|
|
|
| |
| | | |
Meting van de heerlijkheid Gruitrode-Solt (1792-1794)
| |
1. Meting van Opsolt
Peter Joannes Craeghs(1), één van de
twee regerende burgemeesters van het gehucht Opsolt(2), richt op 11 maart 1791 een
schrijven tot landcommandeur Frans Johan von Reischach (1784-1807)(3).
Craeghs stelt hierin dat de grondbelasting in Opsolt wordt geïnd
op basis van de mondelinge aangiften van de goederen door de ingezetenen.
Deze schatheffing is niet correct, daar een groot aantal ingezetenen minder
aangeven dan zij werkelijk bezitten. De schatheffing heeft daarbij niet
enkel betrekking op de gronden in Opsolt, maar tevens op een aantal
landerijen die Opsoltenaren in de buurdorpen Opitter, Tongerlo, Neersolt en Neeroeteren bezitten. Als
gevolg van de metingen in Opitter en Tongerlo heeft Opsolt al een deel van
haar inkomsten verloren, wat nog zal toenemen, daar ook Neersolt en
Neeroeteren tot een meting willen overgaan. Burgemeester Craeghs, hiertoe
door zeven ingezetenen geconstitueerd(4),
verzoekt de landcommandeur om tot een meting van de belastbare gronden te
mogen overgaan.
De financiële implicaties zijn gering, daar de pastoor van
Tongerlo, | | | | Karel Theodoor Peters(5), bereid is hiervoor gedurende twee
à drie jaar 200 gulden rentenloos ter beschikking te stellen.
Na inzage van de suppliek van burgemeester Peter Joannes Craeghs in naam van
een minderheid van Opsoltenaren, vraagt landcommandeur von Reischach op 18
maart 1791 hieromtrent het advies van de schepenbank van Gruitrode(6).
Tussen 18 en 30 maart 1791 maakt burgemeester Craeghs een nieuw
verzoekschrift aan de landcommandeur over. Hoewel hij Theodoor Esser,
griffier van de Gruitroder schepenbank, dadelijk op de hoogte van het door
de lancommandeur gevraagde advies gebracht heeft, schuift de schepenbank,
aldus Craeghs, de kwestie op de lange baan. Wel heeft griffier Esser een
vergadering belegd (une espèce
d'assemblée), waarop enkel diegenen aanwezig waren van
wie de voorouders of voorgangers nooit de juiste grootte van hun goederen
gedeclareerd hebben; zij wensen daarom ook geen meting en alles bij het oude
te laten. Burgemeester Craeghs besluit zijn schrijven als volgt: C'est pour arrêter une vexation, aussi
indécente qu'injuste, que le très humble
soussigné ose avec confiance porter aux pieds de Votre
Excellence sa présente exposition, la suppliant en
très profond respect de daigner ordonner ou accorder
l'arpentage que l'équité semble prescrire - j'ose
dire - exiger.(7)
Schout J.F.F. de Borman(8) en de schepenen maken op 30 maart
1791 het gevraagde advies aan de lancommandeur over(9). Zij stellen
dat een gebeurlijke meting van alle belastbare gronden tot een
rechtvaardiger schatzetting en -heffing in Opsolt kan leiden, maar een
meting leidt naar hun mening meestal ook tot processen. De te meten gronden
zijn van goede, middelmatige en slechte kwaliteit; de laatste soort betreft
de vele heidegronden. Indien de landcommandeur een meting toestaat, dienen
ook grondklassen gesteld te worden, zodat een bunder heidegrond minder
belast wordt dan een bunder akker- of | | | | weiland; bij het niet
stellen van grondklassen ontstaan krakeel en processen. Schout en schepenen
voegen bij hun advies ook een akte van protest, ondertekend door 13
ingezetenen(10),
onder wie burgemeester Jan Mathijs Vlemelings. Zij verklaren Peter Joannes
Craeghs nooit geconstitueerd te hebben om in hun naam om een meting te
verzoeken, die zij verwerpen, in de hoop dat de landcommandeur deze nooit
zal toestaan.
Op 13 mei 1791 maakt burgemeester Peter Joannes Craeghs een nieuw
verzoekschrift aan landcommandeur von Reischach over, waarin hij nogmaals
stelt dat alleen een meting tot een rechtvaardige inning van de
grondbelasting kan leiden(11). De grondheer reageert evenwel niet. Op 30
augustus 1791 volgt een nieuw verzoekschrift, in een nog duidelijker
taal(12). Burgemeester Craeghs geeft
toe niet door alle gezinshoofden geconstitueerd te zijn, maar alleszins door
de meerderheid, nl. een twintigtal. Op de bijeenkomst van de tegenstanders
van de meting(13) op 26 maart 1791 waren
enkel ingezetenen aanwezig van wie de voorouders altijd de juiste grootte
van hun gronden bij de mondelinge aangiften verzwegen hebben; hun
protestakte verdient dan ook geen aandacht, daar zij door hebzuchtig
eigenbelang ingegeven is. Twintig oprechte medeburgers, aldus Craeghs, zijn
het slachtoffer van | | | |

Ill. 1a Goederenaandracht door de ingezetenen van het
gehucht Solt, 20 januari 1596. (R.A.H., gemeentearchief Gruitrode
nr. 21)
| | | |

Ill. 1b Schatcedule voor het gehucht Solt, met een
bundersgewijze taxering verdubbeld en verhoogd met 30 gulden per
gezin, s.d. (17de e.). (R.A.H., gemeentearchief Gruitrode nr.
62)
| | | | een willekeurig en onrechtvaardig belastingssysteem. Zij betalen
al geruime tijd belasting boven hun effectief grondbezit, terwijl een
minderheid, die minder aangeeft dan zij bezit, op nauwelijks de helft van
haar bezit wordt getaxeerd. Het gaat zelfs zover, dat de perceelsgrenzen van
de kleinere geërfden niet gerespecteerd worden; de schepenbank
gaat hierbij niet vrijuit. Een meting van alle private gronden door een
beëdigd landmeter kan ieders grondbezit aan het licht brengen, en
enkel op basis hiervan kan een juiste belastingsrol opgesteld worden.
Burgemeester Craeghs is ervan overtuigd dat de plaatselijke schepenbank of
althans sommige leden ervan - hij viseert in de eerste plaats griffier
Theodoor Esser - de tegenstanders van de meting in bescherming neemt. Hij is
tevens op de hoogte van de Luikse reglementen van 26 april en 20 augustus
1762, waarin de prins-bisschop alle gemeenten van het prinsbisdom ordonneert
een meting van de belastbare gronden uit te laten voeren(14).
De jongste suppliek van burgemeester Peter Joannes Craeghs heeft indruk op
landcommandeur von Reischach gemaakt. Zijn resolutie d.d. 1 november 1791 is
positief: Gezien deese requeste accordeeren wij deese
permissie, ordonneerende aan onze justitie van Gruijtrode ende
respectievelijk aan alle onderdaanen van Opsolt, van deese generaele
meetinge voor te neemen ende sigh ten dien eijnde te conformeeren naar
de ordonnantien existeerende in het Land van Luijck de datis 26den april
ende 20 august 1762. Binnen drie maanden moet een rapport over de
uitvoering van deze resolutie aan de landcommandeur overgemaakt worden(15).
Al is bovengenoemde resolutie op de jongste suppliek van burgemeester Craeghs
d.d. 30 augustus 1791 positief, ze komt evenwel vrij laat, ruim drie maanden
na het verzoekschrift. Vermoedelijk had Craeghs nog weinig vertrouwen in de
plaatselijke grondheer en richtte zich - einde oktober of begin november
1791 - over het hoofd van de landcommandeur van Aldenbiesen rechtstreeks tot
de prins-bisschop in zijn Geheime Raad, de competente rechter inzake
belastingen(16). Daar Gruitrode een
ondergeschikte heerlijkheid was, kon zulks juridisch ook. Hij zet de bekende
argumenten nogmaals op een rij, waarbij het opvalt dat personen en zaken
concreter genoemd worden. Burgemeester Vle- | | | | melings en zijn
aanhangers, tegenstanders van de meermaals gevraagde meting, hebben enkel
persoonlijke belangen op het oog. Zij weten immers dat hun contributie tot
de grondbelasting niet in verhouding staat tot hun onroerend goed en dat zij
na een algemene meting veel meer zouden dienen te betalen. Deze frauduleuze
toestand sleept al jaren aan, tot nadeel van de gemeente en van de
overbelaste supplianten in wier naam Craeghs spreekt.
In Opsolt zijn er 300 à 400 belastbare
bunders, met een jaarlijkse heffing van 4 gulden per bunder, een zware last
voor de ingezetenen. Veel erger is nog dat één vierde
van de belastbare gronden niet aangegeven en derhalve niet belast zijn,
zodat de eerlijke belastingbetaler de dupe van dit onrechtvaardig systeem
is. Daar hij bij de plaatselijke grondheer, de landcommandeur van Alden
Biesen, geen gehoor vindt, hoopt burgemeester Craeghs dat de landsheer aan
de onrechtvaardige toestand in Opsolt een einde maakt door een meting van
alle schatbare gronden te ordonneren en op basis hiervan een nieuwe
repartitie voor de inning van de grondbelasting op te stellen. De aan de
meting verbonden kosten zijn miniem, gezien de kleine oppervlakte van het
gehucht en het genereus aanbod van pastoor Peeters uit Tongerlo. Als na de meting blijkt dat zijn klachten ongegrond
zijn, dan wil burgemeester Craeghs alle gemaakte kosten voor zijn rekening
nemen.
De prins-bisschop ordonneert burgemeesters en schepenen op 12 november 1791
binnen de 15 dagen over te gaan tot een mondelinge aandracht (denombrement) van de schatbare gronden door de ingezetenen en de
landcommandeur van Alden Biesen hiervan in kennis te stellen(17):
Sijne Hoogheijd, gesien hebbende het tegenwoordigh oetmoedig
requete, het welck gecommuniceert sal worden aen den seigneur ofte heer der
plaetse, ordonneert nogmaels ende sereiselijck dat de mandaten van den 26
april en van den 20 augusti 1762, aenbelangende de generaele benoeminge der
gronden of erven, instantelijck geexecuteert worden in de gemeijnte van het
Opsolt ende selfs in alle andere plaetsen van ons priensdom, ende dat
diensvolgens alle eijgenaers ofte besitters van de voorgenoemde gemeijnte
sullen hebben te declareren in handen der borgemeesters en justitieren het
exact getal van hunne gronden - cijnsale, feodale oft allodiale - binnen de
15 daegen naer de publicatie deses peremloerelijck, | | | |

Ill. 2 Advertentie dat de ingezetenen van Solt op vrijdag
13 januari 1792 hun goederen onder eed voor de plaatselijke
schepenen dienen op te geven, in opvolging van de ordonnanties van
de prins-bisschop (12 november 1791) en van landcommandeur von
Reischach (1 november 1791), 4 januari 1792. (R.A.H. gemeentearchief
Gruitrode nr. 60)
| | | | en eijndelijck op pijn gestatueert door de twee voornoemde
mandaten, van welck uijt onse cancelarij exemplairs sullen gegeven worden
aen de verthoonende borgemeesters, op dat sij sigh promptelijck naer
confirmeeren, mede om te produceren in desen Raet eene autentique copie van
de geseijde benoemige of metinge, als de selve sal geijndight sijn.
Al ordonneert de prins-bisschop een mondelinge aandracht, eigenlijk bedoelt
hij een meting (cf. benoemige of metinge).
Drossaard en schout J.F.F. de Borman is met de gang van zaken duidelijk
verveeld, vooral met het feit dat burgemeester Craeghs zich zonder zijn
medeweten en dit van de landcommandeur rechtstreeks tot de prins-bisschop
gewend heeft, hoewel de landcommandeur op 1 november 1791 het licht op groen
zette voor een meting. Op 16 december 1791 deelt drossaard de Borman
landcommandeur von Reischach mee met enkele voorstanders van de meting
gesproken te hebben en hen aan het verstand heeft willen brengen, hoe haetelijck sij hun sullen maecken met de meetinge van het
solt te beginnen met d'orders die sij becoemen hebben uijt den Conseil
Privé, sonder het consent en toestemminge te hebben van Sijne
Hooghweerde Excellentie. Hij heeft hen daarom aangeraden hun eerste
suppliek van 11 maart 1791 opnieuw aan hun grondheer over te maken. Om alle
eventuele moeilijkheden te voorkomen verzoekt de Borman de landcommandeur de
meting dadelijk te ordonneren evenals het stellen van grondklassen, en dat
hij en twee schepenen de meting bijwonen mits betaling van hun
verplaatsingen(18). Op 21 december 1791 maakt drossaard de Borman de
prins-bisschoppelijke resolutie van 12 november 1791 die burgemeester
Craeghs hem ter hand gesteld heeft, over, alsmede kopies van de twee
landelijke reglementen uit 1762 die bij de prins-bisschoppelijke apostille
gevoegd waren(19).
Burgemeester Peter Joannes Craeghs heeft zijn slag thuisgehaald. De meting
kan uitgevoerd worden.
Op 4 januari 1792 ordonneert landcommandeur von Reischach dat alle
gezinshoofden van Opsolt op vrijdag 13 januari 1792 om 10 uur hun goederen
onder eed voor de plaatselijke schepenen aanbrengen, met vermelding van hun
grootte(20). Deze optelling of enumeratie, overigens overbodig, is niet
bewaard.
| | | |
Ten huize van Dionijs Vaesen wordt de uit te voeren meting op 18 januari 1792
aan de minstbiedende landmeter uitbesteed, onder de volgende
voorwaarden(21):
| (1) | De landmeter dient alle schatbare landerijen te meten. |
| (2) | Hij moet een stokregister (= meetboek) opstellen waarin alle gemeten
erven beschreven worden met grootte, ligging, reengenoten en aard van de
grond. |
| (3) | De meting van de cultuurlanden moet vóór dinsdag
eerstkomend beginnen en binnen drie maanden voltooid zijn; daarna volgt
de meting van hagen en heidegronden. |
| (4) | Bij de aanvang van de meting ontvangt de landmeter
één derde van zijn loon(22),
één derde na de voltooiing ervan en
één derde na overhandiging van meetboek en
figuratieve kaarten aan de burgemeesters. De hele operatie dient binnen
zes maanden na de ondertekening van het contract voltooid te zijn. |
| (5) | Eventuele fouten in de meting en het meetboek vallen ten laste van de
landmeter. |
| (6) | De landmeter krijgt assistentie van Peter Meijlers alias Hagels uit
Opsolt. Hij zal in de eed gesteld worden en krijgt een vergoeding van 5
stuivers per dag om de eigenaars van de meting op de hoogte te brengen
en de gronden aan te wijzen. |
| (7) | De figuratieve kaart zal geexamineert en ter proeve gesteld worden. |
De meting wordt toegewezen tegen een vergoeding van 15 stuivers per bunder
aan Andries opt Eijndt(23) uit Maaseik. Hij laat zich assisteren door zijn stadsgenoot J.L.
Leclercq(24) eveneens een
‘gezworen’ landmeter.
Landmeter opt Eijndt die aanvaardde de cultuurlanden binnen drie maanden te
voltooien, heeft er wellicht geen rekening mee gehouden dat het weder hem
parten kon spelen. Drossaard J.F.F. de Borman | | | |

