Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 5


auteur: P.C. Molhuysen en P.J. Blok


bron: P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 5. A.W. Sijthoff, Leiden 1921


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Nieuwenaar, Neuenar Adolf]

NIEUWENAAR, Neuenar (Adolf, graaf van N. en Meurs), geb. omstreeks 1545, gest. te Arnhem 18 Oct. 1589. Uit het protestantsche geslacht der graven van Neuenar gesproten, is hij 1570 gehuwd met zijne nicht Walburgis, wed. van den 1568 onthoofden graaf van Hoorne. Hij volgde 4 Dec. 1578 zijn neef en zwager Herman op als graaf van Neuenar en Meurs. Aan den Beneden-Rijn was hij vroeg gewikkeld in de keulsche en nederlandsche godsdienst- en staatkundige twisten, met name tijdens keurvorst Gebhard van Keulen, Wiens legerbevelhebber hij 1579 werd. Reeds in 1581 kwam hij, bloedverwant der Nassau's en Brederode's in aanmerking om staatsch stadhouder van Gelderland te worden; graaf Willem van den Bergh werd toen gekozen, dien hij, na diens verraad in 1584, toch verving. Hij bleek hier weinig politiek begaafd en van een zwak karakter, ook als krijgsman niet zeer begaafd, alleen zeer protestantsch gezind en streng gereformeerd. Hij wist den bekenden spaanschen krijgsoverste Maarten Schenk (1585) te winnen maar leed met dezen kort daarna de zware nederlaag tegen Tassis bij Amerongen (23 Juni 1585). Tot stadhouder van Utrecht gekozen, leidde hij daar en in Gelderland de verdediging, ook onder Leicester, die hem zeer genegen was en tevens belastte met de leiding der staatsche financiën. Met Leicester was hij het aanvankelijk geheel eens in diens strijd tegen de Staten en begunstiging der streng-gereformeerden. Hij spande zelfs met L. en diens aanhang samen om het land door een staatsgreep geheel onder den engelschen landvoogd te brengen. Na diens eerste vertrek begon hij echter, vermoedelijk onder invloed zijner vrouw, tot de Staten over te hellen, al bleef hij het erkende hoofd der streng-gereformeerden. Hij wist binnen Utrecht een verzoening der partijen te bewerken en werd, ofschoon weinig gezien, nu ook stadhouder van Overijsel (1587), aldus naast graaf Maurits van Nassau een aanzienlijke plaats in de Vereenigde Provinciën innemend. Hij werkte ten slotte met dezen laatste en de Staten samen om de sedert 1585 te Utrecht krachtig opgekomen calvinistische democratie ten onder te brengen en zelfs hare leiders te doen verbannen (1588); verder voerde hij met weinig succes den strijd tegen Spanje en de nederrijnsche Katholieken. Hij stierf door een ongeluk bij proefnemingen met geschut. Zijn kinderlooze weduwe erfde zijne bezittingen.

Prenten door J. Punt; onbekend. afg. bij Hirth III, 996; onbekend.

Verg. over hem: P.L. Muller in Allgem. Deutsche Biographie i.v. en de daar aangewezen bronnen, met name Archives de la Maison d'Orange-Nassau, t. VII en VIII, waar brieven van hem.

Blok