terug  begin  verderprepost
[p. 93]

Oranje gebrandmerkt (1704)aant.

Haec libertatis ergo of brandmerk der stadhouderlijke regering.+ Aan de vrije Nederlanden.
 
Heeft dan, o vaderland, 't stadhouderlijk geweld
 
met wrede banden u niet lang genoeg gekweld?
 
En heeft de vrijheid nog geen schâ genoeg geleden
 
toen vroeger 't burgerrecht zo heilloos werd vertreden,
5
toen alles zwichten moest voor helse dwing'landij
 
en men van 't kussen dreef wie niet de tirannij
 
- schoon voorgedaan, verbloemd, bedekt met and're namen -
 
naar d'ogen zag en zei niet blind'lings ja en amen
 
op al wat door de vorst heerszuchtig werd begeerd?
10
Zo werd de vrije staat te schendig overheerd
 
door eigen voedsterlingen knecht. Die bitt're vruchten11
 
en wrange nasmaak doen de burgerij nóg zuchten,
 
hoewel zij door de gunst des hemels nu heel blij
 
haar voorrecht ziet hersteld en is van banden vrij.
15
En zou men dan opnieuw - o boze tijd en zeden! -
 
met slaafse ketens weer in 't oude dwaalspoor treden?
 
Hoe vindt m'er die hun ziel zo schandelijk en laf
 
bezitten, dat zij 't heil van 't land, de gouden staf
 
der vrijheid met haar hoed, te grabbel willen smijten,
20
de wolf vertrouwen, die de schapen zal verbijten?
 
Heeft God door Willems dood 't land daarom uit de druk21
 
geholpen, vrijgemaakt, om onder 't slaafse juk
 
weer van een nieuwe heer de vrije hals te buigen?
 
De pas bevrijde staat te werpen weer in duigen?
25
O snood' ondankbaarheid, die geenszins vreest te staan
 
gebrandmerkt in het schrift van 's lands historieblaên!
 
Ach, speeld' ons maar een vonk van 't heldenvuur der vaderen,
 
een weinig drupp'len van hun bloed door hart en aderen,
[p. 94]
 
waarvan het nageslacht zo schand'lijk is ontaard -
30
dan werd Gods dierbaar pand met groter zorg bewaard,
 
wat zou de felle leeuw in Hollands vrije wapen,
 
die nu - helaas! - zo mak en zorg'loos schijnt te slapen,
 
van gramschap brullen, met zijn klauwen slaan,
 
en scheuren hen, die 't land en vrijheid zo verraên!
35
Bataafse Burgerhart, die kloek de vloed des Tibers35
 
gestut hebt, ouders, die de felle storm des Ibers36-37
 
hebt doorgestaan, hebt gij ook kennis onzer zaak?
 
Wat roept gij over neef en over naneef wraak,
 
die schandelijk en laf des hemels milde zegen
40
voor u te vuur en zwaard, door goed en bloed verkregen,
 
verwarelozen, en bestaan dat groot juweel,
 
de gouden vrijheid, die het nageslacht geheel
 
van ons ontvangen moest, los uit de vuist te werpen,
 
waar nimmer Batavier haar onder ijs'lijk snerpen
45
der wreedste pijn, en niet dan met de dood verliest!
 
Wat dolheid maakt u blind, die slavernij verkiest
 
en tracht u onder 't juk eens krijgshoofds te begeven,
 
nu 't u gebeuren mag in vrije lucht te leven?
 
Blijft daarom dan gehaat de naam nog zelfs van graaf
50
om u in and're schijn te maken weder slaaf
 
en d'oude graven in stadhouders te verkeren?51
 
Of zijt gij niet bekwaam zelfstandig te regeren?
 
Zo buigt dan onder 't juk uw slaafse hals en nek,
 
draagt, ezels, dan die last, geteugeld in de bek.
55
Maar nee, hier stopt het niet. Door hoofse vleierijen
 
men licht zichzelf verrijkt uit 't zweet der burgerijen;56
 
men kan zijn kinders braaf met ambt op ambt voorzien,
 
al ging dat tegen 't recht. U weert bekwamer liên,
 
opdat zij niet te veel u in de kaart gaan kijken,
60
uw haan moet koning zijn, voor u de vlag elk strijke.
 
