Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 6


auteur: P.J. Blok en P.C. Molhuysen


bron: P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 6. A.W. Sijthoff, Leiden 1924


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Driessche, Petrus van den]

DRIESSCHE (Petrus van den) of van der Dreyscher, geb. te Saffelaare in Oost-Vlaanderen omstreeks 1504, overleed in de abdij ter Doest te Lisseweghe 27 Nov. 1549, volgens de Chronique en het Necroloog der abdij; volgens Hollebeke, stennend op een opschrift van een portret, overleed hij in 1551. Petrus van den D. was een der eerste studenten aan de nieuwe school, opgericht en bestuurd door de Augustijnen te Brugge en Boogaarde genaamd. Toen hij zijne studie voltooid had, besloot hij Bernardijn te worden in de abdij ter Doest. Hij ontving aldaar het habijt in 1529. Slechts enkele jaren na zijne professie werd hij belast met het bestuur der parochie van de abdij te Krabbendijke in Zeeland, 1532 of 1533. Droevig zal de toestand aldaar geweest zijn, want in 1530 was heel die streek verwoest door eene overstrooming en geweldige doorbraak der dijken; vele dorpen verdwenen in den vloed. Tot 1537 of

[p. 454]

1538 bestuurde hij de parochie Krabbendijke, toen hij door zijne medebroeders tot abt werd gekozen. Slechts weinige jaren (doch meer dan zes, zooals Chronique en Hollebeke ten onrechte opgeven) stond hij aan het hoofd der abdij. Bijna niets dan den naam is over de abten van de 16e eeuw vermeld in de Chronique. In 1624 werd bij de opruiming der bouwvallen van ter Doest het portret gevonden van den abt van den Driessche en geplaatst in de regentenkamer van de school Boogaerde.

Zie: L.v. Hollebeke, Lisseweghe, son église et son abbaye (Brux. 1863) 172; Chronique de l'abbaye Ter Doest (Brug. 1845) 27; Grijpink, Register der paroch., altaren (Amst. 1914), Zuidbeveland, 80, 81.

Fruytier