Ill. 3 Kwitantie waarin landmeters A. Opt Eijndt en J.L.
Leclercq verklaren 75 gulden ontvangen te hebben van burgemeester
Peter Jan Craeghs, overeenkomstig het tussen de landmeters en de
gemeente Solt gesloten akkoord van 18 januari 1792, 11 februari
1792. (R.A.H., gemeentearchief Gruitrode nr. 60)
verzoekt burgemeester Peter Uleners (25) midden april om een verklaring van de landmeters over
de stand van zaken, waaruit blijkt dat een deel van de akkerlanden en
driesen nog dient gemeten te worden en dat de landmeters de beemden en
weilanden wegens de overvloedige regenval nog niet hebben kunnen betreden.
Op 27 april attesteren beide landmeters de gemelde meetinge te
hebben begonnen, zoo haest wij de zelve ten minstenbiedende hadden
aengenoemen, en de zelve tot hiertoe vervolgt, wanneer het saison en
lijdelijk weeder zulks heeft toegelaeten, maert ter oorzaeke des winter
tijd, onstuijmig weeder en geduerige regen
| | | |

Ill. 4 Handtekeningen van een aantal gezinshoofden uit
Solt die de besluiten van een gemeentevergadering 11 september 1792
ondertekenen.
| | | |
de gemelde meetinge tot hieraen niet te hebben konnen
voltrecken, zullende die der ackerlanden en dreezen eerstdaegs
voltrocken worden, en die der wijdens en bemdens zoo haest het waeter
zal gezonken zijn.(26)
Op 26 april 1792 brengt drossaard J.F.F. de Borman de landcommandeur op de
hoogte over de stand van de meting, tevens verwijzend naar het rapport van
beide landmeters(27).
Het nagelaten register wordt op de titelpagina omschreven als Meedt-boeck ende stockregister voor de gemeente van Opsoldt,
jurisdictie der heerlijckheijt Gruijtroede, gedateerd 8 november
1792 en door beide landmeters ondertekend(28). Zoals de titel aangeeft telt
het register twee componenten:
| - | Het eigenlijke meetboek beschrijft in numerieke volgorde (610
nummers) huizen en landerijen in privaat bezit. Per perceel worden wij
geïnformeerd over de naam van de eigenaar(s), de aard van de
grond, de eigennaam of het toponiem, de reengenoten en de grootte in
bunders, roeden en voeten. |
| - | Het stokregister is het schatboek waarin de goederen per eigenaar
bijeengebracht zijn, met per perceel het nummer dat naar het meetboek en
de figuratieve kaart verwijst en een beknopte perceelsbeschrijving met
aanduiding van de grootte. |
De twee bijhorende figuratieve kaarten, vermeld in een inventaris uit
1811(29), worden weldra
gerestaureerd. Beide kaarten in kleur op textiel, met een hoogte van 126 cm
en een breedte van 101 cm, zijn gedateerd 26 juni 1792 en ondertekend door
landmeter Andries opt Eijndt. Kaart 1 omvat de nummers 1-393, kaart 2,
voornamelijk hooien weilanden, de nummers 394-610.
Voor de geïnteresseerden geven wij een overzicht van alle
boerderijen of erven, met de naam van de eigenaar(s), eventueel met
aanvullende gegevens uit de parochieregisters, de naam van het goed
(gecursiveerd), de grootte in bunders, roeden en voeten
(één bunder = 87, 1884 aren) en de kadastrale
nummer(s) van het woonhuis volgens de primitieve legger uit 1844.
| | | |
Ill. 5 Eerste pagina van het meetboek van het gehucht Solt, 8
november 1792. (R.A.H., gemeentearchief Gruitrode nr. 61)
| | | |
Ill. 5 bis Fragment van een inventaris van het gemeentearchief
van Gruitrode van 10 november 1829, waarin onder de nummers 9 en 10
melding gemaakt wordt van de registers en kaarten van de meting uit 1793
(lees: 1792, Solt, en 1794, Gruitrode). (R.A.H., gemeentearchief
Gruitrode nr. 65)
| | | |
| 1a. | Jan Mathijs Poelmans, 31 j., zn. v. Hendrik en Maria Bloemen
× Sophia Kuppens, 32 j.: Groot Bloemen, 6
b. 215 r. 5 v. (A 463). |
| 1b. | Gertrudis Poelmans, 41 j., weduwe Jacob Stijners († 1776):
Kleine Bloemen, 4 b. 202 r. 5 v. (A 460). |
| 2. | Willem Ke(u)nen: Degens, 6 b. 374 r. 6 v. (A 227). |
| 3. | Hendrik Stals, ° Opitter 16.04.1744, zn. v. Renier en Anna
Krekelberghs, × 09.11.1777 Maria Smeets ex Neeroeteren: Groot Driel (Dreel), 6 b. 204 r. 3 v. |
| 3b. | Philip Stals, ° Opitter 18.09.1730, zn. v. Renier en Anna
Krekelberghs, † 14.01.1812, × 19.08.1783 Christina
Lemmens ex Beek (1796:40 j.): Klein Driel (Dreel), 1
b. 364 r. |
| 4. | Andries Heymans, 35 j. × Elisabeth Jansen, 30 j.: Dresen, 12 b. 14 r. 5 v. (A 493). |
| 5. | N.A. Vander Borch (Maaseik): Fluitjens, 15 b. 168 r. 1 v. (A 251). |
| 6. | Jan Verheyen, 41 j., † 20.06.1827, × Opitter
23.05.1741 Catharina Vanderwerdt ×× Anna
Maria Verheyen, 23 j.: Gijsen (A 494, 501). |
| 7. | Agnes Housen weduwe Jan Leurs: Hagels, 10 b. 383 r.
7 v. (A 574). |
| 8. | Jacob Stienaers: Henkens, 6 b. 89 r. 5 v. (A 512,
514). |
| 9a. | Jan Donné, 46 j. (ex Reppel?), × Tongerlo 1759
Aldegond Corstiens ex Bree: Groot Hubens, 11 b. 139 r.
(A 126). |
| 9b. | Peter Joannes Craeghs, ° Tongerlo
26.05.1753, zn. v. Corneel en Maria Neyens, † 04.10.1828,
× Tongerlo 18.01.1783 Anna Elisabeth Lipskens, °
Beek 11.09.1758, dr. v. Hendrik en Maria Helena Jaeken, †
20.10.1828.: Klein Hubens, 10 b. 87 r. 2 v. |
| 10. | Gemeente Tongerlo: Keiaard, 16 b. 293 r. 4 v. (A
119). |
| 11. | Mathijs Verheyen, 36 j. × Helena Janssen, 20 j.: Kijven, 7 b. 349 r. 5 v. (A 213). |
| 12. | Jan Mathijs Vlemelinx, 40 j. × 09.09.1778 Maria Elisabeth
Hendrix, 30 j.: Laumen, 14 b. 90 r. 7 v. (A 454). |
| 13. | Commanderij Gruitrode: Lenen, 14 b. 159 r. 7 v. |
| 14. | Gerard Nijsen (alias Heler) × 13.06.1769 Catharina
Liemerkens: Liemerkens, 12 b. 329 r. 4 v. |
| 15. | Erfgen. Leonard Sijpers: Meilaarts, 5 b. 358 r. 6 v.
(A 407). |
| 16. | Erfgen. Gerit Nijsen: Nijs, 13 b. 63 r. 3 v. (A
568). |
| 17. | Agnes Noukens, 54 j., wed. Peter Gosens: Noukens, 19
b. 64 r. 8 v. (A 224). |
| 18. | Erfgen. Leonard Sijpers: Roemens, 9 b. 392 r. 3 v.
(? A 501). |
| 19. | Thewis Jansen, 50 j., × Aldegond Verheyen: Schimmels, 4 b. 43 r. 2 v. (A 408). |
| | | |
| 20. | Peter Jan Swennen, 42 j., × Elisabeth Rijkers, 35 j.: Smeets, 1 b. 246 r. 5 v. (A 505). |
| 21. | Peter Keenen, 45 j., × Catharina Simons, 34 j.: Smeiers, 13 b. 270 r. (A 571). |
| 22. | Lambert Goijens, 55 j., × Margaretha Degens, 35 j.: Straterhof, 5 b. 368 r. 2 v. (A 411). |
| 23a. | Dionijs Swennen, 48 j., × Anna Jacobs, 55 j.: Nieuw Vasen, 3 b. 199 r. 9 v. (A 450). |
| 23b. | Erfgen. Leonard Vasen: Oud Vasen, 13 b. 348 r. |
| 24. | Leonard Jansen, 30 j., × Maria Goesens, 25 j.: Witten, 15 b. 50 r. 6 v. (A 487). |
| |
2. Meting van Gruitrode
Op het jaargeding van 14 maart 1792 worden Jan Jansen(30) en Laurens
Paredis(31) tot
regerende burgemeesters van Gruitrode
aangesteld(32). Op 18 juli 1792 - de
meting van het gehucht Solt is dan
beëindigd - richten zij zich in naam van de gemeentenaren tot de
landcommandeur. Zoals de Opsoltenaren eerder geven de burgemeesters van
Gruitrode te kennen hoe bewaerlijk, ongeregtelijk en quaalijk
toegepast de algemeijne schatbeuringe (= inning van de schat of
grondbelasting) is van de respective vermogens Uwer Hoogwaarde
Excellentie trouwe onderdaanen. Daar er nooit een meting door een
beëdigd landmeter plaatsgehad heeft, blijkt uit de schatcedule
niet hoeveel bunders ieder geërfde bezit(33).
Vanwege de landcommandeur komt er evenwel niet de minste reactie, zodat beide
burgemeesters het verzoek tot een meting op 10 september 1792 herhalen, maar
met nog meer aandrang. Zij beklemtonen dat | | | |

Ill. 6 Fragment van een 17de-eeuwse schatcedule voor
Gruitrode, met links de namen van de gezinshoofden met de enkele
schat of omslag die in dat jaar eenenzestigmaal werd
geïnd (tabel rechts). (R.A.H., gemeentearchief Gruitrode
nr. 24)
| | | |

Ill. 7 Tweede verzoek van de burgemeesters Jan Jansen en
Laurens Paredis van Gruitrode tot landcommandeur von Reischach om
tot een meting van de belastbare gronden van Gruitrode te mogen
overgaan, 10 september 1792. (R.A.H., Fonds Alden Biesen nr.
1180)
enkel een meting ieders schattingen en lasten naar
evengelijckheijdt der gronden kan bepalen, zodat klachten van
ingezetenen die zich al jaren benadeeld voelen achterwege blijven. De
heffing van de grondbelasting gebeurt thans niet in verhouding tot het
precieze bundergetal der ingezeten, dat onbekend is; de tot dusver gehouden
goederenaandrachten bieden geen enkel houvast, omdat de meeste
Gruitrodenaren minder gronden aangeven dan zij werkelijk bezitten (34).
Deze tweede suppliek vindt wel gehoor bij de landcommandeur. Vooraleer
evenwel een beslissing te treffen, verklaart hij op 12 septem- | | | | ber 1792 het advies van drossaard(35) en schepenen in te winnen; zij dienen eveneens te
onderzoeken of beide burgemeesters door de gemeentenaren geconstitueerd
zijn(36).
Het door de landcommandeur gevraagde advies aan drossaard en schepenen van de
vrijheerlijkheid Gruitrode volgt op 18 september 1792(37). Zij attesteren
dat de inhoud van het verzoekschrift van de burgemeesters van 10 september
1792 waar is. Ook hebben zij gehoord dat op het jongste jaargeding van 14
maart 1792 een aantal gemeentenaren geroepen hebben geen grondbelasting meer
te zullen betalen, als er geen meting komt (in cas er geene
metinge en komt, soo willen wij geene schattingen meer betalen).
Drossaard en schepenen zijn er niet van op de hoogte of beide burgemeesters
in het bezit van een schriftelijke constitutie of volmacht zijn, wel dat
ingezetenen hen mondeling verzocht hebben om zich met een door de
gemeenteschrijver opgesteld verzoekschrift naar de landcommandeur te begeven
en om een meting van hun gemeente te verzoeken in overeenstemming met de
landelijke mandaten. Dit advies is ondertekend door Theodoor Esser, griffier
van de bank.
Op 9 oktober 1792 om 10 uur heeft de gemeentelijke constitutie plaats(38). Zevenentwintig ingezetenen die de
meerderheid vormen en van wie er tien niet kunnen schrijven, geven tevens in
naam van de afwezigen (d'overige medestemmende), aan Jan
Jansen en Jan Haels(39) volmacht, met de
belofte alles goed te keuren wat beide geconstitueerden betreffende de
meting beslissen, weliswaar steeds onder approbatie van de landcommandeur.
De constitutie is ondertekend door gemeentesecretaris P.G. Pendris.
Na inzage van het verzoek van de Gruitrodenaren en het daarop gevolgd advies
door drossaard en schepenen, vaardigt de landcomman- | | | |

