terug  begin  verderprepost
[p. 14]



illustratie
Afbeelding Prent bij ‘Berisping Roomse wiegelkont’ (Knuttel 3080). Atlas van Stolk

[p. 15]

Berisping Roomse wiegelkont (1620)aant.

 
Kees
 
Wat wonders, wat nieuws! Wat wonders, wat nieuws!
 
Joost
 
Wel wat 's er nou alweer? Ik ben nu vrij wat kies,2
 
en mien me geld zo licht niet nog eens te besteden
 
als ik wel placht te doen, 't is nog gien jaar geleden.4
 
Koopman
5
Wel Joost, hoe bent ge dus, is al uw ijver weg?5
 
Of keert gij 't roerken om, ai lieve slokker, zeg?6
 
Gij placht weleer een man als spek in 't veld te wezen,7
 
en zou gij nu 't gebroed van d'Armeianen vrezen?8
 
Dat gij van enkel angst zou durven kopen niet
10
een derg'lijk prachtig stuk, waarin men zoveel ziet?
 
Joost
 
Ik denk niet dat je 't mient, wat brilt me deuze komen.11
 
Vertrouw je mij dat toe, begin je echt te dromen!12
 
Zou ik voor dat gespuis bevreesd zijn? Nee, ik zie 't:
 
al is hun snorken wat, hun macht is min als niet.14
15
Ofschoon de wagen (naar hun zeggen) is aan 't rollen,
 
in dat de kloot niet leit. O vriendjes, 't meeste hollen16
 
is deuze luitjes al benomen en belet,17
 
zij zijn in goede rust al mooitjes vastgezet.
 
Nu laat me maar eens zien, wat dat je hebt voor snofjes;
20
wel, bij mijn zieterna, jij maakt het al wat grofjes.20
[p. 16]
 
Jawel, jawel, jawel. Wat is dat voor een gril?
 
Dit is papisterij, wel, Rome, zwijg je stil?
 
Wie ligt hier op zijn knie voor 't gouwe Melis-duifje23
 
en draait vast in zijn hand ien ketting met een kruisje?
25
En al dat and're volk, dit moet beduien iet,
 
of speulen deuz' ien spel van 't Armeiaans verdriet?26
 
Koopman
 
Jawel, jij raadt daarnaar, en bijkans op zijn bolleken.27
 
Wat denkt u van die god, die daar staat in zijn holleken?
 
Is 't niet een fraai gezel, en waardig zo geëerd,
30
door ene die (naar 't scheen) zo dapper was geleerd?30
 
Joost
 
Wel trouwen! 't Is wat liefs, maar niet zoveel bijzonders.31
 
Wat doen de luitjes daar? Dat lijkt al vrij wat wonders!
 
Koopman
 
Bezie, deez' professoor ontvangt daar 't sacrament33
 
en zweert daar fijntjes af Gods ware kerke jent,34
35
verklarende meteen de voorgenoemde kerke
 
te zijn maar ketterij. Ai lieve, wil eens merken
 
en met een ijver goed bedenken en verstaan
 
wat schuilt en schuilen kan onder een Armeiaan?
 
Of onder het gebroed van deze lichte kwanten39
40
die zo zich keren tot nooit levendige santen40
 
en voor de stomme god van stijfsel of van pap
 
hun knieën buigen neer, vast zoekende de kap
 
van de geschoren hoop zich over 't hoofd te trekken43
 
en spelen harlekijn voor Armeiaanse gekken.
45
Wel Joost, en wil je iets van deze drollerij,
 
of is nou al jouw lust in nieuwigheid voorbij?
[p. 17]
 
Joost
 
Nee, alzo niet, maat, geef me er ien van 't hoopje.
 
Kees
 
Ho Joost-buur, goedendag, wel jij, wat donder koop je
 
van deuze komen kwak? O man, dat doe je wel!49
50
Want hierin heb je weer wat nieuws van 't oude spel.50
 
Joost
 
Wel maatje, ben jij daar, nu ben ik goed gesteld.51
 
Ik wed dat deuze man mij alle ding vertelt52
 
al eer hij nog terdeeg dit briefje heeft bekeken:53
 
want hij de hele dag zijn hoofd hierop kan breken.
55
M'n Keesje, beste maat, jij weet toch op ien prik55
 
van al dit gore goed, en kan van stik tot stik56
 
(wanneer je dat maar wilt) hun treekjes zo verhalen.57
 
waar ik en mijn gelijks zo dubbel in verdwalen?
 
