Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 8


auteur: P.J. Blok en P.C. Molhuysen


bron: P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 8. A.W. Sijthoff, Leiden 1930


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Lemnius, Livinus of Lieven]

LEMNIUS (Livinus of Lieven), Lemse, geneeskundige, geb. te Zierikzee 20 Mei 1505, overl. aldaar 1 Juli 1568. Hij behoorde tot een bekend zeeuwsch geslacht, dat een familiewapen voerde, en werd Lieven genaamd naar den beschermheilige zijner geboortestad. Eerst studeerde hij te Gent en daarna aan de universiteit te Leuven onder den beroemden ontleedkundige Andreas Vesalius. Hij rekende onder zijn meesters: Rembertus Dodoneus, Jason Pratensis van Zierikzee, en Conrad Gesner. Lemnius voerde den titel van doctor in de medicijnen, ofschoon hij niet voorkomt onder de doctores, vermeld door Val. Andreas in Fasti acad. Lov. Hij verbleef na zijn studie te, Leuven nog eenigen tijd in het buitenland, vóór hij zich, 1527, in Zierikzee vestigde. Op raad van Petrus de Kort, of Curtius, plebaan van Sint Pieter in Leuven, later bisschop van Brugge, studeerde Lemnius in Leuven tevens de theologie of de sacrae litterae, aldus vermeldt Miraeus. Na zijn vestiging in zijn geboortestad huwde hij aldaar en kocht een aanzienlijk huis in de thans genoemde Manhuisstraat. Gedurende 40 jaren was hij de vertrouwde en geliefde geneesheer der stad. Zeer verdienstelijk maakte hij zich tijdens de besmettelijke ziekten 1529, 1532, 1537. Hij beurde zijn zieken meer op door zijn spraakzaamheid, vriendelijkheid en onschuldige scherts, dan door de medicijnen. Niettegenstaande zijn drukke praktijk vond hij nog tijd om vele werken in uitmuntend Latijn te schrijven. Het verlies zijner vrouw schokte hem zeer; hij wenschte nog priester te worden, ontving de hoogere wijdingen en verkreeg een kanunnikdij in de St. Lievenskerk, waar 1378 een college van kanunniken was opgericht. In deze kerk werd Lemnius, drie dagen na zijn dood, ter ruste gelegd ouder een blauwe zerk met het opschrift: Livinus Lemnius hic situs est. Obiit Cal. Jul. anno Dom. MDLXVIII. Na het afbranden der kerk kwam de steen in gebruik als drempel van den regenbak op het kerkplein. Een bord met latijnsche verzen van A. Hofferus en

[p. 1029]

C. Boy ter eere van Lemnius, opgehangen in de protestantsch geworden kerk, verdween na 1795. Den tekst deelt Zelandia Illust. I, 403 mee.

De spreuk van den dokter was: omnia sero. Paschier Oens, Oenius, van Heycruyce, rector der scholen van Zierikzee, maakte een latijnsch vers bij zijn dood. Het is afgedrukt in Paquot, Mém. litt., I, 363. Van denzelfden vindt men verzen in een drietal werkjes van Lemnius. Na zijn dood werd nog een enkel werk uitgegeven en verschenen talrijke herdrukken, vermeld door Paquot. Hier worden slechts de voornaamste aangehaald.

Het eerste verscheen: De astrologia liber unus in quo obiter indicatur quid illa veri, quid ficti falsique habeat et quatenus Arti sit habenda fides: in quo denique multae rerum Physicarum abditae amoenissimaeque causae explicantur; tum proverbii origo: Quarta luna nati. Te gelijk werd er bijgevoegd: De termino vitae liber en De honesto animi et corporis oblectamento (Antv., Mart. Nutius 1554). De opdracht, 7 Mrt. 1553, is gericht aan zijn landgenoot, Cornelius van Weldam, raadsheer van keizer Karel V. Nieuwe uitgaven verschenen te Jena 1587, te Frankfort 1608, 1626, Leiden 1638 enz.