Men kan dan ongestraft zijn arm', berooide stand,
 
met schulden overlaên, ten koste van het land
[p. 95]
 
verbeteren, dieverij en schelmerij bedekken:
 
't gezag der vorst zal als een ruggensteunsel strekken.
65
Men dient zijn heerszucht doch met boze raad en daad,
 
en heeft men 't hof te vriend, men vreest geen burgerhaat
 
van hen die onbeschroomd het vrije hoofd opsteken
 
en uit de borst voor recht en vrijheid durven spreken,
 
waarin tevoren zoveel schipbreuk werd geleên.
70
Hier vindt g'u schuldig aan, dit's d'oorzaak, dit de reên
 
waarom uw staatsbestuur snakt naar veranderingen
 
en woelt en woedt om weer een hoofd daarin te dringen.
 
En met wat glimp toch gaat dit vuil belang vernist?73
 
Men zegt: ‘Wanneer de staat 't stadhouders aanzien mist,
75
moet die noodwendig door 't gezag van vele heren,
 
elkanderen gelijk, in tweedracht gaan verkeren.’
 
't Bewijs schijnt voor de hand te liggen: ‘In onz' eeuw
 
is 't op te vragen bij de Geldersman en Zeeuw,78
 
bij vele steden waar 't zó wild en zó verward staat,
80
dat het de bondgenoot met reden aan het hart gaat.’
 
Maar is de bron niet waar al deze twist uit vloeit
 
stadhouders groot gezag, waardoor de staat, geboeid,
 
zijn vrijheid, voorrecht en zijn luister heeft verloren?
 
't Was lang genoeg dat zich de leeuw liet ringeloren,
85
en nu is 't tijd dat hij zijn forse leden rek'
 
en fiere manen schudt, nu hij de oude trek
 
en 't vuur van dapperheid weer in zich voelt herleven.
 
Zo word' naar hun verdienst' verstoten en verdreven
 
die om hun vuil belang verdrukten met geweld
90
de vrijheid, die het recht rechtmatig thans herstelt.
 
Zou, meent ge, 'n opperhoofd - hoe laat men zich toch paaien! -
 
de band van eendracht zijn, gewend om twist te zaaien
 
en, waar hij kan, in staat en steden die te voên?
 
't Is hem om voordeel slechts en groot gezag te doen,
95
dát neemt in tweedracht toe. Men zag dit zelden missen:
 
in troebel water valt steeds veel voor hem te vissen.
[p. 96]
 
De heulende partij maakt zijne banden sterk
 
en tot erkentenis van dienst de staat of kerk,
 
quasi bewezen, moet zijn hoog gezag staag groeien
100
totdat hij eindelijk u sluit in felle boeien.
 
Zou dan de staat, aan wie de vorst toch zijn gezag
 
en macht ontlenen moet, niet zelf door wijs gedrag
 
met rede en beleid, naar wetten en naar rechten
 
gerezen staatsgeschil in stad of land beslechten?
105
Waar onderling belang de staten houdt bijeen,
 
beoogt elk' bondgenoot het voordeel van 't gemeen.
 
Men hoeft voor inbreuk op zijn voorrecht niet te vrezen,
 
de kwaal wordt allerzachtst door eigen hand genezen.
 
Nijmegen toont dit 't best: die vrije rijksstad kust109-110
110
vol dankbaarheid de hand der staten, die de rust
 
herstelden in haar schoot en met een vrije stempel
 
bevestigden het recht, verdreven van haar drempel.
 
Dat elk hun voorzorg prijst. Die luister raakt verdoofd113
 
wanneer 's lands stuur in klem raakt van een opperhoofd.
 
[...]
115
't Heugt Holland nog en 't Sticht, al is het lang geleên,115
 
hoe hoogheid, recht, verbond en vrijheid werd vertreên
 
toen menig vroom regent door dwang van's lands soldaten
 
en Maurits' tirannie van ambt en staat verlaten
 
in banden zuchten moest, toen d'oude patriot119-122
120
voor lange, trouwe dienst stierf op het moordschavot
 
door 't wrede vonnis van geen rechteren, maar beulen,
 
tot vierentwintig toe, die met de veldheer heulen.
 
Zo schendt men deerlijk zelfs het hoge recht van 't land,
 
waar 't krijgshoofd met geweld zijn krijgstandaarden plant.
125
De wetten zwijgen - dat 's al oud - bij spies en lansen125
 
en naar de veldheers zin moet staat en steden dansen.
 
Of is die waarheid t'oud dat men ze nog gelooft?
 