Ai, lieve, ga aan 't werk, en laat iens horen wat
60
al staat in deuze brief, en wil het mij dan plat
 
(Jan Dirkjen op z'n boers) erg duidelijk vertellen,
 
dan zal ik in ien lang jou zeker niet meer kwellen.62
 
Koopman
 
Wel hoor dan naarstig toe, terwijl jij 't zo begeert,
 
dit printje houdt van ien die leek nogal geleerd.64
65
Hij was een priester in de hogeschool tot Leiden,65
 
doch al te zeer geleerd doet van geleerdheid scheiden.
 
Zijn naam was Pieter Bart, of Petrus Bartius.
 
Joost
 
Maar dat begrijp ik niet. Hoe zei je, Narrius?
 
Ai, lieve, ga voorbij alzulke hoofse woorden,69
70
want ik ze niet versta als die ze niet en hoorden,70
 
en houd ten beste dat ik in jouw reden val.71
[p. 18]
 
Koopman
 
Dat is een kleine zaak, wat is 't hier al van 't mal:72
 
zou ik jou zulke woord niet nemen of ten goede?
 
Jij doet wel dat jij 't zegt, zo kan ik m'er voor hoeden74
75
en klaren jou dat dan al naar de oude sleur,75
 
en stellen 't hoofse tuig 'n wijltje buiten deur.76
 
Nu hoor: die Pietje Bart was ooit een landbeschrijver77
 
en was, naar 't scheen, een man vol christelijke ijver,
 
want hij schreef iens een brief, dat 't nodig was geweest
80
dat binnen Amsterdam de schalke Jacobs geest8080
 
gebleven was, en dat tot nut der hogescholen
 
die door de Jacobs geest nu raakten vast aan 't dolen.
 
Dit was toenmaals zijn wens, doch namaals hierop let
 
werd deuze waggelmuts zo herelijk bezet84
85
door Jacobs boze geest. 't Scheen dat hij zonder flauwen
 
volkomen had geslikt 't geen Jacob uit ging spouwen.
 
Hij schreef een euvel boek, hoe d'heil'gen uit de stand
 
waarin hen God gesteld had, komen vallen, want
 
de boosheid van de mens kan Gods besluit doen missen89
90
en 't goede werk de mens kan helpen buiten gissen.90
 
In somma, wie maar wil, 't is aan des mensen kracht
 
de hemel of de hel te hebben in zijn macht.
 
O schrijver van de Val der heiligen! Uw geest
 
betoont nu recht al wat gij bent, en bent geweest:
95
hoe gij dat loze boek hier aan de dag dorst geven,
 
tot roering des gemoeds en tot een twijf'lend leven.
 
Uw twijfelende kop, 't welk u hoelang hoe meer
 
doet dolen van uw God, in d'ongezonde leer
 
des pausdoms, die toch niets meer is dan ijd'le logen,
100
heeft u nu allermeest verleid en vast bedrogen.
 
Doch niets gebeurt om niets, 't heeft alles zijn waarom.
 
De een werd apostaat, en gans door giften stom,102
 
en d'ander, om in vreê met 't paapse wijf te leven,
 
begeeft zich tot de val. Want om te zijn verheven,104
[p. 19]
105
werd ook al veul gedaan. Alzo men dik bevindt105
 
dat menig 't huikje hangt zo proper naar de wind.106
 
Doch zulke maatjes al, en die hen zullen volgen
 
die geven wij een kap, waarin hun onverbolgen
 
vijf zinnen alle drie ter degen zijn bewaard108-109
110
en waar zij tonen uit hoe dat ze zijn van aard.
 
Joost
 
Alzo, geef lustig vuur, busschieter laat je horen:111
 
maar zijn d'r aan de kap ook brave ezelsoren,112
 
waardoor hun kloeke geest perfect wordt uitgebeeld
 
en hun vernufte kop, die malle kuren teelt?
 
Koopman
115
Och ja, voorzeker Joost, die zijn er niet vergeten.
 
Kijk daar, wat denk je nou, opdat jij 't vast meugt weten.
 
Bezie die wel terdeeg en of die niet en past117
 
de snode apostaat, wiens ziel lijdt overlast.
 
Joost
 
't Mag zeker sloeren. Toe, wil mij toch eens verklaren119
120
dat woordje ‘apostaat’, en voort al deuze snaren120
 
die staan in deuze prent, en wat dit al beduidt.
 
Toch mooitjes slecht en recht je praatje nu besluit.122
 
Koopman
 
Dat woordje ‘apostaat’: 't is dwaler van Gods kerke,
 
of om te beter u verklaren deuze werken:
125
't betekent zoveel als een afgevallen man,
 
die eerst heeft wat geloofd, en licht'lijk raakt daarvan.
 