Lemnius deed 1559 te Antwerpen bij Guielm. Simon verschijnen: De occultis naturae miraculis libri II. Hij droeg dit werk op aan den Norbertijner abt van Middelburg, Mattheus van Heeswijk, het bezorgde hem veel naam en ook kritiek. Vóórdat het een tweede maal vermeerderd in druk verscheen, gaf hij uit: De habitu et constitutione corporis quam Graeci Κϱασιν triviales complexionem vocant libri duo. Omnibus quibus secunda valetudo curae est apprime necessarii (Antw., G. Simon 1561). Het is opgedragen aan de burgemeesters van Zierikzee Corn. Ocker en Pieter Claesz. Miraeus prijst het zeer. Nieuwe uitgaven verschenen volgens Paquot: Frankfort 1596, 1604, 1619, Erfurt 1581, in het Itallaansch Venezia 1567.

Volgens Paquot werd 1564 bij Plantijn gedrukt: De miraculis occultis libri IV. De Annates Plant. zeggen, dat dit onjuist is. Niet bij Plantijn maar bij G. Simon verscheen het werkje in dat jaar: Plantijn drukte het 1567 voor G. Simon. Lemnius wilde zijn werk gedrukt zien door Plantijn, maar G. Simon bezat voor dien druk sinds 27 Mei 1563 het privilegium voor den tijd van tien jaar. Op verzoek van Lemnius sloot Simon een overeenkomst voor de nieuwe en vermeerderde uitgaven met Plantijn. 1573, 30 Nov. verkreeg Plantijn een nieuw privilegie voor de uitgave, die in 1574 voor de vierde maal verscheen.

Opnieuw kwam 1581 bij Plantijn uit De miraculis occultis Naturae libri IV. item de vita animi et corporis incolumitate recte instituenda liber unus. Illi quidem jam postremum emendati, et aliquot capitibus aucti: hic vero numquam editus. Intusschen was het boekje de Miraculis verschenen te Gent bij Gisl. Manilius, 1571, te Keulen 1573, te Heidelberg zonder datum, en was het vertaald in het Duitsch door J. Horstius, en in het Fransch: Les Occultes Merveilles et secretz de nature, avec plusieurs enseignemens des choses diverses tant par raison probable que par conjecture artificielle par Levin Lemne médecin Zirizëen. trad. de latin en Francais par I.G.P. (Jacques Gohorry Parisien) (Paris 1567). Een nieuwe uitgave, Paris 1574, was getiteld: Les occultes merveilles et secrets de nature exposés en deux livres trad. en latin par I.G.P. Dit was dus een vertaling der eerste editie. Een andere fransche vertaling door Ant. du Pinet verscheen 1566 te Lyon. Naar

[p. 1030]

de editie van Plantijn 1581 werden herdrukken uitgegeven: Keulen, 1581; Frankfort, 1591 en 1593, 1598 1604, 1611, 1655 en Leiden 1666.

De provinciale bibliotheek te Middelburg bezit van dit werk negen verschillende uitgaven.

Dit werk van Lemnius is geplaatst op de spaansche lijst der verboden boeken van Quiroga 1583/84, met een ‘donec corrigatur’. Deze lijst was verplichtend voor Spanje en de Nederlanden; zie Reusch, Der index der verb. Bücher (Bonn 1883) I, 497. Zoo kwamen al zijn werken op den spaanschen index. Alleen het werk over de Astrologia werd on bepaald toegelaten. Een heele bladzijde in folio is gewijd aan de verbeteringen en uitlatingen aan te brengen in de andere werken van Lemnius, in: Ant. a Sotomajor, Index librorum prohibitorum et expugnandorum novissimus pro catholicis Hispaniarum regnis Phil. IV (Madr. 1667), 756. Daarna kwam alleen het werkje De miraculis occultis naturae op den roomschen index (Index Tritinus, appendix). Men vindt het nog met ‘donec expurgetur’ op den Index van Paus Alex. VII (Romae 1667) 80, 176, van Paus Benedictus XIV (Rom. 1758) 136, van Paus Pius IX (Rom. 1879) 179. Sinds het verschijnen van den herzienen Index van Paus Leo XIII (Rom. 1900) is het met vele andere werken weggelaten. De bibliotheek der abdij te Bornhem bezit een exemplaar van De miraculis occultis (Antw. 1574), waar alles geschrapt is en de aangegeven hoofdstukken uitgescheurd zijn, zooals de Index Hispanicus voorschrijft. Evenveel opgang als De miraculis had zijn boekje over de planten en boomen, die voorkomen in den bijbel. Het werd herhaaldelijk gedrukt.

