|
|
|
| |
| | | |
Jerzy Kosinski
Onderstaand interview met Jerzy Kosinski (40) vond plaats in zijn kamer in het
Amstel Hotel, twee dagen nadat de schrijver zijn laatste roman Duivelsboom tijdens een bijeenkomst op uitgeverij De Bezige Bij had
gepresenteerd. Behalve zijn vriendin Kiki was - op zijn uitdrukkelijk verzoek -
ook Oscar Timmers bij het vraaggesprek aanwezig; hij is de sublieme vertaler van
Stappen, Aanwezig en Duivelsboom
(‘To Oscar Timmers, who knows how language undresses us all, the
Author dedicates the Dutch edition of this novel’), daarbij komt
Timmers eigen werk (en vooral zijn laatste meesterwerkje Haar gaan
& haar liggen) onopzettelijk zeer dicht in de buurt van
Kosinski's fictie.
Afspraak was, dat de conversatie in principe alleen maar zou gaan over Duivelsboom - toch begon ik zo:
Jerzy, de laatste keer dat we elkaar ontmoetten, was je in Amsterdam
om je stervende moeder te bezoeken.
‘Mijn moeder kwam. Ze was drie dagen bij bewustzijn. Toen ging ze
terug naar Polen. Drie weken later overleed ze.’
Waarover hebben jullie gesproken?
‘Over... We spraken met elkaar alsof we van het leven moesten genieten
- dezelfde gesprekken die we met elkaar gehad zouden hebben als ze veel jonger
was geweest en gezonder. We wisten allebei dat ze stervende was - dat wist ze al
een paar jaar. Ze wilde Kiki zien die ze nog nooit ontmoet had. We speelden het
spel dat het leven gewoon doorging. We kochten kleren voor haar - kleren die
haar natuurlijk overleefden. Ze was bedroefd dat de Poolse regering haar pas zo
laat had laten gaan. Ze kwam in een wagentje... Dat is alles.’
Die moeder heeft toch veel te maken met je eerste boek (De
geverfde vogel) - kunnen we naar aanleiding van dat gesprek met je
moeder 't toch nog eens hebben over de autobiografische elementen in
dát boek?
‘O nee! Niet wéér! 't Enige wat ik over m'n
boeken kan zeggen is dat ze over | | | | processen gaan die
honderdduizenden mensen aangaan - 't gaat niet over één
man, niet de geschiedenis van een man die uit een vliegtuig springt op een
hoogte van twintigduizend voet en die val overleeft. Er zijn miljoenen jongetjes
als dat jongetje uit De geverfde vogel - die zijn nu allemaal
van mijn leeftijd; en een heleboel van hen hebben die leeftijd niet gehaald. De
hoofdpersoon in Stappen is een volwassen man (misschien een
product van de Tweede Wereldoorlog) en elke man van veertig heeft zijn leeftijd.
De protagonist uit Aanwezig kan iemand zijn uit de nabijheid
van Nixon. Jonathan Whalen vertegenwoordigt de grootste groepering. Hij is een
van de lemmings van de Verenigde Staten. De vs hebben 37 miljoen inwoners tussen
de leeftijd van 24 en 29. Een boel mensen. De gemiddelde leeftijd van het land
is 26. Zó zie ik Jonathan.’
Er zou dus een lijn aan te wijzen zijn tussen de hoofdfiguren in je
vier romans, van de jongen in De geverfde vogel tot...
‘Er is géén lijn. Het zijn vertegenwoordigers
van verschillende soorten. Is er een lijn aan te wijzen tussen de gorilla en de
vis en de olifant? Natuurlijk: 't zijn alledrie beesten. En dit is de lijn in
mijn boeken: mijn figuren zijn allemaal social animals. En het
zijn geen uitzonderingsgevallen. Whalen vertegenwoordigt een enorm proces waarin
elk jaar miljoenen Whalens tot leven komen. Misschien is hij, door zijn rijkdom,
meer geprivilegieerd dan anderen - hoewel, in dit Amerika, met zijn enorme rijke
middleclass, maakt het feit dat je zo rijk bent niet veel verschil.’