Ill. 8 Attest van drossaard en schepenen van Gruitrode in
verband met de door de burgemeesters van Gruitrode gevraagde meting,
18 september 1792. (R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1180)
| | | | deur op 11 oktober 1792 een ordonnantie uit, weliswaar niet tot
een meting, wel tot een optelling(40)
of aandracht van de gronden door alle geërfden evenals de
afgezetenen of afforainen(41). Deze aandracht onder eed dient, conform aan de
landelijke reglementen van 26 april en 20 augustus 1762(42), voor schepenen en geconstitueerde
burgemeesters te gebeuren. De operatie dient binnen drie maanden plaats te
hebben, waarvan het uitvoeringsbesluit alsmede een kopie van de aangiften
aan de landcommandeur moeten overgemaakt worden.
Het is niet bekend of de landcommandeur door deze beslissing de meting op de
lange baan wilde schuiven. G.C. Beurskens(43), secretaris van de schepenbank in opvolging van
Theodoor Esser(44), maakt het dossier van de denombrering, gedateerd 29 mei
1793, op 19 juni 1793 aan landcommandeur von Reischach over(45). Beurskens
vermeldt dat elk gezinshoofd zijn opgave verricht heeft naar
vermijninge, soo als ider inwoonder dogt (= dacht) te
besitten. De opgave blijft telkens algemeen, bijv.: Eodem compareerde Nicolaes Ulenaers, woonende in het Ophoven, gehugt
van Gruijtrode, alwelcken heeft opgegeven omtrent de twintig boender
acker bouwlant, ontrent de drij boender wijde en ontrent de twee
boenders heij hage. In een begeleidende brief stelt Beurskens voor
een gedetailleerdere opgave te laten maken, als de landcommandeur de
aangifte niet gespecificeerd genoeg acht. Beurkens relativeert de
bruikbaarheid van zulke algemene aandrachten, waarbij het globale bunder- | | | | getal in plaats van een perceelsgewijze aanduiding wordt
vermeld. Zoals uit de latere meting blijkt, geven de meeste eigenaars
aanzienlijk minder aan dan zij bezitten; daarbij kwam de neiging tot
frauderen meer bij eigenaars van grote boerderijen voor dan bij
keuterboeren.
Op 26 februari 1794 zou een nieuwe aandracht van de goederen volgen, waarvan
wij de betrouwbaarheid zullen nagaan.
Opvallend is wel dat de pachthoven van de commanderij in Gruitrode niet in de denombrementen van 1792 en 1794 voorkomen.
Op 12 april 1687 vaardigde landcommandeur Godfried van Bocholtz een
ordonnantie uit, waarbij hij alle rentmeesters het bevel gaf(46) niet in te gaan op landelijke
reglementen in verband met de aangifte van goederen. Wij citeren:
Alsoo van wegen de Heeren Staten des Landt van Luijck ende der
Graffschape van Loon eene ordonnantie is vuijt gegaen, dat een ijghelijck
sijne goederen daerin gelegen soude hebben aen te brengen, met de
quantiteijt ende qualiteijt der selver, soo gebieden ende bevelen wij
hiermede aen alle ende ijghelijcke rentmeesters van ons landt commanderije
tot Alden Biesen, Tongeren ende St. Truijden, gelijck oock aen de
rentmeesters van de commanderijen Bernshem, Gruijtrode ende Ordingen, dat
sij geenssints en sullen gedoogen, permitteren oft toelaeten aen onse ordens
winnen ende pachters van denselven ordens goederen eenige specificatie over
te geven aen de justitien alwaer sij sijn gelegen oft aen ijmandt anders,
dan dat sij sullen de selve alleenlijck stellen in onse handen om daer mede
te konnen doen naer behooren.
Dit bevelschrift is gericht tegen het door prins-bisschop Maximiliaan van
Beieren op 12 maart 1686 uitgevaardigd landelijk reglement betreffende de
fiscaliteit, in casu tegen artikel 11 waarin werd geordonneerd dat alle
ingezetenen van het prinsbisdom hun goederen voor de lokale schepenbanken
moesten declaren, om daardoor tot een betere schatzetting en -heffing te
kunnen overgaan, gezien de vele klachten hieromtrent(47).
Al heeft landcommandeur von Reischach nog altijd niet expliciet een meting
geordonneerd, obstructie pleegt hij evenmin. Onder de ingezetenen is
intussen onenigheid ontstaan: terwijl de meerderheid tegen de invoering van
grondklassen is - na de nog uit te voeren meting - zijn zes ingezetenen
overtuigd van de noodzaak hiervan. Om uit de impasse | | | |

Ill. 9 Fragment van de goederenaandracht door de
gezinshoofden van Gruitrode voor de plaatselijke schepenbank, 29 mei
1793. (R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1181)
| | | | te geraken vragen zij hierover advies aan N.A. Vander Borch,
advokaat en schepen in Maaseik en eigenaar van het
goed het Fluitjens in Opsolt. Op
19 oktover 1792 stelt hij zijn advies op papier(48):
| (1) | Op de gemeentevergadering van 6 november 1792 moeten
één of meer ingezetenen geconstitueerd worden om
de landmeter bij de meting te assisteren. |
| (2) | Door middel van affichering en bekendmaking dienen alle inwoners ervan
op de hoogte gebracht te worden, dat zij binnen een door de gemeente
vastgestelde termijn hun gronden met de juiste situering dienen aan te
brengen, waarvan zij een nauwkeurige lijst aan schepenen of
burgemeesters moeten overhandigen. |
| (3) | Alle gronden, zowel van inheemsen (ingezetenen) als uitheemsen
(afforainen), gelegen binnen en schatbaar aan de gemeente Gruitrode,
dienen gemeten te worden. |
| (4) | Een klasseonderscheid, aldus Vander Borch, is niet nodig, omdat alle
gronden in Gruitrode en naburige plaatsen van dezelfde kwaliteit zijn
(van eenen en den zelven aerd en natuer). - Zijn
simplistiche opvatting vertrekt van het idee, dat in principe alle
gronden even rendabel zijn, als de boeren hun werk goed doen:
| - | Als een stuk grond niet zoveel of slechtere vruchten
opbrengt dan andere percelen, ligt dit niet aan de grond, maar
aan de onagzaemhijd der ackerluidens. |
| - | Bossen moeten even hoog getaxeerd worden als akkerlanden,
omdat zij geen mest nodig hebben en soms meer opbrengen dan
akkers en beemden. |
| - | Wat de hagen betreft hebben de eigenaars of hun voorouders
schuld, als zij niet tot akkerland ontgonnen en gehouden zijn,
zoals de aangrenzende landerijen, alwelke
onagtzaemhijd aen de gemeente geen naedeel oft schade kan of
mag toebrengen. |
|
De voorziene gemeentevergadering heeft op 6 november 1792 in de school
plaats, in aanwezigheid van notaris L.J. Van der Maesen(49).
De meeste geërfden zijn hierbij aanwezig(50).
Joannes Haels en Joseph | | | | Wevers(51) dienen de landmeters te assisteren en hen de gronden
aan te wijzen, waarvoor zij per dag vacatie elk drie schellingen ontvangen.
Zij worden tevens geconstitueerd om met een beëdigd landmeter een
contract af te sluiten, waarbij de namen genoemd worden van Mathijs op het
Eijndt uit Maaseik en Peter Jan Aerts uit Beek.
Er verloopt ruim een jaar vooraleer er schot in de zaak komt. Het grote
breekpunt onder de Rooienaren blijkt de taxering van de gronden te zijn: het
grootste deel van de ingezetenen wenst een egale taxering van de gronden
waarbij alleen de grootte van het perceel een invloed op de grondbelasting
heeft, een minderheid anderzijds wenst een klassenonderscheid in verhouding
tot de rentabiliteit en produktiviteit van de gronden.
Op 19 december 1793 heeft, na een voorgaandelijke bekendmaking door
gerechtsdienaar Laurens Janssen, in de gemeenteschool een
gemeentevergadering plaats waarop de aanwezigen zich moeten uitspreken over
het stellen der classen en taxaet der gronden (na de
gebeurlijke meting). De regerende burgemeesters Joannes Haels en Joannes
Janssen, samen met 28 gezinshoofden(52), de grote
meerderheid binnen de gemeente, verzetten zich tegen een invoering van
grondklassen, willende ende begerende als dat alle gronden van
Gruijtroede tot profijt des gemeente egael in de schattingen jaarlijckx
sullen betaalen. Deze akte is geregistreerd door J.D. Vrancken,
commissaris van de stad en het district van Bree(53). Op dezelfde dag stelt
commissaris Vrancken, op | | | | verzoek van zes andere
Gruitrodenaren(54), een tweede notariële akte op. Deze zes
ingezetenen staan er wel op, dat de gronden in klassen gesteld worden, zoals
ook in Bree, Opitter en Neerglabbeek gebeurd is, dewijl den quaeden grondt
niet en kan betaelen en opbrengen gelijck den goeden(55).
De zes voorstanders van een klassendifferentiatie waren eigenaar van grote
winningen en bezaten in verhouding ook een grote hoeveelheid vage gronden,
zodat hun oppositie tegen een mogelijke gelijkstelling van alle gronden in
één klasse begrijpelijk is. Ter illustratie volgen
hier hun namen (tussen haakjes de naam van het goed) en de grootte van het
erf:
| Joseph Nijsen (Heler) |
50 bunders |
392 3/4 roeden |
| Willem Drees (Lipkens) |
33 |
231 |
| Jan Gielen (Smeunters) |
40 |
275 3/4 |
| Jan Vrancken (Caubergs) |
45 |
236 |
| Mathijs Schouteden (Sondervorst) |
10 |
260 1/2 |
| Mathijs Beckers (Soors) |
13 |
250 2/3 |
Hierbij volgt nog een andere specificering van hun gronden volgens de meting
van 1794:
|
Heler
|
huis, hof, dries en aangelegen beemden |
5 bunders |
291 roeden |
| |
huisveld en aangelegen heide |
27 |
266 1/2 |
| |
bos en hagen |
13 |
332 |
| |
land en bos |
3 |
303 1/4 |
|
Caubergs
|
huis, hof, land, heide en hagen |
26 |
297 1/2 |
| |
hagen en wijerke |
8 |
245 3/4 |
| |
haag
|
2 |
18 |
| |
land |
4 |
47 |
| |
beemden |
4 |
28 1/2 |
|
Lipkens
|
land en bos |
2 |
215 |
| |
bos
|
|
356 |
| |
beemd |
|
390 1/4 |
| | | |
| |
beemd |
|
256 1/2 |
| |
beemd |
|
173 |
| |
beemd |
|
121 1/4 |
| |
dennebos
|
|
346 |
| |
huis, hof, dries, land, heide en bos |
26 |
340 |
|
Smeunters
|
land |
|
308 |
| |
beemd |
|
31 |
| |
land |
2 |
201 |
| |
beemd |
|
174 1/2 |
| |
huis, hof, dries, land en schaarbos |
12 |
168 1/2 |
| |
land en heide |
3 |
40 |
| |
beemd |
|
302 |
| |
beemd |
|
67 |
| |
haag
|
1 |
197 1/2 |
| |
land |
2 |
329 1/2 |
| |
haag |
4 |
308 |
| |
land |
1 |
305 |
| |
land |
2 |
250 |
| |
land |
|
280 |
| |
haag
|
1 |
|
| |
haag
|
4 |
50 |
| |
beemd |
|
110 3/4 |
|
Soors
(56)
|
huis, hof, land en heide |
9 |
293 |
| |
dennenbos
|
|
268 |
| |
goede beemd |
|
189 |
| |
kwade beemd |
|
61 2/3 |
| |
veld |
2 |
239 |
|
Sondervorst
(57)
|
huis, hof en land |
2 |
275 |
| | | |
| |
haag
|
3 |
162 1/2 |
| |
land |
3 |
277 |
| |
land |
|
52 |
| |
land |
|
81 |
| |
beemd |
|
49 |
| |
beemd |
|
60 |
| |
beemd |
|
104 |
De burgemeesters Joannes Haels en Joseph Vaesen informeren landcommandeur von
Reischach op 3 januari 1794 uitvoerig over de stand van zaken(58). In alle
onderdanigheid verklaren zij vooreerst dat zij als gedeputeerden van de
gemeente zich altijd onderdanig en gehoorzaam ten opzichte van de
landcommandeur opgesteld hebben, en dat zij bij de aanvaarding van het
burgemeestersambt gezworen hebben het selve te bedienen tot
voordeel van alle gemeentenaeren. Ingevolge vele klachten van
ingezetenen over de ongelijkheid in het grondbelastingssysteem hebben hun
voorgangers, Jan Jansen en Laurens Paredis, op 18 juli 1792 een suppliek tot
hun grondheer gericht om alle belastbare gronden in hun heerlijkheid door
een beëdigd landmeter te laten meten en bundersgewijs te taxeren,
wat rechtvaardiger is dan het tot dusver geldende heffingssysteem in
blokvorm. Vervolgens komen beide burgemeesters terug op de jongste
gemeentevergadering van 19 december 1793 waarbij over het al dan niet
stellen van grondklassen werd gedelibereerd. De visie van de meerderheid,
dertig van de zesendertig gezinshoofden, die na de meting een egale heffing
per bunder zonder klassenonderscheid wenst, achten zij het best voor de
gemeente. De burgemeesters beloven verder het tussen de commanderij en
gemeente gesloten akkoord van 1609 na te zullen komen, enckelijck geloovende dat deeze post geacquireerde commenderije
goederen oock egalelijck sullen konnen betaelen. De goederen die de
commanderij vóór het akkoord van 1609 in Gruitrode bezat, zullen volgens dit akkoord getaxeerd
worden; wij komen hierop later nog terug. De burgemeesters verzoeken
landcommandeur von Reischach hen een lijst over te maken van alle na 1609
door Alden Biesen in Gruitrode verworven goederen.
Uiteindelijk verklaren zij een overeenkomst bereikt te hebben met de
landmeters J.L. Schrijvers(59) en P.J. Aerts uit Beek(60), die de gron- | | | | den tegen
een vergoeding van 15 stuivers per bunder zullen meten en daarbij een
figuratieve kaart leveren. Zij durven dan ook hopen dat de landcommandeur
deze overeenkomst ratificeert.
In zijn resolutie van 15 januari 1794(61) op het voorgaand rekwest van de
Gruitroder burgemeesters verzoekt landcommandeur von Reischach hen een akte
van constitutie door de gemeente over te maken, ofwel hun verzoek van 3
januari 1794 door de vergaderde gemeente, in aanwezigheid van de
plaatselijke schepenen of een notaris, te laten ratificeren. Ook moeten zij
aantonen dat de goederenaandracht van 29 mei 1793 in opvolging van de
resolutie van 11 oktober 1792 en van de Luikse voorschriften van 26 april en
20 augustus 1762 plaatsgehad heeft. Als aan beide voorwaarden voldaan is,
zal von Reischach hun verzoek gunstig adviseren.
In antwoord hierop maken Jan Haels en Joseph Vaesen op 21 januari 1794 een
kopie van hun constitutie door de vergaderde gemeentenaren de dato 6
november 1792 over. Op de tweede vraag van de landcommandeur stellen zij,
dat de jongste goederenaandracht van 29 mei 1793 ten overstaan van griffier
G.C. Beurskens plaatsgehad heeft; door een gebrekkige informatie (bij faut van onderwijsinge) evenwel hebben de ingezetenen
hun gronden niet onder eed gedeclareerd, zoals de reglementen voorschrijven.
Zij verzoeken hun grondheer daarom om vóór het
eerstkomende jaargeding een behoorlijke aandracht te organiseren(62).
Een delikaat punt betrof de taxering van de goederen van de landcommanderij
van Aldenbiesen in Gruitrode. Vooreerst dienen wij in te gaan op een tussen
de landcommanderij en de gemeente gesloten overeenkomst van 2 januari
1609(63), waarvan wij de inhoud eerst in
extenso weergeven:
Allen den geenen die deese onse opene brieven sullen sien offt
hoeren leesen, saluyt. Doen te weeten alsoe sich bij regeeringe des
Eerwerdigen Edelen ende | | | |

