terug  begin  verderprepost
[p. 132]

Vrede dankzij Oranje (1674) 62

Frankrijk en Engeland sluiten in 1670 in Dover een geheim verdrag om gezamenlijk de Republiek te bedwingen. Het jaar 1672 brengt voor de Noord-Nederlanders vervolgens niets dan ellende: oorlog met Engeland, Frankrijk, Keulen en Münster, een halve burgeroorlog en een sterk stagnerende handel. Dan neemt een nieuwe Oranje-stadhouder, Willem iii, het nationale gezag over. Hij weet in 1674 in Londen vrede te sluiten met de Engelsen. Betere tijden zijn in het verschiet. Dat betoogt althans Amsterdamse dichteres Cornelia van der Veer (1639 - na 1702) in een pamflet uit hetzelfde jaar.

Van der Veer is een van de eerste vrouwelijke schrijvers die zich in openbaar drukwerk over politieke zaken durft uit te laten. Frank en vrij schrijft ze over de houding die de Republiek ten opzichte van de oorlog, de vrede en Willem iii in dient te nemen. Zij keert zich tegen de staatsgezinden, die de Republiek niet door een van de Oranjes geleid willen zien. Zij hebben in 1672 een politieke nederlaag geleden, en daar dient de gehele

[p. 133]

Republiek zich nu bij neer te leggen. Het gezag van Willem iii moet men aanvaarden. Daarmee zou ook Engeland als bondgenoot erkend moeten worden, want de twee protestantse landen waren als door bloedbanden in een gezamenlijk geloof verbonden. Met het sluiten van een verdrag met de Engelse koning Karel ii, in februari 1674 in Westminster bekrachtigd, had Willem iii het vergieten van dat broederbloed weten te beëindigen. Samen zouden de Republiek en Engeland nu de Franse, roomskatholieke agressor Lodewijk xiv het hoofd moeten bieden.

Van der Veer plaatst deze politieke boodschap in een christelijke, gereformeerde context. Willem iii is een door God begenadigd vorst, en de Republiek moet om die reden zijn gezag aanvaarden. Uitgebreid worden de voordelen van eendracht en godsvrucht verklaard. Duizend zuchten zullen God bewegen de Republiek weer in Zijn zegen te betrekken, en welvaart zal het gevolg zijn. Van der Veer schrijft in bijbelse parallellen en vergelijkingen, waarbij bepaalde sleutelwoorden (overigens weinig systematisch) worden gecursiveerd. Af en toe duikt ook mythologische beeldspraak op, maar de Nederlandse maagd die in haar betoog ten tonele wordt gevoerd, dient zich toch vooral te spiegelen aan christelijke voorbeelden.

Het gedicht krijgt haast epische trekken door het optreden van personificaties als de Waarheid en de Faam, die Van der Veers pleidooi op emotionele wijze ondersteunen. Het pathetische beeld van een wenende Rachel en de roep van jammerende weduwen en wezen moeten de oproep tot eendracht, godsvrucht en broederschap versterken.

prepostterug  begin  verder