|
|
|
| |
| | | |
Bijlage VIII
Kaartenhuis
Ai-Myn os, eleindig hibridier, quivapono, ongena- onsbreekbaar garshuizer monk int huis van minnebroeder Okkazie, alles-op-één-aas, bouwmeester van kaartenhuizen, van alle markten inkluis, of evengoed broeders loeder op 'n gouden Ei O'Schanda, de heer vrijuit de joker in 't bijhuis afgedreven, bijgenaamd ‘De Slaagse Loper’, numero nooi tuis, Foestie-fiskuslaan in Venivigevano, Archadia bij de schedelplaats Messingstad in Vathekland-want 't is er vergeven van anen en giauren-met zijn schuilnaam Harrie Spe(k)s in sepia-hanesporen op de separate deurplaat, al voor de prima nox nog weggeratst, en jaloeziën voor kijk & schijtgaten, waarin de kontaktbrekebenende kunstzoon vd twoziende voogd zich op kosten van het mistzieke lichaam van belastingsjokkers door 't leven molikt, naar schatting 40% mistastend, moedeloos de dag drijvend de nacht, met lakonies papierscheuren en bitter terugslikken, het nuchtere azijnzwaantje & roezige anijszwijntje temidden van gematteerde mollusten, kaktusvelden en egellegers, met draadnagels in 't gamelle schedeldak barstensvol sjankerpitten-en-desperaten, dag in dag uit kruisend andermons pad, achteloos en steeds wijdlopender in (ver)bandloze smaadschriften jacht makelijdend op zichzelf e.v.a. (in deze vrijplaats) was, bij mijn weten, de ergste stropende sLoper, zelfs in onze westerse hernetelige wereld, als je alleen al op de reinste muizenissen-mest afgaat.
Jullie pralen met de on(achter)haalbare troep onder tafel? Achterspakse windeieren gebakken op eigengrond in Duivendrek?-neu neu, en nog 'ns neu (met alles d'rop end'ran). Klasse, niks bij dat droogste drogroddebraaksel, zuur tot op de bodem van z'n rottingsbak, inwendige mens gepleisterd met opgewaardeerde steenpuisten. Neem dát van mij aan, welfair-angels die hier aberritief 'n nepshot namen, of gaven, zoals jullie na gedane zaken, waren eensluidend, geen Rocfort geurde karstiger. Op m'n herewoord, ik vond er heul in de huid van de huizekoper, zekers, maar voel me aangetast door 't zuur vd bos in linguabhonis.
Het befoezangelde parklet van het hol benevens de paralallende geluidzwerende nachthoekige wanden van deze oktaëder, nog maar gevoeglik te zwijgen over oprechte steunbalken en verlakking, waren zo heerlik vrij als met pilatro bedrukklad, betengeld met opengestoomde liefdesbriefjes, ezou es geweest zijn-verhalen, liederlike hapsnap, eierschalen geharsten & gelijmd de doder ekziel afkokend en drijvend o pijn mer- | | | | rie, mondvorts geijlie, innerlik motiefbehang, skrootjes, diskrete inkreta, sentrale muisgrijze sementstof, amandelvormige amandelpitten, sbikkelige krenten, afvalbetiese woordschatten, metaporiese slagzinnen, kronologiese uitslag, majeuties-schelemaja-ansichten dubbel-dik, ajaas en anees, vruchteloze pogingen tot lettergreeploze gesprekken, mag ik van jou, beletseltekens, afgesaagde geheimkramerijks, hoomveloquentia, poliesemimentale reisnavelpelsels, monloog ekksterieur, verder veste die uitgediend zijn, bergen oriëntamentalia, gebroken hollands, parkaas binnevel buitenvel voor alle seizoenen, zonneglazen in het montuur, familiaire uniformika, andermans pand en ondergoed, ontebrouwbare twijfelaar onbeslapen, achterhands tuig, verblindende scheerspiegel, immiteiten annonu, memoos en voornemens voor mij tegen de muur, nagestuurde adviezen, reiswekker met versterker, de wijzer naar boven of van slag, allerlei slag potloden pennen en tekengerei, alzichtruiters mallen en sjablonen, oostindiese paskwil heel dekoratief, álles, sterk overdreven glaswerk voor neutjes kopstootjes wegspoelingen aparratieven superlongdringende sterke versterkende verwarmende verwaarrende drankjes de rotganse dag lang, verspilde inkt, meer konsumpsie dan spraakwater dit daierree, schotswater over de kotsakker, niets minder dan de aars amicitiae,
glasogen voor een oog, gebit voor het tandengeklapper dito geknars, doedels voor de kortademigheid, languitleggen voor de langstaande overjarige, uitzuchten voor uitspreken, aas en hoos jessiss schedelbabbels echoos romig stijfsel jazoon neezus okidodo ecce fuomo ziezo zozo montere protese mijn mening zo of zo om en om of-of na nu, nu is de nacht zei de egel, en er zijn alleen al honderd ruïnerende magen voor nodig om dat te verstouwen, en dit op te geven, een buikorgel, een huisharmonika en het familie-eksembel met reservespellers gieromanten pieremanten gekkend en gakkend oh zo poliepfoon dit vermontivitriolepark deze oorverdovende kamermuziek sordino con brio foetsiecato (etceterum censeo), zijn die even wel voorhanden dan is er, met een injeksie goedewil, een kleine kans dat men het prodroomfantoom nachteloos op zijn eigen kraaiedans-choreografie, het mollenkoor ver weg wanend, kan zien dansen, met zijn legio figuren, radeloos radend en razend radbrakend, het mysterie van het ahri-se-man-tiese mondiabale wandwereld-rataplan ontraadselend bladlezend de in klaartekst overgeschreven signaturen van zijn binnenhuisarchitektuur.
|
|
|