Ill. 10 Eed van trouw van burgemeesters, kerkmeesters en
ingezetenen van Gruitrode aan landcommandeur Ferdinand von Sickingen
(1743-1749), s.d. (R.A.H., gemeentearchief Gruitrode nr.
9)
| | | | Gestrengen Heeren Frambach Bock van Leichtenburg(64), landtcommandeur der Balleijen Biesen,
loffelijcker memorien, tusschen des Ordens onderdaenen tot Gruytroede ende
den commandeur aldaer, Heeren Willem van Cortenbach(65), seeckere differentien ende twist gereesen waeren nopende
de heuwdiensten(66),
schettingen(67) ende
boedenschoeft(68), alsoe dat daerom tot Luijck in
processen gekoomen sijn ende sommige jaeren geprocedeert hadden. Ende
soe dan nae afflijvicheijt des voorschreven Heeren Frambach Bock van
Leichtenburch seeliger, der ouck Eerwerdiger Edler ende Gestrenger Heer,
heer Emond Huijn van Amstenraedt(69), gekoomen
sijnde tot huldinge der voorschreven ordens heerlicheijt Gruijtroede(70), sijn gecompareert die borgemeisters, geswoerens,
heijlicheistmeisters, kerckmeisters, gemeinten ende geheele inwoenders der
selviger, biddende om genaede ende opneeminge der processen ende questien,
die wellike tusschen den Heeren ende onderdaenen als voerschreven gecoemen
waeren. Alsoe is aengaende de heuwdiensten, wellike die onderdaenen der
commanderie te doen schuldich sijn, veraccordeert ende vergeleeken dat sij
nu voort aan ten ewigen daegen, soe voer hun als hunne naecoemelingen,
sullen heuwen ende inveuren(71) schuldich sijn dese naevolgende vier
bampden, ende wijders nijt, inden eersten den Dorper Bampt, den Schob Bampt
ende daer bij twee die voerste bemden bij Boussen geleegen, alwaer Art
Trappen Bampt tusschen beijde light. Regenoten vanden eijnen Jan Beels, ten
anderen Art Trappen, ter dorder die straete nae Van gaende, ter veerder die
gemeijn beeck; ende vanden anderen Art Trappen ter eijnre, Tonis Kinremans
ter anderen, die beeck ter dorder ende veerder die straet ende die beeck.
Mits conditie offt geveel dat in toucoemende tijden die commendeuren die
selve bempden eijnsdeils offt temael te pacht offt in heuringe uijtgeeven,
soe en sullen die onderdaenen, soe lange die pachtinge offt heuringe is
durende, geijn heuwdiensten in den selven bampt offt bemden, soe verpacht
offt verbeurt is offt sijn, te doen schuldich sijn. Maer | | | | als
die commanderij deenen offt die bempden wederom sal coemen te gebruijcken,
eijnsdeijl offt te mael is selver haldende offt vanden pachters wederom
krigende, sullen die onderdaenen tot den heuwdiensten gehalden sijn als
voerschreven is. Voerts sullen sich halden die onderdaenen nae alder
gewoenten, ende doende dat selven sal der orden hun ouch wij van alders cost
offt dranck behoerlick geeven. Noepende die schille der schettingen is
veraccordeert, dat alle die geuderen, eerffen ende landen, soe van
commenderij selver offt met der selviger eijgene peerden ende beesten
gewonnen ende gebouwdt werden, sullen vrij ende exempt sijn ende gehouden
woerden van allen schettinghen, wij die ouch genoempt mochten werden ten
ewigen daegen. Maer wat en pacht geijt offt verheurt woert, sal met den
onderdanen mede geeven ende contribueeren van ellick hondert gulden Brabants
soe veel hondert gulden op dat dorp coemen mochten, gelijck dat selvige sal
inden alden schatcedulen bevonden werden van ider hondert gulden gegeeven te
hebben, het welck bevonden is gegeeven te hebben 23 stuver Brabants, ende
sal daermet volstaen ende voerder nijt te geeven schuldich sijn ten ewigen
daegen. Mits conditie soe der Duytschen Oerden eijnighe meer eerffen alsoe
bijcoocht offt golde, sullen hijrvan exempt ende excludeert sijn ende met
den onderdaenen geuderen inder schettingen op ende aff gaen. Ten dorden
noepende den boeden schoeff hebben Sijne Gestrenge Heer landcommandeur
verclaert te vreeden te sijn, dat die onderdaenen hun reguleeren gelijck
andere omliggende dorperen die hunne boeden geeven, te weeten die
lantwenningen hebben ider eijnen schoeff roggen, waer mede der boede sich
ouck sal laeten contenteeren. Ende hijr meede sullen allen twist ende
processen opgeheeven ende te nijt sijn, die onderdaenen den heer behoerlike
eer ende gehoorsaemheit bewijssen, ende daertegen der heer die selvige in
sijne protectie ende alde gerechticheit manuteneeren ende soe veel moegelick
schutten. Veraccordeert sijn dese voorschreven puncten bijde huldinge
voergenoempt den 29 october anno 1607, ter presentien der Eerw. E. Heeren,
Heeren Henrick van Holtrop, commandeur tot Gemert, Heeren Jan van Eynatten,
commandeur tot Gruytroije, ende heer Johan Raets van Freens, alle Duyts
Ordens, benevens noch der edler eerentfester joncker Caspar van Kever-bergh
ende joncker Adolff van Eynatten totter Nouwerborch, ter bede ende verseuck
der onderdaenen voerschreven, sonder fraude offt argelist. Tot oerkonde
der waerheit ende alles wes voerschreven is hebben wij, Henrick Houben,
scholtus, Jan Kaldenberch, Jan Cloet, Jan Cleemen, Tielman Smeijers ende Art
Hellinx, schepenen, ten bede ende verseuck der gedeputeerden ende gansse
gemeinten der heerlicheijt Gruijtroede voerschreven, dit doer onsen
secretaris ende meede schepen doen schreven ende onderschreven, ende tot
meerder sekerheit en vasticheijt onsen gewoenliken scheepenampts segel in
groenen wass hijr onder aengehangen, ende daer mede bevesticht op huijden
den tweden dagh januarij anno 1609. Doer bevel mijnder heeren
voerschreven: Joannes Parisis, secretaris.
| | | |
Ill. 11 Grondplan van de landcommanderij in Gruitrode, 18de e.
(R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1995)
| | | |
Tussen de gemeente Gruitrode en de plaatselijke commandeur Willem van
Cortenbach (1605-1607) waren moeilijkheden en processen gerezen betreffende
de houwdiensten, schattingen en grondbelasting. Bij de plechtige
inbezitneming van de heerlijkheid Gruitrode door landcommandeur Emond Huyn
van Amstenraedt (1605-1636) op 28 maart 1607 compareerden burgemeesters,
gezworenen, H.-Geestmeesters, kerkmeesters en ingezetenen van Gruitrode, biddende om genaede ende
opneeminge der processen ende questien:
| (1) | Wat de houwdiensten betreft verplichten de Gruitrodenaren er zich ten
eeuwigen dage toe vier beemden te houwen en in te varen, nl. den Dorper Bampt, den Schob Bampt en de twee voorste
beemden bij Boussen gelegen. Verpacht de commanderij
deze beemden, dan zijn de ingezetenen niet tot houwdiensten verplicht. |
| (2) | Het tweede luik van de overeenkomst, het belangrijkste, is een
vergelijk over de door de commanderij te betalen grondbelasting voor
haar goederen in Gruitrode:
| - | De commanderijgoederen zijn exempt van elke vorm van
grondbelasting, als zij door de commanderij zelf uitgebaat
worden (van commanderij selver offt met der
selviger eijgene peerden ende beesten gewonnen ende gebouwdt
werden). Goederen die verpacht worden, zijn
daarentegen niet exempt en contribueren in de 23 stuivers per
100 gulden waarmede de gemeente belast wordt. |
| - | Goederen die de commanderij na 1609 in Gruitrode verwerft,
zijn hiervan uitgesloten en worden op dezelfde voet getaxeerd
als die van de ingezetenen. |
|
| (3) | Zoals in de omliggende gemeenten krijgt de bode van ieder gezin
jaarlijks een schoof rogge. |
Hoewel steeds over de overeenkomst van 2 januari 1609 wordt gesproken, werden
deze punten aangenomen bij de inhuldiging van de nieuwe commandeur in 1607.
Wel werd de overeenkomst eerst op 2 januari 1609 in de registers van de
Gruitroder schepenbank ingeschreven.
Er is een lijst voorhanden van de vóór 1609 door de
commanderie in Gruitrode verworven goederen(72). Vooraf dienen wij op te merken dat | | | | het
kasteel of de commanderie van Gruitrode met 189 bunders 376 1/4 roeden
aangelegen gronden, vrij van grondbelasting was.
| (1) | Den hof van Onbescheijden (11 1/4 stuivers
grondbelasting in iedere honderd gulden). Op 2 januari 1561 oorkonden
schout en schepenen van Gruitrode dat Leijns Kindermans ×
Beele Obescheitz aan de commanderij van Gruitrode overdragen Obescheitz Hooff met zijn toebehoren, nademaal hij zijnen hoff und guet mit grooten uijtgelden und
verloopen renten besweert und belast bevonden heeft, und sold den
selvigen noch meer belasten und besweeren moeten tot sijnen grooten
schade und achterdeijl, uitgenomen een beemd in de
Neerhovenstraat tegenover Cauwbergshof, en dit in ruil voor een huis en
hof in het Dorp genaamd in den Helm(73). Dit laatste huis,
genaamd den Helm onder der Leijwe, met alle
aanhorigheden en brouwgetouw, reengenoten Lips Leenen, 2 ×
straat en de commanderij, verkopen Lens Kinremans × Beelen
Oebescheijns op 24 maart 1562 aan landcommandeur Jan van Ghoor voor 400
gulden Brabants(74). Item van het Kindermans en Houben
goet: in iedere honderd gulden 19 stuivers. Item van Noijen Bemptgen: 1 3/4 stuiver in iedere honderd
gulden. De schrijver van het stuk voegt eraan toe, dat van deze
goederen zoveel (genoemde) stuivers in elke honderd gulden gegeven wordt
als er honderden guldens op de gemeente geheven worden. Dit geldt ook
voor de volgende goederen. |
| (2) | Den hoff opt Venne: 1 gulden 2 1/2 stuivers per 100
gulden. Item van het Boussen, Mellen en Kinremans
veldt daerbij aengecocht. |
| (3) | Den hoff opt Scharre: 1 gulden 2 1/2 stuivers in
iedere honderd gulden. Item van een stuk land van Houben
goet: 11 stuivers per 100 gulden. |
| (4) | Die molen van Duijselt: 1 gulden 2 1/2 stuivers in
iedere honderd gulden. |
| (5) | Een beemd aangekocht van Houben en Kinremans goet: 1
gulden 3 3/4 stuivers in iedere honderd gulden.
|
| | | |
| Item een huijsken genamt die Leub: 1 1/2
stuiver in iedere honderd gulden. |
| (6) | Den hoff te Leenen in Solt:
1 1/2 gulden in iedere honderd gulden. De commanderiegoederen in
Gruitrode zijn, aldus de steller van de lijst, uit een gunst op het
minst geschat. |
| (7) | De korenmolen in Opoeteren: 10 stuivers in iedere honderd gulden. |
| (8) | 5 bunders beemd in Opoeteren: 1 1/2 gulden in
iedere honderd gulden. |
| (9) | De hof of landerijen in Rotem jaarlijks 60
gulden. In een nota staat onderaan: Wat bij dese
exaltien de bouren sullen doen staet te ondersoecken. |
| (10) | In Lanaken circa 15 1/2 bunder land.
Jaarlijkse grondbelasting onbekend. |
| (11) | De pastorie van Gruitrode voor land en weide: 19 3/4 stuivers in
iedere honderd gulden. Item van Toelen Kempken 1
1/4 stuiver. Item van Willekens goet 1 gulden 3
1/2 stuivers. Item van Schepers goet 10 1/2
stuivers. Item van Leissen haghe 1 1/2
stuiver. De verschuldigde grondbelasting aan de gemeente voor deze
onder Gruitrode gelegen commanderijgoederen (Obenschijenhof, Vennerhof,
Scharhof, Duiseltermolen, de Lieb, de pastorie en Lenenhof in Opsolt) bedroeg 8 gulden 12 3/4 stuivers per
heffing van 100 gulden. Deze cedule werd in één
jaar zo dikwijls omgeslagen als de gemeente nodig achtte om de lopende
uitgaven te kunnen betalen. Behalve de pastorie werden al deze goederen
verpacht(75). |
| | | |
Ill. 12 Fragment uit het cijnsregister van de landcommanderij
Gruitrode, 1549. (R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 303)
| | | |
Ill. 13 Omschrijving van de goederen Lenenhof in Solt
toebehorend aan de landcommandeur, 8 november 1792. (R.A.H.,
gemeentearchief Gruitrode nr. 61)
| | | |
In de tweede plaats zijn er de goederen die de commanderij na 1609 in
Gruitrode verwierf en waarvan een lijst d.d. 21 januari 1794 bestaat(76). In het document worden een aantal
goederen vermeld die later weer verkocht werden; de landerijen werden veelal
in de vóór 1609 verworven winhoven
geïncorporeerd:
| (1) | Houben goed, aangekocht op 29.11.1656(77)
| - | een beemd gelegen in het Dorp, reengenoten beemd en
boomgaard van de commanderie, straat en de beemd behorend bij
Kindermansgoed. |
| - | Een boomgaard met het Huisveld (Houben
Huijsveld), reengenoten straat, Gerard Gevengoed en
Klasengoed. |
| - | Het Lemmensvelt met den
Poelcamp daaraan grenzende, reengenoten commanderie,
straat, Klasengoed. |
| - | Ste Gertruijden Velt, 6 bunders,
reengenoten Scharren Hooff, Caubergsgoed, straat. |
| - | Een grote haag ‘ofte holtwass’,
reengenoten het eikenbos van de commanderie en de straat, met
alle grachten, graven en wegen. |
|
| (2) | Kindermansgoed, verworven op 12.10.1657 tegen een
ruiling van Lenaartshof in Ophoven, omvattende:
| - | Kindermans Huijsplaetse ende Bembtje |
| - | Een beemdje genaamd het Vlootje |
| - | Een beemdje, reeng. Paulus Boussen Bijen Bemtje |
| - | Kindermans Huijsveld |
| - | het Daelveld
Behoren eveneens tot het
kindermansgoed, maar zijn door de commanderij later weer
verkocht: |
| - | Land genaamd het Heulke(78) |
| - | Een stuk land genaamd den Crijter,
verkocht aan Maes in 1659(79) |
|
| | | |
|
| - | Een hofke gelegen bij Claesen (verkocht 1664) |
| - | Een stuk bij Menten (verkocht aan Claas Menten) |
| - | Een stuk heide genaamd den Cortenbos. |
| - | Een turfbeemdje (beide laatste stukken geruild met Maria
Philippens) |
| - | Kindermansboomgaardje (geruild tegen een stuk waar de dreef
geplant is) |
|
| (3) | Bousengoed, op 18.10.1662 verkregen door een ruiling
met Neijengoed onder Gerdingen(80), bestaande in:
| - | Het Huijsveld, twee bunders 1 morgen |
| - | het Mellen Veld, circa 4 bunders |
| - | het Fransen Veld, ca. twee bunders |
| - | den Wassenberg, circa
één bunder |
| - | een beemdje tegenover Caubergs |
| - | Boussen Haege |
| - | Mellen Moeshofken |
|
| (4) | Het Dusselter Broeck, in 1679 gekocht. |
| (5) | Beels Bampt, door een ruiling op 18.10.1662
verkregen(81). |
| (6) | Cops Roijen Velt, op 23.03.1745 aangekocht(82). |
| (7) | Kleen Cops, op 24.01.1742 aangekocht. |
| (8) | Boels huisgen, verworven in 1788. |
| (9) | Gielen goed, aangekocht in 1683. |
| | | |
Volgens de steller van dit document is de grootte van deze verworven goederen
in de registers niet gespecificeerd, maar hun gezamenlijke oppervlakte
bedraagt circa 30 bunders.
Vraag is of de overeenkomst uit 1607 (1609) ook correct werd toegepast. Uit
een ongedateerde 17de-eeuwse schatcedule blijkt, dat de commanderij voor al
haar pachthoven en landerijen in Gruitrode 8 gulden 9 stuivers in een omslag
van 100 gulden diende te betalen. Deze cedule werd in dat jaar 100 maal
omgeslagen, wat neerkwam op een belasting van 515 gulden 9 stuivers voor de
commanderij, zowel betreffende de vóór als na 1609
verworven goederen.
In de eerder besproken suppliek van de burgemeesters Jan Haels en Joseph
Vaesen tot de landcommandeur d.d. 3 januari 1794 verklaren beide
burgemeesters, dat de gemeente zich aan de overeenkomst van 1607 (1609) zal
houden. Daar de uitvoering van de meting niet lang meer op zich zal laten
wachten, dringt zich volgens de burgemeesters wel een oplossing op voor de
taxering van de na 1609 door de commanderij verworven goederen. Hiervoor
stellen zij een bundersgewijze schatting voor, die ook voor de goederen van
de ingezetenen gelden zal, daar de meerderheid zich tegen een klassentelling
verzet.
Lambrecht Lambrechts, van 1790 tot 1792 deservitor van de kerk van Gruitrode
en tevens rentmeester van Alden Biesen in Gruitrode, maakt op 8 januari 1794 een commentariërend
schrijven op het verzoekschrift van de Gruitroder burgemeesters d.d. 3
januari 1794 aan landcommandeur von Reischach over(83):
Dat het waer is, dat de Duijts Ordens Commanderie Gruijtrode anno
1609 eenen gerichtelijcken accoord noopende de schattingen beslooten heeft
met de ingeseetenen van de vrije heerlijckheijd Gruijtroede, bij welcken
vastgestelt is, dat alle die goederen, erven en landen, soo van de
commanderie selve of met haere eijgenen peerden ende beesten gewonnen en
bebouwt worden, vrij sullen zijn van alle schattingen, maer wat verpacht
ofte verhuert word, sal met de onderdaenen meede geeven 23 stuijvers in
iegelijcke hondert guldens, soo veele honderde guldens oock mochten op de
gemeijnte koomen, mits conditie soo den Duijtsen Orden eenige meer erven
alhier bijkocht, sullen de selve met de onderdaenen goederen in de
schattingen op en afgaen.
| | | | Dat het blijckt uijt de registers van de commanderie Gruijtrode
dat de drij pachthoven Obenscheijen, Venne ende Scharre
alreeds voor de jaere 1609 aen de voorschreven commanderie in eijgendom
toebehoort hebben. Dat alle commanderie goederen, voor den jaere 1609 bij
deselve beseeten, volgens inhoud des voorschreven accoord maer moeten
betaelen 23 stuivers in ieder hondert gulden schattinge. Dat nogtans bij
verloop van jaeren verre afgeweecken is van den inhoud van voorschreven
transactie: dat Venne Hof in ieder hondert guldens
schattinge moet betaelen 2 gulden 3 stuivers 3 oorden, Scharre
Hof 1 gulden 13 stuivers ende Obenscheijen Hof 1
gulden 12 stuivers. Dat also sienelijck is het groot praejudictie, het welck
de commanderie leijdt tegens den inhoud van de voorbenoemde transactie, dan
de schattinge genoomen ad 1400 guldens op de geheele gemeijnte, gelijck de
selve geweest is pro anno 1792, en de commanderie betaelende volgens teneur
der transactie in ieder hondert 23 stuivers, soude maer betaelen moeten 16
gulden 2 stuivers, en nu in contrarie moet van haere drij voorschreven
pachthoven betaelen 72 guldens 2 3/4 stuivers. Dat diensvolgens (de
gedeputeerdens sig beroepende op den accoord en den selven ratificeerende in
alle clausulen) een groot voordeel uijt dit supplijck voor de commanderie
Gruijtrode voorhanden is, in het toeckoomende alsoo maer zullende betaelen
volgens den teneur der voorschreven transactie. Dat oock zeeckerlijck
gelooven moet, dat bij aencoopinge eenige goederen naer den jaere 1609 in
deese hoven konnen geincorporeert sijn. Dat het oock wel mogelijck sal
sijn eenen extract van naer den jaere 1609 geacquireerde goederen te konnen
opmaecken uijt de commanderieregisters.
Volgens rentmeester Lambrechts is het het beste en voor de commanderij ook
het voordeligst, als alle gronden na de meting in een egale klasse gesteld
worden; bij een klassenstelling zullen de door de commanderij verworven
akkerlanden en beemden ongetwijfeld in de eerste of beste klasse gesteld
worden. Hij stelt landcommandeur von Reischach tevens voor dat de
ingezetenen van Gruitrode op het eerstvolgend jaargeding voor drossaard en
schepenen de aangifte van hun goederen ratificeren, evenals het
verzoekschrift van de burgemeesters van 3 januari 1794 en de transactie
tussen gemeente en commanderij de dato 2 januari 1609, waarvan de inhoud
dient geverifieerd te worden aan de oorspronkelijke overeenkomst van 29
oktober 1607.
G.C. Beurskens, de kersverse griffier van de bank van Gruitrode, kan het niet
laten geregeld uitvoerige berighten aan landcommandeur von
Reischach over te maken, zoals bijv. op 28 februari 1794(84), | | | |

