Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 7


auteur: P.J. Blok en P.C. Molhuysen


bron: P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 7. A.W. Sijthoff, Leiden 1927


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Riemsdijk, Jeremias van]

RIEMSDIJK (Jeremias van), geb. te Utrecht, 18 Oct. 1712, als zoon van Scipio van Riemsdijk, predikant te Bunnik, en van Johanna Bogaert, overl. te Batavia, 3 Oct. 1777, vertrok 25 Febr. 1735 met de ‘Proostwijk’ naar Indië als sergeant in dienst van de Comp., kwam 24 Sept. van dat jaar te Batavia aan, waar hij zijn geheele verdere leven, nog ruim 42 jaar, gevestigd bleef. Al spoedig ging hij in civielen dienst over als onderkoopman (1736), doorliep verder de gewone rangen, werd in Oct. 1753 raad extra-ordinair, waarnaast hij regent van de hospitalen en president van weesmeesteren was, werd 15 Oct. 1760 raad ordinair en 17 Aug. 1764 directeur-generaal. Eerst 11 jaar later, 28 Dec. 1775, toen hij reeds 63 jaar was, volgde een benoeming tot Gouverneur-Generaal, welk ambt hij slechts een kleine twee jaar bekleedde; zijn bestuur heeft zich niet door bijzondere gebeurtenissen gekenmerkt. Hoe ver toen in Indië het nepotisme was doorgedrongen, blijkt wel uit de carrière van v. Riemsdijk's zoon, Willem Vincent Helvetius, een uiterst dom en onontwikkeld man, die op zijn 9de jaar reeds assistent, op zijn 19de eerste administrateur van Onrust was, waar hij 200000 rijksd. verdiende, en het tot Raad van Indië bracht.

Van Riemsdijk is niet minder dan vijf maal gehuwd geweest, 1o 21 Sept. 1738 met Martina v.d. Briel, geb. Juni 1720, overl. 5 Nov. 1741; 2o 14 Juni 1744 met de 14-jarige Cornelia Cath. van Vianen, overl. 19 April 1747, bij de geboorte van haar derde kind; 3o 5 Mei 1748 met Maria Lucretia Wentink, overl. 24 Mei 1750, 8 dagen na de geboorte van haar eerste kind; 4o 2 Mei 1751 met de 15-jarige Adriana Louise Helvetius, geb. te Batavia in 1736, overl. 23 Nov. 1772; 5o 16 Maart 1774 met Theodora Rotgers, weduwe, eerst van Mr. Johannes Verklocke, later van Mr. Maurits Theodorus Hilgers, overl. 22 Maart 1777. Behalve een groot aantal onwettige kinderen, kreeg v. Riemsdijk uit bovenstaande huwelijken veertien wettige afstammelingen en wel: uit het eerste huwelijk: 1. Helena Johanna, geb. 19 Jan. 1741, overl. 9 Juni 1748; uit het tweede huwelijk: 2. Scipio Cornelis, geb. 11 Maart 1745, overl. 9 Mei 1746; 3. Mr. Isebrandus Johannes Faber van Riemsdijk, geb. 1 Mei 1746, burgemeester van Haarlem en gecommitteerde van Holland en West-Friesland, gehuwd met Ignatia van Beek; 4. Cornelia Catharina, geb. 19 April 1747, overl. 11 Aug. 1747; uit het derde huwelijk: 5. Johanna Maria, geb. 16 Mei 1750, op haar 15de jaar gehuwd met Paulus Godefridus van der Voort, Gouv. van Makassar, en op haar 20e jaar overleden; uit het vierde huwelijk: 6. de bovengenoemde Willem Vincent Helvetius, gehuwd met Cath. Joh. Marg. Craan, dochter van den Raad van Indië Johannes Craan, overl. 15 Febr.

[p. 1050]

1818; 7. Egidia Cornelia, geb. 3 Dec. 1754, overl. 2 Nov. 1756; 8. Adriaan Cornelis, geb. 3 Dec. 1755, overl. 5 Sept. 1758; 9. Catharina Louise, geb. 24 Jan. 1758, gehuwd Juli 1773 met Mr. A.C. Mom, heer van Maurik, raad van Indië enz., overl. 18 April 1823; 10. Daniël Frederik, geb. 7 Jan. 1760, op zijn 16de jaar reeds archivaris bij de Alg. secretarie, vermoedelijk kort daarop gestorven; 11. Scipio Cornelis, geb. 31 Mei 1761, op zijn 15de jaar onderkoopman, kort daarop uit 's Comp.'s dienst getreden, gehuwd in 1779 met N. Schutter; 12. Jeremias Egidius, geb. 23 Aug. 1763, overl. 4 Juni 1768; 13. Adriaan Jacob, geb. 3 Febr. 1766, overl. 23 Aug. van hetzelfde jaar; 14. Johanna Adriana, geb. 16 Jan. 1770, overl.?

Zijn portret, geschilderd door een onbekend kunstenaar is in het paleis te Weltevreden, verkleinde kopieën in het paleis te Buitenzorg, het Rijksmuseum te Amsterdam en het Ministerie van koloniën te 's Gravenhage.

Zie: van Rhede v.d. Kloot, De G.G. en C.G.... ('s Gravenh. 1891), 104-106 en 308-321; F. de Haan, Priangan, passim (vooral I, 67 e.v.); V.v.d. Wall, Vrouwen uit den Comp.'s tijd, 229 e.v.

Stapel