Zoals dat volkje al, waarvan wij lesten praten,127
 
die nu zijn hier en daar, en toen op wagens zaten
 
en reden naar hun keur, elk waar hij 't had gemunt
130
en zo 't hun door de raad goedwillig was gegund.130
[p. 20]
 
Joost
 
Ho, ho, dat 's immers waar, aleer wij dat vergeten
 
van dat hardnekkig volk, laat mij van hen iets weten.
 
Zo zeg me nu, zijn zij in Brabant allegaar?
 
Koopman
 
Och nee hoor, zeker niet, m'n zoete lieve vaêr,
135
want Bisschop en zijn maat zijn nu gelijk geworden135-136
 
Jan Beukelszoon menist, en gaan hun broertjes gorden:
 
d'een met een schipperspij en met een toppershoed137
 
en d'ander als ien langst, komt dit niet wonder zoet?138
 
Dus worden deuze maats voor mommen uitgezonden139
140
om hier 't gewone volk wat op te hitsen mee,
 
dat zij met alle vlijt dan doen van stee tot stee.
 
Zij werken net zolang, en maken reis op reis
 
tot men ze speulen ziet al naar de oude wijs.
 
Dan geven zij de zak de Bisschop die hen zendt
145
en werden broertjes van Raspinus zijn convent,145
 
waardeur St.-Raspiaan krijgt in hen zulk behagen
 
dat hij hun geeft de kost voor al hun levensdagen.
 
En hebben zij zich dan niet treffelijk geweerd,
 
dat men gehoorzaamheid hun nog in 't rasphuis leert?
150
Eert zij de Bisschop meer als onze Staten achten.
 
Joost
 
Wel, dat 's dan euvel goed dat wij hen dus verwachten
 
en leggen hen dan voor het klooster, zo men plach'
 
't verkeerde kind te doen. O bloemerhart, ik lach.153
 
Hoor Kees, buur, 't zijn nog steeds dezelve Armeianen
155
ien volluk dat niet past op bidden noch vermanen,155
 
ien overgeven hoop, bits, opgeblazen, trots,156
 
maar hun vileinig doen bekomt hen vrij wat schots.157
 
Naar hun gevoelen werd doch elk geloond naar werken,
 
dus gaat het hun nu ook, alzo men licht kan merken.159
[p. 21]
 
Kees
160
Ja, 't is een vreemd gedrocht, de ene wordt menist,
 
en d'ander luthers of een recht ubiquitist.161
 
De derde weet niet met wie hij 't nog wil houwen.
 
Zo kan de vrije wil een drollig drankje brouwen,163
 
en die hierin zijn lust wil voelen werd zo zat,
165
dat hij zijn God vergeet, en dwaalt het ruime pad.
 
't Welk in 't beginnen schoon wel schijnt te zijn in d'ogen,
 
doch 't eindje draagt de last, dan is de mens bedrogen.
 
Zo veul nou deuze print belangt, is wel gesteld:
 
1. Ziet daar ligt Pieter Bert, zijn eigen ziel hij kwelt,
170
en neemt een koekje in, om t'knauwen met zijn tanden,170
 
gebakken en gevormd al door begijnenhanden.
 
Dit is zijn ware God, zo hem de mispaap leert,
 
dit wordt als 't gouden kalf door hem als God geëerd
 
op bei' zijn knieën hier, en door hem aangebeden.
175
2. Daarover komen toe deuz' zinnebeelden treden175
 
en kronen hem gelijk diegenen komen toe,176-177
 
die 't pausdom nemen aan en Gods gemeent' zijn moe.
 
De Ongestadigheid met een Verkeerde ijver,
 
Begeerte dwaas de mens hier maken lang hoe stijver,179
180
en doen hem walgen van zijn Heer en ware God,
 
totdat zij eindelijk hem maken tot een zot,
 
en stellen op zijn hoofd een teken om te kennen
 
wat hij is voor een man, voor al die naar hem wennen.183-184
 
Daarboven dan de Geest der dwaling op hem daalt
185
en maakt hem meer en meer de zinnen zo verdwaald,
 
dat eindelijk hij suft, zoals men kan vermoeden,186
 
want altijd zeker volgt dat uilen uilen broeden.
 
3. Voorts is hier afgebeeld de koopman, jij en ik,
 
om t'vullen deuze plek.
 
 
 
Joost
190
Jawel, doch wat ien stik!
[p. 22]
 
Moet jij en ik hiermee bij deuze bloed staan blinken191
 
wiens naam voor God en ons zal eeuwig blijven stinken?
 
Hoe? Dat is zeker fraai. Wel Kees, buur, grote dank
 
en duizendmaal God loont dit volluk met een stank.194
195
'k Geloof nu lang hoe meer, hoezeer de duivel schreie:
 
de lieve God wil ons op goede wegen leien.
 