Ill. 14 Fragment van de goederenaandracht door de
gezinshoofden van Gruitrode voor de plaatselijke schepenbank, 26
februari 1794. (R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1181)
| | | | uitvoerig ingaand op de commentaar van rentmeester Lambrecht
Lambrechts, waaraan hij niets wezenlijks toevoegt. Op een vleiend-kruiperige
wijze wil hij alles zo voordelig mogelijk voor de landcommanderij laten
uitschijnen.
In opvolging van de resolutie van de landcommandeur van 15 januari 1794
verschijnen de gezinshoofden van Gruitrode op 26 februari 1794 een tweede
maal voor de schepenbank om hun goederen te declareren, ditmaal onder eed,
wat bij de aangifte van 29 mei 1793 over het hoofd gezien was. Tevens
ratificeren zij het door hun gedeputeerden Jan Haels en Joseph Vaesen op 3
januari 1794 ingediende verzoekschrift, evenals de in 1607 (1609) gesloten
overeenkomst tussen de gemeente en de commanderij. Tijdens een buitengewone
zitting van de schepenbank op 26 februari 1794 wordt volgende verklaring
opgesteld:
Sijn voor ons, schouth en schepenen deser justitie Gruijtroede,
alhier persoonelijk in judicio verschenen alle de comparanten, soo als
naementlijck in de opgave oft enumeratie aller goederen, gronden en erven
binnen de jurisdictie en heerlijckhijt Gruijtrode gelegen, op heden dato
voorschreven gepasseert, staen benoemt. En hebben alle en ider int besonder,
soo als daer staet geenonceert, de requeste van den 3den januari jongstleden
door de gedeputeerden Haels en Vaesen voor en naemens hun aen Sijne
Excellentie gepresenteert, wie mede den contract anno 1609 tussen de
gemijnte Gruijtrode voormelt ende den Hooghen Duijtschen Orden besloten,
bijde in alle puncten en clausulen, naer bevorens door ons der
gementioneerde stucken - signanter van den requeste van den 3den anni
currentis en van den contract oft accoord anni 1609 - aen geseijde
comparanten gedaene lecture en over dessens inhaldt aen hun duijdelijcke en
precise gegevene explicatie, geaffirmeert en geratificeert onder behoorlijke
daerover in schepenen handen gedaene stipulatie(85).
Griffier G.C. Beurskens maakt aan de landcommandeur het volledig dossier van
de goederenaandracht van 26 februari 1794(86) over, evenals zijn commentaar hierop de dato 29
maart 1794(87).
Net zoals de eerste maal op 29 mei 1793 gebeurt de aangifte bundersgewijs -
algemeen en niet gespecificeerd -, waarbij de comparanten telkens het
verzoek van hun gedeputeerden van 3 januari 1794 | | | | evenals de
overeenkomst tussen de gemeente en de commanderij uit 1607 (1609)
ratificeren. Hierbij één voorbeeld ter illustratie:
Comparavit op den 26 februari 1794 ten geregte Gruijtrode Simon
Meremans, wonende in t'Ophoven, gehugt van Gruijtrode, alwelcken onder eedt
in judicio gepresteert, heeft verclaert en naer sijn beste vermijninge en
wetenschap opgegeven te besitten 12 boender acker bouwland, 1 1/2 boender
wijde en omtrent de 2 boender hijhaege. Item ratificavit onder eedt in
judicio afgelegt de requeste van den 3den anni 1794, aen Sijne Excellentie
gepresenteert, wie mede oock den contract anno 1609 tusschen den Hoogen
Duijtschen Orden en de gemijnte besloten.
Wij hebben er al op gewezen, dat zulke aandrachten, die ook elders geregeld
voorkwamen, niet ieders bezit precies weergeven, en dat de neiging om minder
aan te geven dan men effectief bezat, zeker aanwezig was.
In onderstaand overzicht vermelden wij per erf het bundergetal volgens de
aandracht van 26 februari 1794 en dit blijkens de meting die in hetzelfde
jaar plaatshad. Vooraf geven wij de erfnaam, die meestal van een
persoonsnaam afgeleid is, teruggaand op vroegere bezitters en tussen haakjes
de naam van de eigenaar of huurder in 1794. De met een * gemerkte erven
waren bezit van de landcommanderij; in de aandracht van 26 februari 1794 is
hun bundergetal niet vermeld.
|
|
aandracht |
|
meting |
|
|
|
bunders |
roeden |
bunders |
roeden |
| 1. |
Beels, Ophoven |
19 |
200 |
21 |
288 |
| |
(Jan Coninx) |
|
|
|
|
| 2. |
Belemans, Boshoven |
17 |
|
30 |
198 |
| |
(Jan Mathijs Houben) |
|
|
|
|
| 3.* |
Boels, Dorp (Heuvel) |
|
|
|
137 |
| 4. |
Bosmans, Muisven |
10 |
|
11 |
290 |
| |
(Jan Mathijs Jansen) |
|
|
|
|
| 5. |
Oud Dries, Boshoven |
30 |
|
22 |
52 |
| |
(Peter Smeets) |
(met nr. 6) |
|
|
|
| 6. |
Nieuw Dries, Boshoven |
|
|
7 |
31 1/2 |
| |
(Jan Drees alias Scharre) |
|
|
|
|
| 7. |
Oud Geven, Dorp (Kooistraat) |
|
|
|
|
| |
(Dionijs Martens) |
3 |
|
3 |
303 |
| 8. |
Klein Geven, Dorp (Kooistraat) |
|
|
|
|
| |
(Herman Parijns) |
3 |
|
3 |
281 1/2 |
| 9. |
Gijbels, Dorp (Heuvel) |
7 |
200 |
10 |
76 1/4 |
| |
(Antoon Meuwis) |
|
|
|
|
| | | |
| 10. |
Goossens, Muisven |
24 |
|
27 |
340 3/4 |
| |
(Arnold Vrancken) |
|
|
|
|
| 11. |
Gorsen, Dorp |
|
|
|
14 3/4 |
| |
(Leonard Selissen) |
|
|
|
|
| 12. |
Gubbels, Ophoven |
19 |
200 |
29 |
159 |
| |
(Mathijs Smeets) |
|
|
|
|
| 13. |
Heelder, Neerhoven |
37 |
200 |
50 |
392 3/4 |
| |
(Joseph Nijsen) |
|
|
|
|
| 14. |
Hellings, Ophoven |
24 |
|
22 |
296 1/2 |
| |
(Christiaan Hellinx) |
|
|
|
|
| 15. |
Hoof, Dorp (Heuvel) |
11 |
200 |
11 |
96 1/4 |
| |
(Laurentius Lemmens) |
|
|
|
|
| 16. |
Hoever, Ophoven |
12 |
|
14 |
76 1/4 |
| |
(Bartholomeus Haels) |
|
|
|
|
| 17. |
Kanners, Muisven |
12 |
200 |
14 |
380 |
| |
(Hendrik Hollanders) |
|
|
|
|
| 18.* |
Kapelanie, Dorp |
|
|
|
317 |
| 19. |
Kauwbergs, Neerhoven |
44 |
200 |
45 |
236 |
| |
(Peter Jan Haels) |
|
|
|
|
| 20. |
Kig, Ophoven (Heuvel) |
4 |
|
5 |
21 |
| |
(Jacob Kiggen) |
|
|
|
|
| 21. |
Kiggen, Boshoven |
6 |
300 |
11 |
318 |
| |
(Nijs Philippens) |
|
|
|
|
| 22. |
Klasen, Dorp (Heuvel) |
13 |
200 |
19 |
190 |
| |
(Jacob Hermans) |
|
|
|
|
| 23.* |
Commanderij
|
|
|
189 |
376 1/4 |
| 24. |
Oud Coenen, Muisven |
21 |
|
23 |
82 |
| |
(Bartholomeus Haels) |
|
|
|
|
| 25. |
Nieuw Coenen
|
20 |
|
18 |
135 |
| |
(Joseph Camps) |
|
|
|
|
| 26.* |
Kops, Neerhoven |
|
|
6 |
297 1/4 |
| 27. |
Kruis, Dorp |
37 |
300 |
38 |
377 1/2 |
| |
(Wed. Jacob Der Coningen) |
|
|
|
|
| 28. |
Leisen, Dorp |
|
|
|
77 |
| |
(Joseph Nijsen) |
|
|
|
|
| 29.* |
Lieb
|
|
|
|
108 |
| 30. |
Lipkens, Boshoven |
30 |
200 |
33 |
302 |
| |
(Willem Drees) |
|
|
|
|
| 31. |
Maas, Ophoven |
9 |
|
17 |
109 |
| |
(Leonard Gielen) |
|
|
|
|
| 32. |
Maggen, Dorp (Kooistraat) |
2 |
200 |
2 |
35 |
| |
(Peter Maggen) |
|
|
|
|
| 33. |
Oud Meermans, Ophoven |
15 |
200 |
11 |
51 |
| |
(Simon Meermans) |
(met nr. 34) |
|
|
|
| 34. |
Nieuw Meermans, Ophoven |
|
|
10 |
341 |
| |
(Hendrik Mortelmans) |
|
|
|
|
| | | |
| 35. |
Menten, Boshoven |
20 |
|
20 |
209 |
| |
(Jan Mathijs Schouteden) |
|
|
|
|
| 36.* |
Molen
|
|
|
3 |
159 1/2 |
| 37. |
Mortelmans, Ophoven |
|
|
|
|
| |
(Heuvel) |
7 |
100 |
12 |
168 |
| |
(Nicolaus Mortelmans) |
|
|
|
|
| 38.* |
Pastorie, Dorp |
2 |
|
2 |
381 |
| 39. |
Peters, Dorp |
16 |
|
24 |
17 1/4 |
| |
(Wed. Laurens Paredis) |
|
|
|
|
| 40. |
Rensen, Dorp (Heuvel) |
13 |
|
15 |
337 |
| |
(Peter Rensen) |
|
|
|
|
| 41. |
Schar, Neerhoven |
|
|
34 |
30 |
| 42. |
Schepers, Ophoven |
17 |
200 |
25 |
370 1/4 |
| |
(Christiaan Vrancken) |
|
|
|
|
| 43. |
Schijven, Ophoven |
10 |
|
12 |
178 |
| |
(Gerard Knevels) |
|
|
|
|
| 44. |
Smeets, Dorp |
17 |
|
21 |
267 3/4 |
| |
(Jan Haels) |
|
|
|
|
| 45. |
Smeunters, Ophoven |
32 |
|
40 |
275 3/4 |
| |
(Jan Gielen) |
|
|
|
|
| 46. |
Sompen, Ophoven |
8 |
200 |
12 |
152 |
| |
(Paulus Leen) |
|
|
|
|
| 47. |
Oud (middelste) Sondervorst, Boshoven |
|
|
|
|
| |
(Gerard Jonckers) |
9 |
300 |
11 |
108 1/2 |
| 48. |
Achterste Sondervorst
|
9 |
300 |
10 |
260 1/2 |
| |
(Jan Mathijs Schouteden) |
|
|
|
|
| 49. |
Voorste Sondervorst
|
9 |
300 |
10 |
177 1/4 |
| |
(Jan Drees) |
|
|
|
|
| 50. |
Oud Soors, Boshoven |
10 |
300 |
13 |
250 2/3 |
| |
(Jan Mathijs Beckers) |
(met nr. 51) |
|
|
|
| 51. |
Nieuw Soors, Boshoven |
|
|
6 |
286 1/6 |
| |
(Arnold Paredis) |
|
|
|
|
| 52. |
Toelen, Dorp (Kooistraat) |
|
|
1 |
342 1/2 |
| |
(Nicolaas Schrooten) |
|
|
|
|
| 53. |
Trappen, Dorp |
18 |
|
18 |
154 |
| |
(Theodoor Van Noppen) |
|
|
|
|
| 54. |
Oud Ulenaars, Ophoven |
29 |
|
22 |
10 |
| |
(Nicolaas Gielen) |
(met nr. 55) |
|
|
|
| 55. |
Nieuw Ulenaars, Ophoven |
|
|
8 |
276 1/4 |
| |
(Renerus Gielen) |
|
|
|
|
| 56. |
Veestraten, Dorp (Heuvel) |
|
|
|
|
| |
(Jacob Veestraten) |
15 |
200 |
24 |
132 |
| 57.* |
Ven, Neerhoven |
|
|
41 |
297 1/4 |
| 58. |
Vranken, Dorp (Kooistraat) |
|
|
|
|
| |
(Hubert Vrancken) |
8 |
100 |
11 |
295 1/4 |
| 59. |
Weskens, Neerhoven |
9 |
|
18 |
283 1/4 |
| |
(Egidius Smeets) |
|
|
|
|
| | | |
| 60. |
Wevers, Dorp |
5 |
350 |
9 |
39 1/2 |
| |
(Joseph Vaesen) |
|
|
|
|
Het loont de moeite de bundergetallen uit de twee reeksen met elkaar te
vergelijken. Wij laten de comanderijgoederen (nrs. 3, 18, 23, 26, 29, 36,
38, 41, 57) hier buiten beschouwing, omdat de grootte ervan tijdens de
aandracht van 26 februari 1794 niet werd aangegeven; ook voor de nrs. 11,
28, 52 beschikken wij enkel over de grootte op grond van de meting.
De meeste eigenaars gaven minder aan dan zij effectief bezaten. Het verschil
is in een aantal gevallen miniem, maar in andere ook groot (bijv. Belemans, Heelder, Peters, Schepers, Veestraten, Weskens).
Wij kunnen moeilijk aannemen dat de eigenaar van het
Belemans in de mening verkeerde 17 bunders te bezitten, als hij er in
werkelijk 30 in eigendom had. De Gruitrodenaren wisten ten andere dat
spoedig na hun aandracht een meting zou volgen. Een aantal eigenaars wisten
vrijwel precies wat zij bezaten (Dries, Kaubergs, Kruis,
Menten, Trappen), terwijl twee geërfden zelfs iets meer
opgaven dan zij werkelijk bezaten (Hoof, Maggen).
In de aandracht van 26 februari 1794 werden 702 bunders en 50 roeden
schatbare gronden aangegeven, die op basis van de daaropvolgende meting in
1794 evenwel goed waren voor 864 bunders 286 1/4 roeden, m.a.w. een verschil
van iets meer dan 162 bunders. Als wij rekenen tegen een taxering van 4
gulden per bunder, betekende dit voor de gemeente een jaarlijks verlies aan
inkomsten van 864 gulden! De vraag van de Gruitroder burgemeesters in 1792
om tot een meting te mogen overgaan was dus gegrond.
Op 8 april 1794 volgt de slotresolutie van landcommandeur von Reischach(88), die de uitvoering van de meting mogelijk
maakt. Na alle voorafgaande supplieken, toelichtingen en aanvullingen, de
recnte goederenaandracht van 26 februari 1794, waarbij de Gruitrodenaren
tevens het akkoord uit 1607 (1609) bekrachtigden, kan de landcommandeur het
sein op groen zetten voor de meting.
Zijn resolutie omvat vier punten:
| (1) | Naar de wens van de meerderheid der ingezetenen worden de |
| | | |