Men vraag aan Amsterdam hoe 't eigenzinnig hoofd
 
van Willem, Hendriks zoon, die voedster van Europe129
[p. 97]
130
naar 't hart en leven stond en 't heir niet wilde slopen130
 
waarmee zijn heerszucht, zo het God niet had belet,
 
de ganse staat had in deez' ene stad geplet,132
 
voordat door tussenspraak van laffe bondgenoten
 
die brave Bikkers zijn uit 't stadsbestuur gestoten,134
135
terwijl de vorst, alsof hij had 's lands heil gezocht,
 
- vervloekte vleierij! - bedankt werd voor die tocht.
 
Doch 't voorbeeld van de zoon komt onze tijden nader
 
die op hetzelfde spoor van zijn heerszieke vader
 
hem vlijtig natrad, ja, hem streefde ver voorbij.
140
Ik zet die manslag van de Witten aan een zij,140
 
die trouwe vaders, die de vrijheid en 's lands beste
 
zo braaf behartigden, als vaderlandse pesten
 
gelasterd en gevloekt, tot zij aan Willems wraak
 
zijn opgeofferd en de wreedheid met vermaak
145
zich zat dronk aan hun bloed. Men schreef dit licht het muiten
 
en woeden toe van 't grauw, hoewel dit goed te stuiten
 
geweest waar zo de vorst niet zélf, op wraak gespitst,
 
tot zulk een gruweldaad het volk had opgehitst.
 
Dit toont d'aartsschelm die 't Sticht nóg gunt een vrije woning,149-152
150
die heillooz' hartendief, die thans nog tot beloning150
 
van oude dienst de vorst gedaan in dat getij,
 
door zijne gunst geniet een dubbele soldij.
 
Hoe zijn van tijd tot tijd én handvesten én wetten
 
verbroken en vertrapt met af en uit te zetten
155
die, wettig met gezag in stad of staat bekleed,
 
zeer vroom zich kweten van hun taak met eer en eed.
 
[...]
 
Maar vrienden, ziet wel toe en zijt niet willens blind.
 
Ik wacht mij wel u hier te malen 's konings print,158
 
men moet de koningen en vorsten, weet ik, eren.
160
Ik spreek van vrijheid, en wens niemand te bezeren,
 
maar zijt gij voor zijn macht en grootheid niet beducht?
 
Hij is een oppervorst, gedreven door een zucht162
[p. 98]
 
naar hoogheid, die zijn volk als koning wou berechten,
 
en aan zijn reeks van titels zal hij daarom willen hechten
165
de naam van graaf of heer van 't machtig Nederland,
 
de staten echter leggen vorsten niet aan band.
 
En kijk ik naar de zee: die holle pekelbaren167
 
voorspellen anders niets dan rampspoed en gevaren.
 
Een onervaren arts vermeerdert eer de kwaal
170
dan dat hij hem verlicht: een opperadmiraal
 
die nooit de zee zag - 't een én 't ander mag niet feilen - 171
 
zal zo op zand of plaat de hele vloot verzeilen.
 
De Deense mag're os vindt Hollands vette wei,
 
maar Hollands dierb're vloot in Engeland geen gelei.174
175
Welk voordeel gaven ons de Britse maatschappijen?
 
Dat heugen 't allerbest Leicesters boze tij'en!
 
De koopman klaagt allicht zoveel hij klagen mag,177
 
en zucht en steunt, en denkt met smarte aan de dag
 
toen Neêrlands veldheer op de Britse troon getreden179
180
de handel heeft verdrukt, 's lands zenuw afgesneden.
 
Gij vindt met Engeland in zeevaart uw belang,
 
dus vrees, o Holland, vrees uw wisse ondergang
 
en dat gij vrijheid, recht en welvaart zult verliezen
 
zo g' immermeer een Brit zult tot uw hoofd verkiezen.
185
Maar wordt al dit gevaar in Friso niet gevreesd?
 
De vorsten schoeien op een en dezelfde leest.
 
Rampzalig is het land waar hij die aan 't bewind is
 
nog onder voogden staat en niet meer dan een kind is,188
 
daar heeft de vleierij op 't vorstelijk gemoed
190
de meeste vat en krijgt de hoveling licht voet
 
om uit des vorsten naam meest zelf te regeren,
 
hij heeft een sterke rug en niemand zal hem deren.
 
Is nú de jonge prins nog van zijn macht ontbloot,
 
door aanwas van gezag wordt hij wel haast zo groot
195
dat hij de staat het roer zal uit de handen wringen
 
en zich niet door een band van wetten laten dwingen.
[p. 99]
 
Dat's eigen aan het huis van Nassau en het bloed
 
dat eertijds koningen en vorsten heeft gevoed,
 
dus past het ook de zoon door eigenzucht gedreven
200
zijn ouders op dat spoor in hoogheid na te streven.
 