Similitudinum ac Parabolarum, quae in Bibliis ex herbis atque arboribus desumuntur dilucida explicatio: in qua narratione singula loca Explanantur, quibus Prophetae, observata stirpium natura, conciones suos illustrant divina oracula fulciunt. Levino Lemnio Sacrarum litterarum studioso auctore (Antv., G. Simon 1569). Paquot zegt, dat aan Lemnius de kennis der oostersche talen ontbrak en hij niet genoeg op de hoogte was met de voortbrengselen en toestanden in het Oosten, om een degelijke beschrijving te geven. Daar zijn boekje het eerste was, dat de planten, welke in den bijbel vermeld worden, bespreekt, werd het veel gelezen en gedrukt en ook in andere werken opgenomen. Het verscheen Erfort 1581, Lugd. 1588, 1595, Frankfort 1591, 1596, en met andere werken 1608 en 1626. Het is ook gedrukt met de Philosophie sacrée van Fr. Valesius (Lugd. 1595, 1622, 1652, Antw. 1652.) Het werd vertaald in het Fransch, Paris 1577, en in het Engelsch door Thomas Newton, Oxford 1587. Het werkje is opgedragen aan den abt van Sint Bernard aan de Schelde, Thomas van Thielt, nonis maij 1566. Persoonlijk kende Lemnius den abt niet, maar door beider vriend, Jacob Suys heer van Grysoirt was hij hem niet vreemd. De abt verliet zijn abdij en het katholiek geloof om een vrouw te huwen, Aug. 1567 (dl. II, kol. 1433). Desniettegenstaande werd de opdracht opgenomen in de uitgave van 1569 (exempl. in de Prov. bibl. te Middelburg, waar geen uitgave van 1566 aanwezig is, welke waarschijnlijk niet bestaat).

I. le Long, Bibliotheca sacra (Par. 1723) 825 maakt ten onrechte van dit eene werkje twee verschillende met afzonderlijke titels en onjuiste data: Explícatio parabolarum desumptarum ex herbis quae in sacris litteris extant (Antv. 1565); De plantis et arboribus quae in sacris Bibliis occurrunt (Antv. 1568). In het groote herhaaldelijk herdrukte werk van den geleerden Jezuïet P. Jac. Tirinus (overl. te Antw. 1636), In universam

[p. 1031]

S. Scripturam commentarius, nog verschenen (Taurini 1882) in vijf deelen, vindt men: Levini Lemnii libri duo, alter de similitudinibus ac parabolis quae in bibliis ex herbis atque arboribus desumuntur, alter de astrologia.

Een nauwkeurige lijst van de werken van Lemnius bestaat nog niet: Paquot en Nagtglas Zeeuwsch Jaarboekje geven de uit voerigste. Volgens Paquot verscheen na den dood van Lemnius nog van hem: De Zelandis suis commentariolus (Leiden, Plantijn 1611). Ook gedrukt in Batavia illustrata van P. Scriverius (Haarl. 1609 en 1650). Opnieuw verschenen De termino vitae liber met voorrede van M.Z. Boxhornius (Leiden 1638), tegelijk met De honesto animi et corporis oblectamento et quae exercitatio homini libero potissimum conveniat. Obiter de frugalitate et victus temperantia ac rerum rusticarum amaenitate. Zijn Descriptio algae en Compendium de piscium trivialium nomenclaturis bleven onuitgegeven. De bekende bibliografische werken vermelden alle Lev. Lemnius zooals: Val. Andreas, Foppens, Sweertius, de la Rue, Hurter enz.

In de verzameling Zelandia illustrata te Middelburg is een portret van L. met het vers van Hofferus, dat in de kerk bij zijn graf was opgehangen (Zel. illustr. II, 430). Een ander portret op 60-jarigen leeftijd, een grove houtgravure, bevindt zich in zijn werk: Similitudinum ac Parabolarum... explicatio...

Zie: Aub. Miraeus, Bibliotheca ecclesiastica (Antv. 1649) II, 141; Paquot, Mémoires litt. I, 361-367; Nouv. biogr. gén. (Par. 1862) XXX, 613; Nagtglas, Levinus Lemnius en Zierikzee in de eerste helft der zestiende eeuw in Zeeuwsch jaarboekje en Middelburgsche naamwijzer 1869; 28 en v.; dez., Levensberichten van Zeeuwen (Middelb. 1893) II, 65-69; Brunet, Manuel du libraire (Paris 1862), 972, Supplément (1878) I, 829; Ruelens en A. de Backer, Annales Plantiniennes (Brux. 1865), 37, 73, 153, 227.

Fruytier