Ill. 15 Titelpagina van het schatboek der gemeente
Gruitrode, 1794. (R.A.H., gemeentearchief Gruitrode nr.
23)
| | | |
| gronden niet in klassen gesteld. De grondbelasting zal op
grond van het bundergetal geheven worden, zonder met de aard of de
kwaliteit van de gronden rekening te houden(89). |
| (2) | Griffier G.C. Beurskens moet verslag uitbrengen over de registratie
van het akkoord tussen de gemeente en de commanderij betreffende de
taxering van de commanderijgoederen. |
| (3) | Het contract tussen de gemeente en de landmeters J.L. Schrijvers(90) en P.J. Aerts(91) wordt bekrachtigd. Zij zullen de meting uitvoeren
tegen een vergoeding van 15 stuivers per bunder en daarbij ook de
figuratieve kaarten leveren. |
| (4) | Lambrecht Lambrechts(92) en pastoor Lambert Pauli(93) dienen erover te waken, dat de taxering van
de Gruitroder commanderijgoederen volgens de overeenkomst uit 1607
(1609) gebeurt. |
Hoewel op de legger en de figuratieve kaarten het jaartal 1794 staat, blijkt
uit diverse aantekeningen, in eerste instantie uit de gemeenterekeningen,
dat de hele metingoperatie tot 1796 aansleepte, te wijten aan geschillen in
verband met de meting van de commanderijgoederen die eerst in 1795 en begin
1796 gekarteerd konden worden; in 1794, toen de gronden van de Gruitroder
ingezetenen werden gemeten, was hiertegen nog verzet, vermoedelijk van
rentmeester Lambrechts.
Ter illustratie enkele gegevens uit de gemeenterekening van 1795(94):
| - | Jan Jansen en Arnold Goossens zijn naar Bocholt gegaan om landmeter L.J. Schrijvers te vragen dat hij de boenders van t'casteel soude koomen afmeeten.
|
| | | |
|

