Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 1


auteur: P.C. Molhuysen en P.J. Blok


bron: P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 1. A.W. Sijthoff, Leiden 1911


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Cattenburg, Dirk Lodewijk van]

CATTENBURG (Dirk Lodewijk van), ged. te Eynenthout onder Wassenaar 24 April 1737. overl. te Rotterdam 15 Mrt. 1800, was een zoon van Mr. Willem Hendrik van Cattenburg, heer van Grijpskerke en Poppendamme en van Johanna des Tombe. 24 Mrt. 1752 te Leiden student geworden, promoveerde hij aldaar in de rechten. Te Rotterdam werd hij 29 Dec. 1756 als poorter beëedigd. Nadat hij sinds 1760 enkele kleine stedelijke ambten had bekleed, werd hij in 1765 schepen, in 1770 schepen-commissaris en in 1787 vroedschapslid. In 1788 en van 1791-1793 was hij gedeputeerde ter dagvaart, van 1793-1795 gecommitteerde raad en in 1791 en 1792 burgemeester. Het jaar 1795 maakte een einde aan zijn politieke loopbaan. Van 1788-1795 behoorde hij ook tot de Maecenaten van het Bat. Gen. te Rot-

[p. 591]

terdam. Hij huwde te Rotterdam 14 April 1766 met Wilhelmina Antonia Erbervelt. Over hem verscheen: Lauwerkrans gevlochten door de dankbare burgerij om de hoofden van de WelEdele Geboren Heeren en Mrs. Jan Cornets de Groot, oud-vice-president schepen der stad Rotterdam bewindhebber der Gen. Nederl. O.I.C. ter kamer Rotterdam en Dirk Lodewijk van Cattenburch, oud-vice-president-schepen derzelver stad.

Zie: Bronnen Gesch. Rott. I; Vorsterman van Oijen, Stam en Wapenb. I, 143, waar als zijn geboorteplaats, evenals in het leidsche Alb. Stud. en het rotterdamsche trouwregister, den Haag wordt opgegeven. Maandblad De Ned. Leeuw I, 20; Rott. Historiebl. II, 175

Moquette