De eerste historische bron was de dissertatie (1994) van de auteur zelf over het werk van het Verbond van Wetenschappelijke Onderzoekers tussen 1946 en 1980: Wij kunnen het niet langer aan de politici overlaten. Een van de tien biografische schetsen van zijn voorlieden was aan Marcel Minnaert gewijd.
Een tweede bron was de grondige studie naar de Universiteit van Utrecht tussen 1936 en 1986 waarover H.W. von der Dunk, W.P. Heere en A.W. Reinink de redactie voerden: Tussen ivoren toren & grootbedrijf (1986). Daarin openbaarde de wiskundige Freudenthal het conflict rond Minnaerts rectoraat van 1957. Na een gesprek in 1989 gaf Freudenthal de auteur de toespraak van Minnaert en de protestbrief van enkele leden van de faculteit.
Een derde bron is de lezing die Kees de Jager gaf over De Natuurkunde van de Zon, waarin hij terugblikte op een eeuw zonne-onderzoek in Utrecht tot en met het uiteindelijke succes van de Dutch Open Telescope op La Palma. Deze lezing actualiseerde de bijdragen aan Bolwerk van de Sterren (De Jager, 1993).
Het wetenschappelijke archief van Minnaert over deze periode is grotendeels bewaard gebleven in het archief-Sterrenkunde. Met behulp van dit ongeordende archief is een vrij volledig beeld te krijgen van Minnaerts wetenschappelijke, sociale en politieke activiteit van na de oorlog. Honderden lezingen voor volksuniversiteiten en verenigingen liggen er in mappen of in gestrikte bundels. Ook de correspondentie met bijvoorbeeld de Amerikaanse Charlotte Moore-Sitterly ten behoeve van de laatste versie van de Tabel van het zonnespectrum (1966) is bewaard gebleven. Het archief geeft een bevredigend overzicht van zijn activiteit.
Ook zijn werk voor de International Astronomical Union berust in dit archief. De Groningse astronoom Blaauw heeft in Parijs het archief van de Union geordend en heeft de auteur gewezen op de verslagen en correspondenties van Minnaert als voorzitter en lid van vele IAU-commissies. De auteur heeft volstaan met het archief van Minnaert in
Utrecht. Blaauw wees hem tevens op de discussie in de vakbladen over de repressie van de Russische astronomen onder Stalin en de artikelen van Struve (1957) en Eremeeva (1995). Van die aanwijzing heeft hij wél dankbaar gebruik gemaakt.
Bij het ordenen van het archief van de in 1995 overleden zonnefysicus C. Zwaan vonden Prisca Zwaan en Rob Rutten een archiefmap van de Onderwijscommissie van de Nederlandse Astronomen Club. De inhoud van die map geeft uitsluitsel over Minnaerts naoorlogse activiteiten inzake het nieuwe vak ‘sterrenkunde’ en is volop benut.
Het archief-Geschiedenis van het Utrechtse Instituut voor de Geschiedenis van de Natuurwetenschap leverde veel relevant persoonlijk materiaal: over Minnaerts veldtocht tegen de astrologie, zijn artikelen over het leven, over ‘moraal en godsdienst’, zijn optreden tegen de vivisectie, de voorbereiding van De Eenheid van het Heelal en tal van lezingen over maatschappelijke onderwerpen (Esperanto; Raketbases in Nederland; De Rosenbergs; Wetenschap in de Sovjet-Unie, enz). Daar was de correspondentie te vinden over de Copernicuslezing met de beeldhouwer en CPN-bestuurder J. Havermans.
Jan Willem Stutje, biograaf van CPN-voorman Paul de Groot, wees de auteur op het bestaan van een brief uit 1956 van Minnaert aan het Dagelijks Bestuur van de CPN. Met toestemming van de beheerscommissie van het CPN-archief bij het Internationaal Instituut voor de Sociale Geschiedenis kon die interessante brief worden gevonden. Op dezelfde plaats bevindt zich een klein archief van Miep Minnaert-Coelingh, dat in hoofdzaak bestaat uit congresstukken van door haar bezochte zittingen van de Wereldvredescongressen die zijn voorzien van haar aantekeningen.
Het archief van L. Buning over de Vlaamse Beweging bij het Rijksarchief in Den Bosch leverde enkele brieven uit de jaren zestig van Minnaert aan Buning en Picard alsmede twee belangwekkende brieven van zijn vriend Andries Mac Leod over Minnaert van eind 1970.
De wiskundige Dirk Jan Struik stuurde de auteur ongepubliceerd materiaal dat hij heeft gebruikt en vertaald: na zijn dood zullen zijn Memories hopelijk niet lang op zich laten wachten.
De auteur had op 12 maart 1990, enkele weken voor haar dood, een kort gesprek met dr M.B. Minnaert-Coelingh. Hij had in het voorjaar van 1996 een gesprek met haar zus, mevrouw M. Coelingh, te Almelo.