Ill. 16 Omschrijving van een deel der
commanderijgoederen onder Gruitrode in het schatboek van 1794
(p. 30-34). (R.A.H., gemeentearchief Gruitrode nr. 23)
|
| | | |
|

Ill. 17 Fragment uit de gemeenterekening van 1795 van
Gruitrode, met nog enkele uitgaven aan landmeter L.J. Schrijvers
uit Bocholt voor de meting van commanderijgoederen. (R.A.H.,
gemeentearchief Gruitrode nr. 17)
Jan Jansen en Joseph Vasen zijn één dag
met landmeter Schrijvers op het veld geweest om voormelde
boenders af te meeten. 3 gulden 15 stuivers verteerd bij
J. Nijsen, nadat Schrijvers gedurende vijf dagen de
boenders van t'casteel heeft afgemeten. |
| - | Jan Jansen is twee dagen met landmeter P.J. Aerts uit geweest om de wijwas en houwbosch te meeten. Uit de
rekening van 1796: |
| - | 1 januari 1796: Jan Haels is naar de ambtsvergadering geweest om de
bunders op te geven. |
| - | 14 januari 1796: P.J. Aerts ontvangt 18 1/2 gulden van
den hauw bosch en vijvers te meeten. |
| | | |
Ill. 18 Verklaring van landmeter J.L. Schrijvers, waarbij hij
er zich toe verplicht tot hermeting van percelen over te gaan, mochten
er fouten blijken, met uitzondering van fouten veroorzaakt door
onnauwkeurige aanwijzing door ingezetenen, 1 mei 1796. (R.A.H.,
gemeentearchief Gruitrode nr. 17)
Landmeter J.L. Schrijvers ontvangt op 1 mei 1796 van de burgemeesters Jan
Haels en Jan Jansen 800 1/2 gulden voor de meting en het tekenen van de
figuratieve kaarten. Hij ondertekent hierbij een verklaring, waarbij hij
zich ertoe verplicht op eigen kosten tot hermeting van percelen over te
gaan, mochten er fouten voorkomen, met uitzondering van die welke aan
onvoldoende aanwijzing of bekendmaking door de ingezetenen-assistenten te
wijten zijn(95).
Het meetboek van Gruitrode is niet bewaard gebleven,
wel het schatboek(96), ondertekend door de
‘gezworen’ landmeters P.J. Aerts en J.L. Schrijvers. De
goederen zijn hierin per eigenaar samengebracht. | | | |