Wel Kees, buur, nou ik ga. God geeft een goede dag
 
en zoveel geld daartoe, als in een buidel mag.
 
Dit werd u voor een klucht verkocht, om aan te schouwen
200
hoe weinig dat men hier op mensen mag betrouwen.
2vrij...kies nogal kieskeurig
4als ik...geleden Joost kocht kennelijk veel pamfletten tijdens de crisis van 1618-1619
5ijver kooplust
6slokker kerel
7man...veld een beste kerel in de strijd
8d'Armeianen Arminianen (zie Nawoord)
11brilt raaskalt; komen koopman
12Vertrouw...toe denk je echt dat ik zo ben
14snorken opscheppen
16in...leit daarmee is de zaak (nog niet) afgedaan
17't meeste...belet de meeste bewegingsvrijheid is deze mensen al afgenomen
20bij...zieterna bastaardvloek, betekent iets als ‘m'n reet’
23Melis-duifje spottende aanduiding voor de hostie
26of...verdriet of doen zij mee in de Arminiaanse tragedie
27raadt...bolleken jij raadt het bijna goed
30dapper in hoge mate
31Wel trouwen Inderdaad
33sacrament de hostie
34Gods...jent die goeie remonstrantse kerk
39lichte kwanten rare snuiters
40santen heiligen
43geschoren...hoop (kaalgeschoren) monniken
49van...kwak rommel van deze koopman
50spel kwestie
51ben...gesteld gaat het goed met me
52deuze man Kees
53briefje het pamflet dat de koopman verkoopt
55op...prik heel precies
56stik...stik door en door
57treekjes streken
62in...lang lange tijd
64houdt...ien gaat over iemand
65hogeschool...Leiden Leidse universiteit
69ga...woorden hou maar op met die dure woorden
70want...hoorden want ik begrijp ze net zo goed als iemand die ze niet gehoord heeft
71en houdt...dat en neem me niet kwalijk
72wat...mal het zou toch te gek zijn
74Jij...zegt Je doet er goed aan dat te zeggen
75en...sleur en het je uitleggen in vertrouwde termen
76hoofse tuig geleerd gedoe
77landbeschrijver Bertius schreef ook enkele werken over geografische aangelegenheden
80schalke sluwe
80dat binnen...was Bertius had zich nog in 1602 per brief verzet tegen de komst van Jacobus Arminius naar Leiden
84waggelmuts namelijk Bertius met zijn narrenkap
89missen falen
90buiten gissen uit de onzekerheid
102apostaat afvallige, geloofsverzaker; en...stom en met geld de mond gesnoerd
104verheven een betere positie te krijgen
105dik dikwijls
106huikje...wind waait met alle winden mee
108-109onverbolgen...drie al hun onstuimige ideeën
111busschieter...horen schiet er maar eens op los
112ezelsoren als teken van domheid
117die namelijk de narrenkap met ezelsoren
119't Mag...sloeren Dat is al heel aardig
120snaren mannen
122Toch...besluit Geef jouw praatje eens een mooi einde
127volkje...praten de remonstrantse predikanten, die over de grens werden gezet
130raad rechtbank
135-136Bisschop...gorden de bekende remonstrant S. Bisschop (ook wel: Episcopius, 1583-1643) en Jan Beukelsz, leider van de doopsgezinden tijdens het beleg van Münster in 1534, hebben elkaar als oproerkraaiers gevonden en halen hun volgelingen over anderen voor zich te winnen
137toppershoed zeer eenvoudige hoed
138langst soldaat
139voor mommen in vermomming
145broertjes...convent en worden als remonstrantse predikanten gearresteerd en opgesloten in het klooster van Sint-Raspinus, het rasphuis (tuchthuis)
153't verkeerde kind verwijst naar gebruik om ongewenste kinderen bij kloosters achter te laten; bloemerhart bastaardvloek, ‘Jezus nog aan toe’
155niet past op niets geeft om
156overgeven doortrapte
157vileinig eerloos, gemeen; vrij...schots slecht
159licht snel, gemakkelijk
161ubiquitist lutherse belijders van de alomtegenwoordigheid van het lichaam van Christus in het brood van het Avondmaal
163Zo...brouwen Als de mens zijn eigen zin of wensen volgt, gebeuren er rare dingen (contraremonstranten geloofden niet dat uit de menselijke wil iets goeds voort kon komen)
170koekje; de hostie
175zinnebeelden personificaties
176-177gelijk...aan zoals het de rooms-katholieken vergaat
179stijver eigenzinniger
183-184voor...wennen te zien voor iedereen die zich naar hem wendt
186suft gek wordt
191Moet...blinken Moeten wij naar deze sukkel staan kijken
194volluk Arminianen.
prepostterug  begin  verder