Maar gij, o vaderland, dat gij, 's lands stuur en klem
 
bewakend, 't heilig recht handhavend, naar geen stem
 
van valse raadsman hore, die niets zoekt dan zijn voordeel
 
met schone schijn bedekt. Uw wijs, doordringend oordeel
205
weet wegen waardoor 't hooggezag wordt ondermijnd,
 
gij kent de kwalen waar het vaderland door kwijnt.
 
't Is tijd het onrecht nu voor eeuwig af te schaffen,
 
en muit- en baatzucht naar verdienste te doen straffen.
 
Bedwing z'in staat en kerk. 't Gezag, u toevertrouwd,
210
en eendracht maken sterk. Indien er een zich stout210
 
daartegen kant, laat dat dan nimmer ongewroken.
 
Ik deed mijn plicht en heb voor 't vrije recht gesproken.

H.S.E.

+Haec libertatis ergo dit (geschiedde) omwille van de vrijheid, verwijzing naar de inscriptie op munten die tijdens de belegering van Leiden door de Spanjaarden (1573-74) waren geslagen (ontstaanstijd van de vrije Republiek)
11eigen voedsterlingen knecht de stadhouder; constitutioneel gezien was hij de dienaar van de staten, die het volk vertegenwoordigden
21Willems dood de dood van koning-stadhouder Willem iii (in 1702), het begin van het Tweede Stadhouderloze Tijdvak
35Bataafse Burgerhart...Tibers gestut hebt de Batavier Claudius Civilis ontketende een opstand tegen de overheersing door de Romeinse keizer (69 na Chr.)
36-37ouders...doorgestaan de (voor)ouders, die de Spaanse oorlogvoering hebben doorstaan (1568-1648)
51d'oude graven in de anti-stadhouderlijke literatuur werden de middeleeuwse graven als de tirannieke voorgangers van de stadhouders voorgesteld
56licht makkelijk
73glimp vals voorwendsel
78de Geldersman en Zeeuw de inwoners van Gelderland en Zeeland, twee van de gewesten waar zich politieke troebelen voordeden
109-110Nijmegen...staten in Nijmegen was de rust hersteld dankzij het ingrijpen van de Staten-Generaal
113voorzorg zorg voor
115't Sticht Utrecht
119-122d'oude patriot...tot vierentwintig toe raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt, die in 1619 werd onthoofd na veroordeeld te zijn door een speciale rechtbank van vierentwintg leden
125De wetten zwijgen - dat 's al oud de wetten zwijgen te midden van het wapengekletter, aldus een oud gezegde (‘Inter arma silent leges’ - Cicero, Pro Milone)
129Willem, Hendriks zoon Willem ii, zoon en opvolger van stadhouder Frederik Hendrik
130slopen ontbinden
132deez' ene stad Amsterdam, dat in 1650 door Willem ii tevergeefs werd belegerd
134Bikkers de broers Andries en Cornelis Bikker waren ten tijde van de aanslag op Amsterdam burgemeesters van die stad
140de Witten raadpensionaris Johan de Witt en zijn broer Cornelis, die in 1672 vermoord werden door een volksmenigte
149-152de aartsschelm...soldij Willem Tichelaar, een der aanstokers van de moord op de De Witten kreeg tot aan de dood van Willem iii (1702) een uitkering van ƒ 450,- per jaar; in 1703 zou hij de voorzitter van de Staten-Generaal verzocht hebben om het dubbele
150die...hartendief die de harten van de De Witten uit hun lichamen roofde
158malen...print een portret te schilderen van Willem iii (ik val hem niet persoonlijk aan)
162zijn van de vorst
167de zee richting Engeland
171't een...feilen gezag en ervaring mogen geen van tweeën ontbreken
174gelei veilige haven
177Leicesters boze tij'en de jaren 1585-86, waarin de Engelse graaf Leicester als landvoogd van de noordelijke Nederlanden optrad en alle macht naar zich toe wilde trekken
179Neêrlands...getreden stadhouder en kapitein-generaal Willem iii was in 1689 koning van Engeland geworden
188een kind Johan Willem Friso was nog niet meerderjarig
210stout brutaal; H.S.E. achter deze initialen zou een koopman uit Middelburg schuilgaan, Jacob Willemsen geheten; zijn naam is aangetroffen in de marge van een gedicht ‘Op de maker van de Libertatis ergo of het brandmerk der stadhouderlijke regering’, dat deel uitmaakt van een handschrift met Zeeuwse spotverzen.
prepostterug  begin  verder