Ill. 19 Titelbladzijde van de cedule of omslag van de
grondbelasting voor 1798. De belasting is vastgesteld op 1 1/2
gulden per bunder. (R.A.H., gemeentearchief Gruitrode nr.
25)
Aan de hand van dit stokboek kan het meetboek wel gereconstueerd
worden, omdat in de marge bij elk perceel het nummer vermeld is, dat
verwijst naar meetboek en figuratieve kaarten. De twee originele kaarten,
gedateerd 1794 en ondertekend door landmeter J.L. Schrijvers, worden bewaard
op het gemeentehuis van Meeuwen-Gruitrode; kaart 1 omvat de nummers 1-296,
kaart 2 de nummers 297-482.
Hasselt
J. Molemans
|
(1)Peter Joannes Craeghs,
° Tongerlo 26.05.1753, zn. v. Corneel en Maria Neyens,
† 04.10.1828, × Tongerlo 08.01.1783 Anna Elisabeth
Lipskens, ° Beek 11.09.1758, dr. v. Hendrik en Maria Helen
Jaeken, † 20.10.1828. - Hij was eigenaar van de boerderij het Klein Hubens, zodat hij ook bekend was als Jan Hubens.
(2)Op het jaargeding van 9
februari 1791 werden Peter Joannes Craeghs en Jan Mathijs Vlemelings tot
burgemeesters van Opsolt aangesteld (R.A.H., schepenbank Gruitrode,
rollen 30, f o 220 v o). Jan
Mathijs Vlemelings, de tweede burgemeester, geboortig van Neeroeteren,
† 19.05.1833, huwde op 09.09.1773 met Maria Elisabeth
Hendrix, † 11.04.1840.
(3)R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1180.
(4)Ten huize
van Dionijs Swennen gaven de volgende ingezetenen van Opsolt op 11 maart
1791 volmacht aan Peter Joannes Craeghs: Pastoor Peters uit Tongerlo als
momber voor de onmondige kinderen van Leonard Cijpers, Peter Uleners,
Tilman Smeijers als momber der onmondige kinderen van Jan Leen, Jan
Mathijs Neyens, Dionijs Swennen, Godfried Voncken en Jan Keyven.
(5)Karel
Theodoor Peters, pastoor van Tongerlo, hield vanaf 22 september 1786 het
doopregister bij. Voor hun kerkelijke verplichtingen waren de
ingezetenen van Opsolt van Neeroeteren maar vooral van het nabijere
Tongerlo afhankelijk.
(6)R.A.H., Fonds Alden Biesen
nr. 1180.
(8)J.F.F. de Borman uit Bree
werd op 28 juni 1785 tot drossaard, schout en schepen van de bank van
Gruitrode benoemd (R.A.H., schepenbank Gruitrode, rolregister 33, f o 223 r o). Voorheen was hij
aldaar substituut-drossaard.
(9)R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1180.
(10)Deze akte van protest werd op 26
maart 1791 opgesteld ten huize van Dionijs Swennen en ondertekend door
Jan Mathijs Vlemelings, Jan Donné, Mathijs Poelmans, Willem
Degens, Leonard Noukens, Tevis Jansen, Andries Dresen, Peter Smeyers,
Lenaart Witten, Hendrik Stals, Lambert Straeter, Peter Smidts en
Theodoor Esser, griffier (R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1180).
(11)R.A.H., Fonds Alden
Biesen nr. 1180.
(13)De opponenten die wij al eerder
vermeldden, zijn meestal genoemd naar het goed dat zij bewonen en/of
bezitten: Jan Mathijs Vlemelings (goed het
Laumen) Jan Donné ( het Groot
Hubens) Mathijs Poelmans ( het Groot
Bloemen) Willem Degens = Willem Ke(u)nen ( het
Degens) Leonard Nouckens = Leonard Gosens ( het Noukens) Tevis Jansen ( het
Schimmels) Andries Dresen = Andries Heymans ( het
Dresen) Peter Smeyers = Peter Ke(u)nen ( het
Smeijers) Lenaart Witten = Leonard Jansen ( het Witten) Hendrik Stals ( het Groot
Driel) Lambert Strater = Lambert Goijens ( het
Strater) Peter Smidts = Peter Jan Swennen ( het Smeets) Griffier Theodoor Esser, die mede de akte
ondertekende, woonde niet in Gruitrode.
(14)ROPL, 3de serie, dl. 1, p. 464-465, 468-470.
(15)R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1180.
(17)R.A.H., gemeentearchief Gruitrode nr. 60. - Originele
franstalige versie in: R.A.H., Fonds Aldenbiesen nr. 1180.
(18)R.A.H., Fonds Aldenbiesen nr.
1180.
(20)R.A.H., Gemeentearchief Gruitrode nr.
60.
(21)Conditien onder de
welke ten meest biedende word uijtgezet de meetinge der gronden
schatbaer onder het gehucht Opsold, jurisdictie der heerlijkhijd
Gruijtroede. - Akte verleden voor notaris J.M. Van de Borne uit
Maaseik (R.A.H., notariaat 4572). Kopie in R.A.H., Gemeentearchief
Gruitrode nr. 60.
(22)Op 11 februari 1792 ontvangt Andries opt Eijndt 75 gulden voor de
eerste termijn uit handen van burgemeester Peter Joannes Craeghs
(R.A.H., Gemeentearchief Gruitrode nr. 60).
(23)Andries opt Eijndt
× 04.06.1763 Maria Sijmons.
(24)Joannes Leclercq ×
10.02.1790 Gertrudis Erckerpenseel.
(25)Op
het jaargeding van 14 maart 1792 werden Peter Uleners en Thewis
Schimmels tot burgemeesters van Opsolt verkozen (R.A.H., schepenbank
Gruitrode, rolregister 33, f o 223 v o).
(26)R.A.H., Fonds Alden
Biesen nr. 1180.
(27)R.A.H., Fonds Alden Biesen nr.
1180.
(28)R.A.H.,
gemeentearchief Gruitrode nr. 61.
(30)Jan Mathijs Jansen, ° 05.05.1758, zn. v. Jan en
Maria Helena Hellinx, × 04.07.1780 Maria Elisabeth Bosmans,
° 10.10.1756, dr. v. Hendrik en Christina Leurs. - Hij was
eigenaar van het Bosmans in Muisven.
(31)Laurens Paredis ex Gerdingen,
† 01.07.1793, × Anna Cardinaels, 40 j.
(32)R.H.A., schepenbank Gruitrode,
rolregister 33, f o 223 v o.
Zoals gebruikelijk stelden Willem Lipkens en Nicolaas Uleners,
burgemeesters van 1791, op 18 januari 1792, uit vier kandidaat-opvolgers
(Jan Jansen, Laurentius Paradis, Peter Rensen en Mathijs Belemans) aan
landcommandeur von Reischach Jan Jansen en Laurentius Paredis als hun
opvolgers voor, keuze die de landcommandeur op 21 januari 1792 bevestigt
(R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1147).
(33)R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1180.
(35)J.F.F. de
Borman, tot dan substituut-drossaard van Gruitrode, werd op 15 november
1791, na het overlijden van drossaard Carolus de Borman, door
landcommandeur von Reischach tot drossaard van Gruitrode en Solt
aangesteld (R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1148). Op 24 november 1791
legde hij de eed af voor de plaatselijke schepenbank (R.A.H.,
schepenbank Gruitrode, rolregister 33, f o 223 v o). J.F.F. de Borman was tevens schout en schepen
van Gruitrode.
(36)R.A.H., Fonds Alden Biesen nr.
1180.
(37)R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1180.
(39)Joannes Haels, °
08.10.1740, zn. v. Mathijs en Catharina Beunis, † 21.05.1807,
× 04.02.1777 Maria Catharina Theunissen, †
27.03.1819. - Joannes Haels, eigenaar van het Smeets
in het Dorp, was municipaal agent in 1796.
(40)Optelling - ook aandracht, enumeratie en denombrement genoemd - was het onder eed aanbrengen
van huizen en landerijen, telkens met aanduiding van grootte en
reengenoten. De aandracht in Gruitrode is zeer algemeen en betreft
alleen het bundergetal van drie à vier soorten land.
(41)R.A.H., Fonds Alden
Biesen nr. 1180.
(42)Met de hand geschreven kopies van deze
prins-bisschoppelijke ordonnanties d.d. 26 april en 20 augustus 1762 in:
R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1179. In het gemeentelijke archief van
Gruitrode (R.A.H., Gemeentearchief Gruitrode nr. 58) zijn ook gedrukte
exemplaren aanwezig.
(43)G.C.
Beurskens volgde Theodoor Esser in 1793 op als griffier van de
schepenbank. Over zijn aan de drank verslaafde voorganger heeft
Beurskens geen goed woord over: hij verwaarloosde zijn taak als griffier
grondig en vele ter registratie aangebrachte akten raakten zoek. Het
gichtregister voor de jaren 1755-1796 is verdwenen, terwijl het
rolregister voor deze periode wel voorhanden is. Op 29 mei 1793
verklaart de nieuwe griffier de lopende schepenregisters uit handen van
schout en schepenen ontvangen te hebben (R.A.H., schepenbank Gruitrode,
rolregister 33).
(44)Theodoor Esser, niet alleen
griffier maar ook rentmeester, huwde op 16.10.1784 met Maria Catharina
Grouls. Hij overleed einde 1792 of begin 1793, maar niet in
Gruitrode.
(45)R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1181.
(47)M.L. Polain, Recueil des
ordonnances de la principauté de Liège,
3de serie, dl. 1, Brussel, 1855, p. 50-57.
(48)R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1180.
(49)R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1180, met een kopie van de
voor notaris L.J. Van der Maesen verleden akte van constitutie.
(50)De akte is ondertekend door Jan Janssen, Laurens Paredis,
Gerit Schijven, Bartholomeus Haels, Peter Smeets, Jacob Kiggen, Jan
Drees, Nijs Kijggen, Peter Hoever, Hendrik Landers, Joseph Camps,
Joannes Vrancken, Mathijs Belemans, Joseph Nijsen, Nol Vrancken, Mathijs
Nijsen, Hendrik Bosmans, Leonard Weytiens van Wijshagen, Hermanus
Parijns, Rijnder Gielen, Jan Gielen, Claes Gielen, Christiaan Hellinx,
Paulus Leen, Mathijs Schouten, Claes Mortelmans, Mathijs Soors, Peter
Coninx, Willem Lipkens, weduwe Der Coningen, Dorus Van Noppen.
(51)Joseph Wevers - eigenlijk Vaesen - was eigenaar van
het goed het Wevers in het Dorp, °
19.03.1752, zn. v. Servaas ex Munsterbilzen en Mechtildis Slegers alias
Wevers, † 05.06.1804, × 01.10.1782 Maria
Veestraeten, ° 11.07.1856, dr. v. Jacob en Christina
Meermans.
(52)Joseph
Vaesen, Reijnier Ulenaers alias Gielen, Jan Drees, Jacob Claesen, Peter
Renssen, Gerard Scheijven, Antoon Gijbels, Paulus Sompen, Dionijs
Kiggen, Nicolaas Ulenaers, Christiaan Hellings, Bartholomeus Sannen,
Peter Drees alais Smeedts, Joseph Coonen, Mathijs Belemans, Hubert
Vrancken, Nicolaas Mortelmans, Peter Smeedts, Reijnier Peters, Peter
Maggen, Batholomeus Hover, Henrick Meermans, Simon Meermans, Maria
Gielen in naam van haar zieke man Theodorus Van Noppen, Jacob Canders,
Jan Veestraeten, Arnold Goessens en Jacob Kiggen.
(53)Acte van
protestatie tegens het stellen der classen door dertig benoemde
ingeseetenen van Gruijtroede, willende en begeerende dal alle
gronden egaelijk in de schattingen sullen gestelt worden
(R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1180).
(54)Joannes Cauberghs, Willem
Lipkens, Jan Smeunters, Joseph Nijsen, Matthijs Soors, Matthijs
Sondervorst.
(55)Act van verzoek en pretensie door ses daerinne
benoemde ingeseetenen van Gruijtroede dat, raeckende de schattingen,
classen sullen moeten gestelt worden (R.A.H., Fonds Alden
Biesen nr. 1180).
(56)Bedoeld is het Oud
Soors, ter onderscheiding van het
Nieuw Soors met een oppervlakte van 6 bunders 286
1/6 roeden, in het bezit van Arnold Paredis, schoonbroer van
Mathijs Beckers. Enkele jaren vóór de
meting zijn beide erven van elkaar gedeeld; het hele goed
met een oppervlakte van iets meer dan 20 bunders was toen in
het bezit van Peter Beckers × Maria Muijens,
ouders en schoonouders van Mathijs Beckers en Arnold
Paredis.
(57)Renier Jonckers uit Genk
× Catharina Custers kochten het goed het Sondervorst, gelegen in het gehucht
Boshoven, met een oppervlakte van 32 bunders 150 1/4 roeden
op 23.09.1744 van Peter Nijsen en Peter Vliegen voor 900
gulden (R.A.H., schepenbank Gruitrode, gichtregister 8, f o 315 v o). Na de
dood van Renier Jonckers († 23.01.1752) en
Catharina Custers († 17.03.1755) releveerden hun
kinderen het goed op 23.04.1755 (R.A.H. schepenbank
Gruitrode nr. 9, p. 8), dat toen werd verdeeld: - Oud (Middelste) Sondervorst, Gerard
Jonckers: 11 bunders 106 1/2 roeden. - Achterste Sondervorst, Jan Mathijs Schouteden
× Maria Elisabeth Jonckers: 10 bunders 260 1/2
roeden. - Verste Sondervorst, Jan
Drees × Maria Christina Jonckers: 10 bunders 177
1/4 roeden.
(58)R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1180.
(59)J.L. Schrijvers alias
Geusens, ° Beek 08.08.1761, † Bocholt
08.10.1815.
(60)P.J. Aerts, ° Beek 31.05.1734,
† Beek 22.08.1798.
(61)R.A.H.,
Fonds Alden Biesen nr. 1180.
(63)Gerichtelijcken accoord of
vergelijkinge met den onderdaenen van Gruijtroij wegen de
heuwdiensten schattingen ende boedenschoeffen (R.A.H., Fonds
Alden Biesen nr. 1180). Kopies onder meer in R.A.H., schepenbank
Gruitrode, gichtregister nr. 4, f o 4 r o-5 r o en in: J.
Grauwels, Regestenlijst der oorkonden van de
landkommanderij van Oudenbiezen en onderhorige kommanderijen,
dl. 3, Brussel, 1967, p. 611.
(64)Willem Frambach Bock von Lichtenberg, landcommandeur van
Aldenbiesen, 1603-1605.
(65)Willem van Cortenbach, commandeur van Gruitrode,
1605-1607.
(66)Heuwdiensten,
houwdiensten (houwen = kappen van het laaghout).
(67)Schettingen,
schat(tingen) ‘grondbelasting’.
(68)Boedenschoeff, bodenschoof.
(69)Emond Huyn van
Amstenraedt, landcommandeur van Aldenbiesen, 1606-1636.
(70)Emond Huyn van Amstenraedt nam op 28 maart 1607
bezit van de heerlijkheid Gruirode. Na de eed van trouw door de
ingezetenen beloofde de landcommandeur te sekeren ende
geloeven van desen dach aen ende voerts onsen lieven ondersaeten tot
Gruijtroede ende Solt, op die selve nu tegenwordige gedaende hulde
ende eijdt, hun bij hunne alde goede rechten ende gerechtigkeit te
sekeren ende voer te staen, ende alles te doen wat eijn goet heer
sijne ondersaeten schuldich is te doen (R.A.H., schepenbank
Gruitrode, gichtregister 5, f o 3 v o).
(72)Schijn wat de goederen gehoirende aen die commanderie van
Gruijtroe inden schat geven alwaer sij geleghen wesen, mede
inbegrepen die pastorie goederen (R.A.H., Fonds Alden Biesen
nr. 1173).
(73)Origineel op perkament; zegel van de schepenbank ( J. Grauwels, Regestenlijst...,
dl. III, o.c. 1967, nr. 1752). Afschrift in: R.A.H., Fonds Alden
Biesen nr. 9, f o 115 r o-116
r o, en nr. 10, nr. 37: manghelinghe van Obeschetz Hoff.
(74)Origineel op perkament; zegel
van de schepenbank ( J. Grauwels, Regestenlijst..., dl. III, o.c. 1967, nr. 1754). Afschrift
in: R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 9, f o 113
r o-134 v o, en nr. 10 nr.
38.
(75)Op 11.10.1736 compareerde voor
notaris Leon. Vrancken in Bree Derick Rogers, wenne op Obenscheijen
Hof, en bekent aan rentmeester Petrus Cox 296 gulden 9 stuivers
schuldig te zijn, zowel van geleend geld als restanten van
huurpachten ‘beloovende de selve somme aen dito heer
Petrus Cox, present ende accepterende, te betaelen ende te voldoen,
wanneer het aen dito heer Petrus Cox believen sal’
(R.A.H., Schepenbank Gruitrode, gichtregister 8, f o 272 v o). Cornelis Raemeckers,
pachter van Obenschijenhof, diende op 15 maart 1793 1089 gulden
achterstallige pacht te betalen, waaraan hij niet kon voldoen. De
landcommandeur legde daarom beslag op 55 schapen, 15 koeien, 2
paarden en al zijn onroerend goed (R.A.H., Fonds Alden Biesen nr.
1162).
(76)Specificatie der Gruijtroder
commanderie goederen geacquireert naer den jaere 1609 (R.A.H.,
Fonds Alden Biesen nr. 1181).
(77)Opdracht heer Jan Houben, pastoor in Mol, int behoeff vanden hoochgeboeren heer Johan Adriaan, Vrijheer
van Bilant, commandeur tot Gruijtroede (R.A.H., schepenbank
Gruitrode, gichtregister nr. 6, f o 147 v o-149 v o.
(78)Gicht ende guedinghe Andrees Hechtermans in
naeme sijns heeren commanduers in behoeff vanden
eerwerdighen heer Christiaen Veestraeten, kapelaan van de
St.-Servaaskerk in Maastricht, 17.01.1659: stuck lants groet
ontrent twee oft dordehalf boender met naemen het Heulken, voor 800 gulden. Geregistreerd op
15.12.1660 (R.A.H., schepenbank Gruitrode, gichtregister nr.
6, f o 365 v o).
(79)Johan
Adriaan van Bylant, commandeur in Gruitrode, verkoopt
24.01.1659 aan Jan Maes alias Crijters: stuck erven genoempt
den Krijter, afkomende van
Kindermansgoed, voor 450 gulden, reeng. Maes goet, den
Krijter, Jaeck Veestraten, Jan Maes, de straet loupende nae
die Meer (R.A.H., schepenbank Gruitrode, gichtregister nr.
7, f o 7 v o).
(80)Erfmangeling
tussen Johan Adriaan van Bylant, commandeur in Gruitrode, en Lenart
Boussen × Digna Reijners, 18.10.1662 (R.A.H., schepenbank
Gruitrode, gichtregister 7, f o 12 r o-13 v o). - aan Lenart
Boussen: Nuijens ende Nijskens goet gelegen bij den Muijsen Dijck
onder Bree en Gerdingen. - aan de commandeur: Die huijsplaetse
(want het huijs onlangs bij ongeluck is affgebrant) ende hooff
genoempt Bousen goet ontrent het casteel gelegen, met allen weijden,
ackerlanden, bempden, haeghen en andersints daertoe ende
aengehoerende.
(81)Erfmangeling tussen John
Adriaan van Bylant, commandeur in Gruitrode, en Aerd Beels, schepen,
18.10.1662 (R.A.H., schepenbank Gruitrode, gichtregister nr. 7, f o 11 v o-12 r o): - Aan van Bylant: bampt liggende tegen over Pouls
Bousen zal. hooff. - Aan Aard Beels: bampt gelegen in den
Muijsen Dijck.
(82)Verkoop Geurd Nijs en zoon Lambert aan Johan
Adriaan van Bylant: Cops Roijen Velt met huijs
daer op staende, ca. 2 bunders, reeng. het Cleijn Cops, de
commanderie, de dreef, voor 370 gulden, 03.03.1745 (R.A.H.,
schepenbank Gruitrode, gichtregister nr. 8, f o
316 v o-317 r o v o).
(83)Aenmerckingen raeckende de Gruijtroder
generael meetinge ende het stellen der schattinghen - Aenmerckingen
op het supplijck gepresenteert den 3den dagh des jaer 1794
(R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1180).
(84)R.A.H., Fonds Alden Biesen nr. 1181.
(85)R.A.H., schepenbank Gruitrode, rolregister 33, f o
231 r o.
(86)Enumeratie aller goederen en gronden binnen de jurisdictie
en vrijheerlijkhijt Gruijtroede gelegen (R.A.H., Fonds Alden
Biesen nr. 1181).
(87)Naerder beright cum
annexo, relatiff tot het voorigh in dato den 28 februari 1794, wie
mede tot d'enumeratie der gronden binnen de heerlijckhijt Gruijtrode
gelegen in dato 26 februari 1794 (R.A.H., Fonds Alden Biesen
nr. 1181).
(88)Final-resolutie op de requeste van
Joannes Haels ende Joseph Vaesen als gedeputeerden van de gemeente
Gruijtrode de dato 3 januari 1794 raekende de Gruijtroder
general-meetinghe en het stellen der schattingen (R.A.H., Fonds
Alden Biesen nr. 1181).
(89)Bijv. de schatcedule uit 1798, waer in het boender
volgens gemeentenarens verdragh gestelt is ad 1 gulden 10
stuijvers (R.A.H., gemeentearchief Gruitrode nr.
25).
(90)J.L. Schrijvers, ° Beek 08.08.1761,
† 08.10.1815.
(91)P.J. Aerts, ° 31.05.1734, † Beek
22.08.1798.
(92)In zijn Aenmerckingen... d.d. 8 januari 1794 had Lambrechts erop
gewezen, dat een egale heffing per bunder de commanderij geen schade
zou berokkenen; bij een klassenindeling zouden de meeste akker- en
hooilanden, die de commanderij in Gruitrode verworven had, in klasse
1 gesteld worden.
(93)Lambert Theodoor Pauli (° Hasselt
08.09.1754, † Sint-Truiden 24.05.1827), priester van
Alden Biesen, werd in april 1792 tot pastoor van Gruitrode benoemd.
Bij de komst van de Fransen in 1794 vluchtte hij naar de Rijnstreek.
Eind 1795 keerde hij naar Gruitrode terug. Hij weigerde de eed af te
leggen en verborg zich in een geheime schuilplaats in Gruitrode. Na
het concordaat hernam hij zijn functie. Op 29 april 1812 werd hij
tot pastoor-deken van Gruitrode benoemd. In 1824 nam hij wegens
ziekte ontslag.
(94)R.A.H., gemeentearchief Gruitrode nr. 17.
(96)R.A.H., Gemeentearchief
Gruitrode nr. 23.
|
|