Ziet daar mijns Ghrootvaârs schim, om ons de handt te bieden.
Schept moedt.
Trasimond
Gheen helsch ghespook, ófte onderaardsche gheest,
Hoe wreedt van opzicht, die mijn' kling in 't minste vreest,278
Ofte u voor my bevrijdt. Valt aan, mijn' trouwe knechten.
280
Bant alle schroom: mijn' vuist zal zelf den gheest bevechten.
Dat ghaat u voor. Houdt daar.
Nadat'er een wijl ghevochten, en Fastarad, met zijn ghezelschap, op de vlucht ghedreeven is: koomen Trasimond, en Alarik met hunne dienaars weeder te voorschijn.
VI. tooneel.
Trasimond, Alarik, Rey van Dienaars.
Trasimond
't Ghespuis is wel ghevlucht,
Heer broeder, onder ghunst der nanacht; maar ik ducht,
Dat op eene uchtendtstondt, zo euvel, en verbólghen,
Een vry verbólghener, en euv'ler dagh wil vólghen.
Alarik
285
Uw' zórghe ontbeert gheen schijn, en 't voorspel duit niet ghoedts:285
Maar wapenenwe ons hart, met beukelaars, vol moedts,286
Waar op de nijdt, en haat, haar' tanden stukken byten,
En 't anstaand onheil zijn gheweldt vergheefs op slijte.
Trasimond
Ik kreun 's my luttel, wat ons toeghrimt, nijdt, óft haat:
290
Maar weet voor 't onheil, welk onz' hoofden dreight, gheen raadt,
Nócht hulp, en duik daarom, vermeesterdt, voor zijn' plaaghen.291
De broederliefd', die wy elkanderen toedraaghen;
D'oprechte vriendschap, die mijn hart hecht aan uw hart,
Maakt, dat de kleenste ramp, die u ghemoet, my smart,
295
Die my ghemoet, u pijnt; zodat alle onghelukken,
Welke overkoomen u, óft my, ons beiden drukken.
Nu wil deez' ghroote dagh bezaal'ghen u, óft my,
Met een Vórstinnenecht, en dubb'le heerschappy;
En zo, ter steiler tóp van 't hooghst gheluk, verheffen,
300
En weeder u, óft my, met zo veel onluks, treffen.300
Wien onzer dit gheluk, ófte onluk valt te beurt;
Bey ploffenwe in verdriet, welk onze boezems scheurt.
Alarik
'k Beken, 't ghevaar dreight hardt. Dóch, zo ik my darde uiten,
My blinkt een licht toe, om iets raadzaams te besluiten,
305
Tót weering, dat ons zulk een ramp niet overkoom'.
[p. 113]
Trasimond
Ghy quetst onz' broederliefde, en vriendschap, door die schroom.
Spreek vryelijk, wat raadt uw' gheest hebbe uitghevonden.
Alarik
Ghy weet, hoe vast an een onz' zielen staan verbonden;