Timmers: ‘'t Feit dat het jongetje in De geverfde
vogel geen ouders heeft is belangrijk. Jonathan heeft ouders...’
Kosinski: ‘Dat is zo. Maar de ouders van Jonathan sterven. Je zou
kunnen zeggen: wat De geverfde vogel betekent voor Europeanen
die de oorlog achter zich hebben, is Whalen voor de Amerikanen, als voorbeeld
voor de enorme uitbarsting van de middleclass - hij is de “geverfde
vogel” van de vs-nú; hij heeft er moeite mee om zichzelf
te definiëren, zoals de jongen in De geverfde vogel
er ook moeite mee had om zichzelf te bepalen: wie was hij, in relatie tot zijn
verleden - een slachtoffer, een avonturier? Whalen is ook in oorlog, tegen
zichzelf. Whalen moet protesteren tegen zaken die in hemzelf leven, de jongen in
De geverfde vogel moet tegen externe gebeurtenissen
vechten. Maar Whalen weet wie hij is, hij is Jonathan Whalen, zoon
van...’
Timmers: ‘De een heeft geen verleden, de ander wel.’
Zoals je erover praat, blijkt er toch een bepaald verband te bestaan
tussen beide figuren.
‘Néé! Jij doelt op een causaal verband. Als je
de kraan in de badkamer opendraait komt er water uit. Duivelsboom komt niet op die manier voort uit De geverfde
vogel.’
| | | |
Er is wel een lijn aan te wijzen in de stijl. De stijl in je laatste
boeken (Timmers vindt het ook) gaat steeds meer de kant op van karig, lucide
taalgebruik - doorzichtig en koel als plastic.
‘Ja, prachtig! Fiberglas. Maar dan nog - Stappen is
geschreven in fragmentjes, omdat de hoofdpersoon zich voortdurend bewust is van
het fragmentarische in zijn leven. Duivelsboom is ook in
brokken geschreven, maar nu vanuit de visie dat de hoofdpersoon niet weet waarom
hij in stukken uiteengevallen is - zoals een gebroken fles.’
En de psychoanalytische insteek in Duivelsboom - in tegenstelling tot Stappen?
‘Dat is Whalens houding. Whalen moet 't doen met de zaken die de
maatschappij hem bieden. Zoals de jongen in De geverfde vogel
het met de middelen van zijn (Tweede-Wereldoorlogs)maatschappij moet
doen.’
En jouw eigen houding ten opzichte van de psychoanalyse?
‘Bij mij werkt het niet. Ik ben Whalen niet. Ik ben de jongen in De geverfde vogel niet. Ik ben toevallig Jerzy Kosinski. Kafka
schreef Amerika zonder daar ooit te zijn geweest. De
psychoanalyse is ook niet uit de lucht komen vallen, behoort nu, net als andere
artistieke en intellectuele processen, tot de middelen van vandaag. Ik heb wel
zelf eens in psychoanalyse willen gaan maar het is geen analyticus gelukt.
Begrijp goed: Whalen spreekt zoals Whalen spreekt, niet zoals Kosinski
spreekt.’
Jij spreekt over je schrijverschap alsof je alleen maar een soort
verslaggever bent.
‘Luister eens, jij vraagt me nu toch niet naar m'n maag! Jij vraagt
over dat boek en dat boek is af - Oscar Timmers kan er nu met evenveel gezag
over praten als ik. Het boek, dat is: woorden, taal, het is niet: de
auteur.’
Timmers: ‘Wat mij vooral in de Duivelsboom
interesseert is: hoe kun je jezelf blootgeven zonder jezelf te
verliezen.’
Kosinski: ‘Hoe kun je een protagonist creëren zonder in het
geboorteproces te stikken.’
Wanneer ben je aan Duivelsboom begonnen?
