[p. 104]
origineel
Jan en Mietje, of de kracht der waarheid.
Mietje
.
J
an
! wij zijn toch regt gelukkig;
Hoe vol zorg, hoe wijs, hoe goed
Zijn onze ouders, ach, voor 't lijden
Der geduchte kinderziekte,
Heeft hun liefde ons lang behoed.
Denk eens, hoe veel kindren sterven
Door die ziekte een' bangen dood.
Lieve
Jan
! 'k zag nichtje
Betje
,
Dat aanvallig vleijend kindje,
Sterven op haar Moeders schoot.
[p. 105]
origineel
Ach, haar Moeder wrong de handen,
Betje
kende mij niet meêr,
Gloeijend rood en dik gezwollen
Hijgde zij, benaauwd en krachtloos,
Telkens naar haar adem weêr.
Jan
.
Waarom zorgden
Betjes
ouders
Voor de kleine liefling niet?
Foei! haar zoo te laten sterven,
Daar de goede God bescherming
Door de koepok-stof hun biedt.
Mietje
.
Lieve
Jan
! ach
Betjes
ouders
Dachten anders hier omtrent.
Moeder zegt bij heel veel menschen
Is al 't heil van een besmetting
Door die pokstof onbekend.
[p. 106]
origineel
Menschen, die dat heil niet kennen,
Wagen ook hun kinders niet
Aan een Britsche koeijen-ziekte;
Zie zoo dwalen zij uit liefde;
Doch uit dwaling spruit verdriet.
Jan
.
Dwalen neen, wie kan hier dwalen?
De ondervinding spreekt toch klaar,
Koepok-stof maakt elk onvatbaar
Voor de Kinderziekte en schaadt niet.
't Geen men ziet, is immers waar?
Waar de koepok-stof eens werkte,
Eens dien kwaal heeft voortgebragt,
Daar, dit zeggen al de dokters,
Heeft het gist der kinder-ziekte,
Schoon men 't inënt, nimmer kracht.
[p. 107]
origineel
Mietje
.
Moeder kent den aard der menschen
Eindloos beter toch dan wij.
Wie niet onderzoekt, niet oordeelt,
Maar zich slaafs verbindt aan 't oude,
Zegt zij, denkt, noch handelt vrij.
Jan
.
Nu die slaafsche menschen moorden
Dan uit domheid menig kind,
Of zij doen de lieve onnooslen
Al hun leven schuldloos lijden,
Wreed misvormd, verminkt, of blind.
Vader zegt, voor elke krankheid
Is ook artsenij bereid,
Tegengift voor alle kwalen
Is in delfstof plant of dieren,
Tot ons oef'ning mild verspreid.
[p. 108]
origineel
Mietje
.
Jan
! o laat ons dankbaar wezen
Aan onze ouders en aan God.
Onze welvaart wordt beveiligd,
Ons verstand word wijs ontwikkeld,
Waarlijk zalig is ons lot.