Opnieuw leverde het Dagboek van Minnaert, dat in 1963 ophoudt, materiaal evenals het aantekeningenschrift Reizen dat rekenschap geeft van data en plaatsen. Zijn zoon Boudewijn bewaarde ook de vriendenboeken van zijn ouders: dat van zijn vader van het jaar 1963 (70 jaar) en dat van zijn moeder van 1986 (80 jaar). Het eerste Liber Amicorum speelt een rol in het hoofdstuk over Minnaerts afscheid van de universiteit; het tweede in de Epiloog. Minnaerts schoondochter Els Hondius had de correspondentie met haar schoonfamilie bewaard evenals de ansichtkaarten en brieven van en naar Koen Minnaert. Een brief van Els uit 1970 speelt een belangrijke rol in het slothoofdstuk.
De biograaf heeft verscheidene keren met Boudewijn Minnaert én met Els Hondius gesproken. Hij praatte met ingang van de zomer 1996 met Boudewijn, die hem in Sydney onder meer de dagboeken van Marcels ouders ter beschikking stelde. Boudewijn was een meelezer in het wordingsproces van het boek. Met Els Hondius sprak hij met ingang van 1993: ook zij verstrekte foto's en familiedocumenten en verwees naar andere familieleden en gesprekspartners. Zij las het concept van deel iii en relevante stukken van deel ii en gaf daarop haar commentaar. Haar zoon, de jongste kleinzoon, gaf hem in 2001 een map ter inzage met stukken over Koen Minnaert, zijn overleden vader.
Met Marjet Erasmus-van Zadelhoff, achterkleinkind van Gillis Desideer en Maria Minnaert, en haar man Hans Erasmus, sprak de auteur vanaf 1995: zij boden inzage in familiemateriaal en waren zo vriendelijk een vroege versie van deel i van commentaar te voorzien.
Van het laatste deel van Minnaerts leven konden nog tal van mensen getuigen. De auteur praatte daarom over Minnaert met collega's, promovendi, personeelsleden, vrienden uit het Verbond van Wetenschappelijke Onderzoekers en kennissen uit het circuit van lezingen en
volksuniversiteiten. De auteur legde ook concepten en problemen aan deskundigen voor.
Hij voerde gesprekken met of kreeg op zijn verzoek brieven van:
| dra Tonnie A Campo in Fosse sur Salm op 3 en 4 juni 2000; |
| Marcus Bakker te Zaandam op 15 januari en 8 april 1998; |
| dr J.M. Beckers te Tucson (VS) in december 1997 en 4 april 1998; |
| prof. dr ir J.B. Benthem te Delft op 1 november 1993; |
| prof. dr A. Blaauw te Groningen op 6 december 1996; |
| prof. dr F. van der Blij te Bilthoven op 10 juni 1997; |
| R.A. Blondeau te Roesbrugge op 1 oktober 1993; |
| prof. dr J.H. de Boer te Lutjegast op 6 december 1996 en 26 maart 1998; |
| dr P. Boer te De Bilt op 8 juni 1998; |
| prof. dr H. Brugmans te Brugge op 2 februari en 22 mei 1993; |
| prof. dr H.G. van Bueren te Linschoten in september 1996; |
| prof. dr H.B.G. Casimir te Heeze op 4 februari 1993 en 7 december 1997; |
| dr W.J. Claas te Leiderdorp op 5 en 23 mei 1997; |
| Marco Daane te Pijnacker op 2 september 2001; |
| prof. dr H.C.J. De Decker te Heritage Village (VS) op 25 november 1991; |
| Pieter Defesche te Ulestraten op 20 december 1996 en 17 december 1997; |
| dr J. van Diggelen te Weesp in mei 1997; |
| dr A.D. Fokker jr te Bilthoven op 5 mei 1997 en 24 juni 1999; |
| Dé Fornier te Santpoort op 20 juni 1997; |
| Claude Everaert te Oostende op 6 november 1999; |
| prof. dr D. Freudenthal te Bilthoven op 7 februari 1997; |
| prof. dr H. Freudenthal te Utrecht op 20 november 1989; |
| dr P.J. Gathier te Rheden in mei 1997; |
| prof. dr T. Gehrels te Tucson (VS) op 1 november 1993 en 22 november 1999; |
| prof. dr A.N. Gerritsen te West Lafayette (VS) op 20 september 1991 en 6 april 1998; |
| prof. dr H. Gijsels te Gent op 15 december 1997; |
| H. Groenewegen te Goes op 4 oktober 1993; |
| prof. dr H.J. Groenewold te Groningen op 13 november 1989 en 22 januari 1990; |