‘Lang geleden. Ik was bezig met Aanwezig en Duivelsboom - twee uiteinden van hetzelfde proces. Maar dat
proces stond te dicht bij me - ik was toen nog getrouwd (met Mary Weir,
schatrijke weduwe van de stichter van de National Steel Corp., im). Dus schreef ik eerst De geverfde vogel en Stappen - twee onderwerpen die ver stonden van het leven dat
ik toen leidde. Pas toen mijn vrouw stierf en mijn “protesterende
houding” (om 't dan maar zo te noemen) eindigde kon ik Aanwezig en Duivelsboom neerschrijven.
| | | |
De ontwikkeling in stijl is dus andersom gegaan: van kaal naar
exuberant.
‘Precies. Maar vergeet niet: de taal van mijn boeken staat in nauwe
relatie met de hoofdpersonen. De wereld komt op een kind anders over dan op een
volwassen iemand. Vandaar het verschil in stijl, bijvoorbeeld, tussen De geverfde vogel en Stappen.’
Ben je je zo bewust van al die dingen als je schrijft?
‘O, zeker.’
Hoe schrijf je, wat is je werkmethode?
‘Ik maak een enorme kaart - bijna militair opgezet; ik kijk naar het
“optrekken” van mijn karakters. Dan moet ik bepalen (en
dat is het belangrijkste) op welk moment ik een bepaalde figuur voor het eerst
in de roman zal opmerken, neer zal zetten - dat is de opening. Op welk moment in
zijn leven zal ik Whalen opmerken en hem invoeren? Dan maak ik kaarten van de
gebeurtenissen die hem zullen overkomen; ik maak de prognose voor de
gebeurtenissen die het meest bij hem passen. En hierbij speelt het
autobiografische element een grote rol - daarom ook kan ik essays over m'n eigen
werk schrijven In dat stadium (wanneer ik die kaart teken) ben ik ervan
overtuigd dat wat ik mijn persoon meegeef ook met hem zal gebeuren, gebeurd zal
zijn wanneer het boek geëindigd is, voltooid. Wanneer ik mij dan op
die persoon richt begin ik dingen te verzamelen die maatschappelijk bij hem
horen; ik verzamel statistieken, kijk hoeveel mensen van zo oud hoeveel
verdienen - ik doe ontzettend veel research. Dat procédé
heb ik bij al m'n boeken gevolgd, behalve bij De geverfde
vogel, toen heb ik de research achteraf gedaan. Ik wist tijdens het
schrijven namelijk niet hoeveel critici dat boek zouden aanvallen - het was m'n
eerste roman. Ik werd op allerlei punten aangevallen zodat ik wel tot onderzoek
gedwongen was.
Kijk maar eens naar Duivelsboom - elke gebeurtenis daarin heeft
honderden precedenten. Neem Aanwezig - dat werd anderhalf jaar
vóór de Eagleton-affaire gepubliceerd. Wel, de taal die
gebezigd werd in de Eagleton-affaire was precies dezelfde als in Aanwezig. Ik ben geen helderziende - de reden ervan is, dat de
realiteit (het “gezicht”, het
“gedrag” als onafhankelijke elementen van wat erachter
zit, zoals weerspiegeld door de massamedia), zoals afgeschilderd in Aanwezig, correct was, sociologisch gezien, dus onafhankelijk van de
roman Aanwezig. Sociologisch gezien moese dat wel de
ontwikkeling van de Amerikaanse politiek zijn.
En dat is het grootste succes dat je met fictie kunt bereiken: dat het de
realiteit helder maakt - bepaalde dingen omtrent de realiteit stélt
die anders niet gesteld zouden zijn. De realiteit gaat zo snel. Wanneer je dan
de hoofdpersonen in Aanwezig volgt en je verdiept in de mensen
en gebeurtenissen om hen heen, word je wijzer.’
| | | |
Is dat voor jou de functie van de schrijver?
‘Een lezer bewuster maken van wie hij is, op de hoogte stellen van
feiten die hij zonder dat boek te hebben gelezen misschien niet had geweten. Een
lezer die Aanwezig gelezen heeft zal misschien een wijzer man
zijn; in dat geval doet de naam van de schrijver er niet meer toe.
Een roman, als filosofisch element, is de vijand van elke totalitaire
staat.’
Je toon wordt steeds agressiever wanneer je het over je boeken
hebt; komt dat door bepaalde recensies, of zo?
