Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 7


auteur: P.J. Blok en P.C. Molhuysen


bron: P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 7. A.W. Sijthoff, Leiden 1927


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 1355]

[Zijl, Johannes van]

ZIJL (Johannes van), deken der collegiale kerk op het kasteel Zandenburg bij Veere en der Lieve Vrouwekerk in Veere, overleed 1515 als deken van Sint Jan te Utrecht. In Aanhangsel op de kerkelijke oudh. v. Nederland (Utr. 1744), 217 en in Analecta Belg. van Hoynck van Papendrecht, III, d. I, 267 wordt hij verkeerd Joh. van Rijl in plaats van Zijl genoemd (Archief Utrecht VI, 461). Zeer waarschijnlijk is hij een der drie natuurlijke zonen, vermeld bij Matthaeus, Analecta I, 149, van Philips van Bourgondië, admiraal van Zeeland, die 1517-1524 bisschop van Utrecht was en op 53-jarigen leeftijd nog de mindere en hoogere wijdingen ontving, 1518. Dit verklaart hoe Jan van Zijl de hooge waardigheid van deken verkreeg in de collegiale kerken van Zeeland, waar de bastaardtak der Bourgondiërs, gehuwd met de van Borsele's, als stichters, begevingsrechten bezaten.

Reeds 1500 was hij deken van Veere. In een oorkonde, 10 Apr. 1503 (Bijdr. Haarlem XXV, 431-33) noemt hij zich ‘meester Jan van Zijl doctoer in den geestelicken rechten, deken van onsen lieven Vrouwen kercke der stede van der Vere’. In 1504 trad J. van Zijl, deken van Zandenburg, op als scheidsrechter in een geschil over het collatierecht van een kapelanie te Oost-Souburg tusschen Anna van Bourgondië, zuster van Philips, vrouwe van Souburg, en den abt van Middelburg, die in het gelijk werd gesteld (Bijdragen

[p. 1356]

bisd. Haarlem VIII, 149). Hij verkreeg de parochie van Oost-Souburg; zij was 1515 vacant door zijn dood.

In het register der broederschap van de vier hoofdkerken van Utrecht werd 1504 ingeschreven: Item de jocundo adventu mgri Joannes de Zijlcanonici et decani van der Veer (lees Ter Veer). En anno 1515: Item de debito mortis mgri Joannes de Zijl (Archief aartsbisdom Utrecht VI, 461, VII, 20). Opmerkelijk is, dat de titel van deken van Sint Jan er niet is bijgevoegd; uit de lijsten der dekens van Sint Jan kan niet juist bepaald worden, wanneer en hoe lang J.v. Zijl deken zou geweest zijn.

Waarschijnlijk is J. van Zijl, zie V, kol. 1184 kanunnik van St. Jan en van St. Lebuinus te Deventer, die 1503 aangewezen werd tot deken van de kerk van Kapelle op Zuid-Beveland, welke tot kapittelkerk was verheven, dezelfde persoon als Jan van Zijl, deken van Veere. Het college van 11 kanunniken te Kapelle was ingesteld door de Vrouwe van Veere en Souburg, Anna van Bourgondië. Zoowel in het pastoraat te Souburg als in het dekenaat van Kapelle werd J. van Zijl na zijn dood, 1515, opgevolgd door Petrus de Cappella. In het laatste niet zonder tegenspraak en geding.

Zie: Grijpink, Register op de parochiën I, Walch. 95; Z.B. 65; Oude Vaderl. Rechtsbr. II, 14, 211 en 214.

Fruytier