Sluiproutes en dwaalwegen


auteur: Anthony Mertens


bron: Anthony Mertens, Sluiproutes en dwaalwegen. Aspecten van een liminale poëtica toegelicht aan de hand van het werk van Jacq Firmin Vogelaar. Sauternes, Amsterdam 1991


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 18]

Hoofdstuk een
Drempelverkenningen

Tenslotte worden zijn ogen zwakker en hij weet niet of het werkelijk donkerder wordt om hem heen of dat zijn ogen hem bedriegen. Maar wel ontwaart hij in het donker een glans die onweerstaanbaar uit de poort van de wet stroomt.
Franz Kafka, Voor de wet

1. De breuk

Over het ontstaan van de moderne literatuur doen verschillende versies de ronde. Toch zijn de meeste literatuurhistorici de mening toegedaan dat in de tweede helft van de negentiende eeuw de eerste symptomen zijn te vinden van een fundamentele breuk in de literatuurgeschiedenis [Jausz, 1970; Bradbury, Mc Farlane, 1976]. George Steiner [1990b] bijvoorbeeld meent die symptomen voor het eerst waar te nemen in het werk van Mallarmé en Rimbaud (‘il faut être absolument moderne’). Daarin komt de ‘crisis van de betekenis’ aan de oppervlakte. Er vindt een radicale ontkoppeling plaats tussen woord en (conventionele) betekenis (Mallarmé's ‘Le mot n'est pas l'expression d'une chose, mais l'absence de cette chose’). De band tussen spreker en het gesprokene wordt doorgesneden (Rimbauds ‘Je est un autre’). Roland Barthes [1970] ziet de breuklijn lopen tussen het werk van Balzac en Flaubert. Deze breuklijn markeert volgens hem het einde van het primaat van het realisme. De literatuur beeldt niet langer de wereld maar zichzelf uit.

 

Beide auteurs zijn van mening dat het ontstaan van de moderne literatuur heeft te maken met een grote scepsis ten opzichte van 1) de taal als middel voor communicatie en 2) de wetenschap als koninklijke weg naar ware kennis. De breuk voltrekt zich in de eerste plaats in een toenemende kritiek op de clichés, het jargon, de leugenachtigheden, de tot logge routine geworden formuleringen die in het journalistieke, politieke en juridische discours de gebruiksmogelijkheden van de taal hebben verminkt. Het ontstaan van de moderne literatuur valt volgens Steiner samen met de contractbreuk tussen taal en wereld. De literatuur begint de neiging te vertonen zich in de wereld van de taal terug te trekken en deze te zuiveren van alles wat naar de wereld zelf verwijst.

[p. 19]

In de tweede plaats zou de ingrijpende verandering in de literatuur te maken hebben met de onvrede over een eenzijdige opvatting over wat als rationele kennis moet worden beschouwd. Het succes van de natuurwetenschappen moet er toe hebben bijgedragen dat rationele kennis steeds meer werd vereenzelvigd met wat empirisch viel te controleren, met wat telbaar, meetbaar, kortom kwantificeerbaar was. De onvrede met een op de wetenschap geënte rationaliteit moet er toe hebben bijgedragen dat in de tweede helft van de negentiende eeuw de belangstelling groeide voor kenvormen die door het rationalisme in discrediet waren geraakt: vormen van niet-rationele kennis die een lange voorgeschiedenis kennen. Men raakt (opnieuw) geïnteresseerd in het bijna ontoegankelijke ervaringspotentieel dat in de prerationele, mythische belevingswereld eens aanwezig moet zijn geweest. Er bloeit interesse op voor alchemistische kennis, voor het mystieke denken en voor de taal van de waanzin, voor de raadselachtige kennis die men vermoedt in het spreken van de gekken [Zimmerman, 1985; Hocke, 1963a, b].

Sommigen zagen daarin een poging tot rehabilitatie van de metafysische religieuze ervaring, die in de onttoveringsarbeid van het rationalisme in het gedrang was gekomen. Anderen herkenden in de groeiende belangstelling voor mythische, magische, alchemistische en mystieke kennis slechts het teken van een ongebreidelde hang naar irrationalisme. Maar misschien hebben de literaire exploraties aan de grenzen van de communicatieve en rationele orde vooral te maken met een ontwakende gevoeligheid voor overgangen die ervaringen buiten de grenzen van de rede, de taal en de waarneming zo exact mogelijk probeert op te vangen.