort tijdverdrijf’, maar haar gedachten gingen hun eigen weg. ‘Waarvoor | |
| 27 | Goed ] Natuurlijk | |
| 29 | middeluren ] middaguren | |
| 30-32 | en wanneer zij de oogen sloot zette die wenteling als van een planetarium zich ononderbroken voort. En op een middag had zij plotseling gefluisterd: ‘O god beslis ] en toen zij de oogen sloot zette die wenteling zich binnen haar schedel ononderbroken voort en plotseling had zij gefluisterd: ‘O God, beslis | |
| 33 | onverbiddelijke ] onverbiddelijk |