‘Ik word steeds agressiever omdat krachten van buiten af zich steeds
sterker tegen het genre van fiction keren. Ze raden de mensen aan alleen maar
politieke geschriften te lezen; met andere woorden: je eigen leven is niet meer
belangrijk. Ze proberen de mensen van hun natuurlijke bronnen af te wenden, week
te maken, te castreren - met elke week een andere politieke slogan.
Daarom ben ik ook bereid geweest om president van de Amerikaanse pen-club te worden: censuur, schrijvers in gevangenschap, dat zijn
belangrijke gegevens op dit moment.’
Toch praat je erg koel over je boeken, buitengewoon
afstandelijk.
‘Natuurlijk, 't Staat toch buiten me, als 't af is.’
Bezig met een nieuwe roman?
‘Ja, al zeven maanden. Ik heb de kaart al, de topografie, maar ben nog
niet alle routes nagegaan. Over een man van middelbare leeftijd, voortijdig door
de regering van zijn land gepensioneerd. Hij is half Pools, half Amerikaans. In
beide politieke sferen heeft hij geleefd. Hij is voortijdig gepensioneerd omdat
hij wel eens geheime informatie kan hebben verraden. Hij maakt de spanning van
de laatste dertig jaar door, op kleinere schaal, in zijn
privé-leven.’
Timmers: ‘Is hij getrouwd?’
Kosinski: ‘Nee.’
Om de cirkel dan even rond te maken; bij het begin van dit gesprek
vroeg ik je naar je moeder, aan wie dit laatste boek, Duivelsboom, is opgedragen - evenals aan je vrouw Kiki. Waarom juist aan deze
twee?
‘Het hele probleem van Duivelsboom is: de wortels en
de takken; in hoeverre die wel of niet met elkaar te maken hebben. Mijn moeder
herinnerde me zolang zij leefde aan mijn wortels - de opdracht voor in het boek
is geen daad van Jonathan Whalen, het is de laatste daad van Jerzy Kosinski voor
Whalen begon. En op het moment dat het boek gepubliceerd werd, was het mijn
vrouw die me met mijn takken verbond.’
| | | |
Timmers: ‘Was er concrete aanleiding om Duivelsboom
te schrijven?’
Kosinski: ‘In de tijd dat ik met Mary Weir getrouwd was kon ik
beschikken over een jet, met een hele bemanning, om op het gewenst moment naar
elke gewenste plek op de wereld te vliegen - alleen, ik wil dat niet in m'n
eentje doen, ik had behoefte aan vrienden. Daar stond dat vliegtuig, ik hoefde
de bemanning alleen maar een uur van tevoren te waarschuwen en belde m'n
vrienden: “Ga met me mee naar Rio - daar is een festival.”
Maar geen van m'n vrienden kon meegaan, ze waren op kantoor, moesten werken.
Hetzelfde was het geval met een schip dat in Piraeus lag, met een bemanning van
zeventig man; belde m'n vrienden - maar ze konden weer niet, ze hadden geen
vakantie. Op dat moment was ik, op een ironische manier, Jonathan Whalen. Wat
Jonathan Whalen en ik gemeen hebben, is dat we allebei in een enorme rijkdom
gerold zijn zonder daadwerkelijke rust te hebben.’
Je hebt nu een ‘blok’ van vier boeken
voltooid...
‘Ja, in essentie wel, in deze volgorde: Aanwezig,
Duivelsboom, De geverfde vogel, Stappen - psychologisch
gezien.’
En nu?
‘Nu gaat het erom: wat gebeurt er met een man die steeds onrustig
bezig is geweest - wat gebeurt er met hem, wanneer hij door externe krachten op
non-actief wordt gezet. Wie zal hem geloven, wie zal hem begrijpen?
Wat gebeurt er met een man die van de ene cultuur in de andere is gekomen, van
zeer arm zeer rijk geworden is, enzovoort - wat gebeurt er met zo'n man als hij
niemand van al deze gebeurtenissen kan getuigen?’
Timmers: ‘Hij kan beginnen met boeken schrijven.’
Kosinski: ‘Hij kan beginnen met boeken schrijven.’
(Gelach.)
|
|
|