[p. 2]

Tot lof
vanden uitgever deses boekx,

 Soo Roomen roemt in d'opgank van haar taal
 Door wijs-welsprekentheyt, die d'opper-saal
 Van haer onwinb'ren staat vaak heeft betre'en:
 'tIs regt dat Holland volgt, en stof met re'en
 Op sulken BERG, van wiens begaafde top,
 End schrandre kruyn vliet smakelijker sop,
 (Als oyt of Room, of Grieken heeft gesien)
 Daer med'hy't land komt niewe kunsten bien,
 Niet op-gesmukt met 'tschijnber opper-kleet,
 Maar daar de lust nae't konstige geweet
 Haar lusten scharpt, end' angelokt door't soet
 Haar beste doet om meer te zijn gevoed.
  
      Ne quid nimis.