| J.A. Groenink te Amsterdam op 10 april 1998; |
| dr T. de Groot te Utrecht in juni 1997; |
| prof. dr Ger Harmsen te De Knipe op 14 september 1993 en 1 november 1996;; |
| dr J.R.W. Heintze te Utrecht op 25 juni 1997; |
| prof. dr E.P.J. van den Heuvel te Amsterdam op 20 december 1997 en 22 augustus 2001; |
| dr H. Hubenet te Utrecht in januari 1995; |
| prof. dr H.C. van de Hulst te Leiden op 15 november 1996 en 8 april 1998; |
| Guido Van In te Brugge op 26 januari 2001; |
| dr F.P. Israel te Leiden op 10 februari 1994; |
| prof. dr C. de Jager te Utrecht op 5 februari 1990, 31 oktober 1997 en 7 mei 2001; |
| dr E. Janssen Perio te Rotterdam in december 2000; |
| prof. dr J. Kistemaker te Amsterdam op 24 januari 1997; |
| dr H. van Konijnenburg-van Cittert-Eymers te Castricum op 27 juli 1998; |
| prof. dr J. Korringa te Laguna Beach (VS) op 6 april 1998; |
| prof. dr V. Kourganoff te Parijs op 20 december 2001; |
| Peter Kruiper te Haarlem op 14 juni 1996; |
| prof. dr M. Kuperus te Utrecht op 4 juli 1997; |
| E. Landré te Utrecht op 31 januari 1997 en 15 april 1998; |
| H. Littooij te Bilthoven op 5 mei 1997; |
| Rudolf Mahy te Edegem op 12 november en 17 december 1999; |
| drs G.F. Makkink te Wageningen op 24 februari 1997; |
| drs F.W. van Milaan te Den Boer op 26 juni 1998; |
| J. Onderstal te Emmen op 2 april 1998; |
| N. Niermans-Ortt te Zeist in februari 1997; |
| prof. dr Th. Quené te Den Haag op 24 mei 1993 en in december 1995; |
| prof. dr W. van Rensbergen te Brussel op 10 december 1997; |
| J.A.F. de Rijk te Utrecht op 6 januari 1995; |
| dr W.P. Roelofs te Soest in februari 1996; |
| C. Sanders-Knoppers te Vlaardingen op 20 juli 1998; |
| dr A. Schadee te Utrecht op 8 december 1995 en 7 januari 1998; |
| dra M. Smit-Miessen te Zeist in februari 1996 en op 6 mei en 28 augustus 1997; |
| E. de Smit-Kruyt te Amsterdam op 24 juli 1998; |
| prof. dr H. Snelders te Bilthoven op 18 november 1996; |
| dr J. Spoelder te Haarlem op 6 oktober 2001; |
| prof. dr ir D.-J. Struik te Belmont (VS) op 17 en 26 januari 1993 en 3 april 1998; |
| H. Tapperman te Utrecht op 29 juli 1998; |
| A.G. Tempelman te Rheden op 11 februari 1994; |
| drs C. Titulaer te Houten op 15 december 1997 en 27 mei 2002; |
| prof. dr H.A. Tolhoek te Groningen op 18 december 1990; |
| prof. dr L.H. van der Tweel te Amsterdam op 11 januari 1990; |
| dr D. Vanacker te Gent op 16 augustus 1997 en 11 maart 1998; |
| dr F. van 't Veer te Parijs op 29 oktober 1997; |
| prof. dr A.K. van der Vegt te Delft op 7 december 1994; |
| Ger Verrips te Den Haag op 23 april 1999; |
| dr H.J. Vink te Waalre op 4 juli 1991 en 31 december 1997; |
| Lies de Voogd in Fosse sur Salm op 3 en 4 juni 2000; |
| M.J.J.M. Wertenbroek te Heiloo op 26 juni 1998; |
| prof. dr W.F. Wertheim te Wageningen op 4 december 1989 en 5 februari 1990; |
| drs Huib Zegeling te Odijk op 1 juli 1998; |
| prof. dr C. Zwaan te Utrecht op 20 december 1995 en 2 mei 1998; |
Hij kreeg waardevolle reacties en suggesties van onder anderen: dr E. van Albada-van Dien; dr F. Alkemade; prof. dr K. van Berkel; prof. dr Wiebe Bijker; B. Bleeker; F.C. van den Bosch; E.M. Buter; L.R. van Dullemen; prof. dr H. Eijkelhof; G. Felix; G. Geijtenbeek; drs H.J.J. Govers; dr H.G. Heijmans; dr J. van Herpen; D. Hille RisLambers; prof. dr A. de Hoop; prof. dr A.E. Kersten; dr H.A. Klomp; dr F. van Lunteren; drs Jan 't Mannetje; H.E. Mees jr; H.Th. Nieuwenhuijsen; prof. dr A. Quispel; dr R. Rutten; H. Schaaf; P. Smiesing; prof. dr ir J.J. Steggerda; dr J.-W. Stutje; dra E. Tas; drs T. Toebosch; T. Trachet; Ludo Vandamme; P. Waardenburg; A.R. Wertheim; Marion Wijburg; dr P.J.Th. Zeegers; Prisca Zwaan.